De Pater Familias van ons gezin had een broer die met een Duitse getrouwd was. Mathieu en zijn Liselotje brachten eensgezind een tweetal kinderen voort, een Bube of knaap,Rudi, en een Mädchen ofwel meisje,Hannelore. De vier dierbare familieleden kwamen op een dag logeren bij ons. De kinderen vonden onze Fideel süss en herzig en namen hem aan de lijn mee uit wandelen. Op één van hun spaziergangen in de omgeving, ontdekten der Rudi en die Hannelore eetbare paddestoelen in het nabije bosje. Oh, Vati und Mutti nuttigden zo gaarne Pilze. De twee brave kinderen begonnen naarstig de cantharellus cibarius te verzamelen. In der Heimat was het een grote uitzondering als men nog hanekam of dooierzwam aantrof en hier groeide dat in overvloed. Herrlich, zei die Mutti, weer eens onbelemmerd hanekammen te kunnen eten. Mijn moeder trok echter haar neus ervoor op. Wie graag paddenstoelen at, moest ze maar zelf gereed maken. Van sommigen kon je goed ziek worden en dus weigerde ons ma categoriek om ze schoon te maken laat staan ze nog mee helpen om op te eten. Aber Tante Lise riepen de kinderen :’Pilze schmekken ja so herrlich, wie Kalbfleisch”. Wij hebben de echte cantharella cibarius geplukt. Es hat ja auch eine falsche Sorte, der cantharellus aurantiacus, aber ook die is onschadelijk en goed kenbaar aan de slappe hoed met donkerder getinte plaatjes die übrigens dichter bijeen staan dan die bij de echte hanekam!”
Ze moest wel vaststellen dat ze een aangename geur verspreidden en zelfs ons Fideelke had er trek in. De gasten aten met smaak en wij keken toe hoe ze zich de Pilzen lieten welgevallen. Terwijl de bewoners van onze hooizolder die nacht sluimerden, sloegen de mysterieuze dooierzwammen toe. Het begon met Fideelke, die in zijn mand voor de deur van ons nachtverblijf sliep. In die fatale nacht kwam hij evenwel moeizaam uit zijn korf en begon te joekeren en te weeklagen en zich tegen de deur aan te schuren. Ons moeder vroeg in paniek wat hem dan wel scheelde maar de hond kon natuurlijk geen antwoord geven. Ineens drong het met de kracht van een bliksemflits de afschuwelijke ontdekking door tot ons nachtelijk brein ; de paddestoelen! Die vuile smerige dingen uit de grond riep ons ma. Fideel heeft er van gegeten maar o jee, het bezoek ook. In haar slaaptenue begon zij op de deuren te bonken, zij wekte iedereen en in zeven haasten werden er auto’s gevraagd om in ijltempo naar het ziekenhuis van Genk te racen. Iedereen klaagde over misselijkheid en ze voelden zich beangstig om dood te gaan door vergiftiging. Een voor één moesten ze overgeven en de plee lag al boordenvol met braaksel. In het ziekenhuis aangekomen werden in de kortste tijd de paddenstoeleters hun maag leeggepompt behalve die van ons Fideelke dat deden ze in die kliniek niet. Het hondje bleef thuis en keek smachtend naar ons op en in de twee donkere vochtige oogjes van het dier weerspiegelde een pikzwarte oceaan. Toen ze terug thuis kwamen vroegen ze hoe het met de hond was afgedraaid want hij leek nergens te bespeuren.
Kom maar eens kijken achter deze deur zei mijn moeder. In de mand lag Fideelke trouwhartig en trots bij een paar halfblinde mormels van hondjes. Van haar omzwervingen destijds had hij dit overgehouden. Bleek dat ons Fideelke een Fidela was en zij had op haar eigen wijze haar uur aangekondigd om te jongen. Geen gejoeker om een vergiftigde maag maar de zachte weeklagende kreten van een aanstaande hondenmoeder.
Ze moest wel vaststellen dat ze een aangename geur verspreidden en zelfs ons Fideelke had er trek in. De gasten aten met smaak en wij keken toe hoe ze zich de Pilzen lieten welgevallen. Terwijl de bewoners van onze hooizolder die nacht sluimerden, sloegen de mysterieuze dooierzwammen toe. Het begon met Fideelke, die in zijn mand voor de deur van ons nachtverblijf sliep. In die fatale nacht kwam hij evenwel moeizaam uit zijn korf en begon te joekeren en te weeklagen en zich tegen de deur aan te schuren. Ons moeder vroeg in paniek wat hem dan wel scheelde maar de hond kon natuurlijk geen antwoord geven. Ineens drong het met de kracht van een bliksemflits de afschuwelijke ontdekking door tot ons nachtelijk brein ; de paddestoelen! Die vuile smerige dingen uit de grond riep ons ma. Fideel heeft er van gegeten maar o jee, het bezoek ook. In haar slaaptenue begon zij op de deuren te bonken, zij wekte iedereen en in zeven haasten werden er auto’s gevraagd om in ijltempo naar het ziekenhuis van Genk te racen. Iedereen klaagde over misselijkheid en ze voelden zich beangstig om dood te gaan door vergiftiging. Een voor één moesten ze overgeven en de plee lag al boordenvol met braaksel. In het ziekenhuis aangekomen werden in de kortste tijd de paddenstoeleters hun maag leeggepompt behalve die van ons Fideelke dat deden ze in die kliniek niet. Het hondje bleef thuis en keek smachtend naar ons op en in de twee donkere vochtige oogjes van het dier weerspiegelde een pikzwarte oceaan. Toen ze terug thuis kwamen vroegen ze hoe het met de hond was afgedraaid want hij leek nergens te bespeuren.
Kom maar eens kijken achter deze deur zei mijn moeder. In de mand lag Fideelke trouwhartig en trots bij een paar halfblinde mormels van hondjes. Van haar omzwervingen destijds had hij dit overgehouden. Bleek dat ons Fideelke een Fidela was en zij had op haar eigen wijze haar uur aangekondigd om te jongen. Geen gejoeker om een vergiftigde maag maar de zachte weeklagende kreten van een aanstaande hondenmoeder.
Laatst gewijzigd door Gast op 20 mei 2004, 16:22, 2 keer totaal gewijzigd.