Ode aan Kwezel
Vandaag was er weer een nieuwe tocht.
Verdorie, één en al bocht.
Maar de wind zit goed, dus kan't me niet deren,
zelfs al heeft mijn fiets geen veren.
Op de kasseienen maakten ze het wel te bond
Verdorie da's wel niet goed voor mijn kont.
Voor mij, nog 2 groepjes in het vizier,
Amaai een steek, is dat een nier?
De volgende bocht, pas op niet slippen
Scherp naar links om er voorbij te glippen.
Een strook asfalt, dat is plezant
Nu pak ik ze aan de buitenkant.
Allez stoempers,uit de weg
Dat was op het randje, bijna in de heg.
De regen op kop
het gat in de lucht
de neus op het wiel
Trappen doe ik nu met heel mijn ziel.
Nog 200 meter, daar is de streep,
Dat haal ik nog al is't op de reep.
De beste ben ik, dat mogen ze weten,
zie ze maar komen, afzien en zweten.
Daar is de glorierijke spandoek,
Begot nu lust ik wel een pannekoek
De tocht is gedaan, nu komt het schavotje.
t'Is leuk bovenaan, met een Martini-vodje
Applaus allom,daar is't om te doen
en niet te vergeten, van Mister Plaatselijk ,
een klinkende zoen.