....... vervolg
Poienile de sub Munte, intrigeert mij, ik wou het absoluut zien, op Arte zag ik er een documentaire over.
Het dorp ligt tegen de grens met Oekraïne, het vormt samen met de twee voornoemde dopjes een kleine enclave in Roemenië met Oekraïense etniciteit en taal.
De meerderheid van de bevolking is etnisch Oekraïens wat betekent dat het Oekraïens wordt gesproken hoewel Roemeens de enige officiële taal is.
Het isolement van vele eeuwen heeft een eigen samenleving gevormd met gewoontes en tradities die afwijken van de rest van Maramures, het heeft ongeveer 10.000 inwoners. Poienile is gelegen in het Natuurpark van de Maramuresbergen, met een rijke fauna, waaronder herten, beren, wolven, geiten, rode lynxen, wilde zwijnen en vossen en heel wat vogels.
Op de documenaire zag ik het leven op de boerderijen in Poienile de sub Munte. Het scheen het einde van de wereld, hoog in de bergen. Geen weg leidt er naartoe. 's Winters ligt er tot 2 meter sneeuw, de bewoners zijn maanden afgesloten van de buitenwereld. Het vriest er tot -30°, aardappelen worden bewaard op 2 meter diep onder de grond, er wordt enkel voor de eigen bevoorrading gekweekt.
De boerderijen liggen op drie uren stappen van het centrum, driemaal moet de weg afgelegd worden met het paard om voldoende wintervoorraad op te slaan.
De dieren zijn het kapitaal van de boeren, hun bijzonderste levenscontract, zonder koeien (meestal twee) een paar varkens en kippen kunnen ze niet overleven.
Er is geen elektriciteit noch water. Het water moet gehaald worden een heel eind verder bij een bron, die niet vervriest, water om te drinken, te koken, te wassen..... Midden oktober valt de eerste sneeuw. Driemaal per dag leiden ze door de sneeuw paard en koeien naar de bron om te drinken.
Het leven is er zeer hard, ik hoorde een alleenstaand vrouwtje die het moet redden met een overlevingspensioentje van 30 € per maand (ook elders in het land is zo'n pensioen geen uitzondering)
De ontberingen onder Ceausescu heeft de mensen vindingrijk gemaakt, bij het slachten van de varkens wordt het haar gebrand met zelfgemaakte vlammenwerpers. Het leven is bijzonder hard voor de bergboeren.
's Winters is er weinig werk, ik zag een boer die zijn tijd doorbrengt spelend op zijn herdersfluit, de geluiden van de natuur nabootsend. Vroeger had hij een viool, jonge meisjes dansten er bij maar het vrouwtje was jaloers en stak de viool in brand. Ondertussen is het merendeel van het jonge volk vertrokken, de boer rest enkel zijn herdersfluit.
De boerderijen krijgen we spijtig niet te zien, zonder wegen drie uur stappen en drie uur terug in een hitte van 38° zien we niet zitten.
We plaatsen onze auto in een straat, wandelen het dorpje door tot aan een soort veldweg die eindigt in het niets of naar de boerderijen van de Sub Munte?.
de twee volgende foto's zijn niet eigen foto's, de andere wel, men ziet het ook aan de kledij van het vrouwje bij 38° zal ze wel zo niet gekleed gaan

We zien vrouwtjes zware manden torsen op de rug. Het wordt avond, nogal wat volk op straat, we hebben veel bekijks, wie komt er nu naar Poienile de sub Munte die er eigenlijk niet hoeft te zijn?
Ook hier staat een middeleeuws houten kerkje behorend tot Werelderfgoed Unesco:
Enkele foto's uit het straatbeeld:







Buiten het kleine houten kerkje is er ook een mooie kathedraal:


Terug bij de wagen staat er ons een man op te wachten. Hij had de Belgische nummerplaat herkend. In zijn handen houdt hij een houten bord vast met een afbeelding van Brussels, de grote markt met het stadhuis. Die man is zo fier ons te kunnen vertellen in heel moeizaam gebroken Frans dat hij een veertig jaar geleden 3 jaar in Brussel gewerkt heeft begreep ik, of is het gestudeerd begreep mijn man.
Het praten verloopt uiterst moeizaam, maar hij kent enkele Brusselse gemeenten en dat wil hij ons toch laten horen, St. Gilles, Anderlecht, Schaarbeek .....en wij ha ja dat is het, wij wonen slechts een 14 km van Brussel, hij lacht, we willen verder praten maar het gaat zo moeilijk, hij wuift en vertrekt maar die man is zichtbaar blij.
In de periode 1995-2000 kende het dorp een exodus, waarbij een groot deel van de jonge bevolking migreerde naar landen als Spanje, België, Italië en Duitsland. Sinds 2010 is de situatie omgekeerd en zijn velen teruggekeerd naar hun huizen.
Volgend jaar willen we terugkeren naar dit dorp, er meer tijd voor uittrekken, misschien kunnen we daar ergens overnachten en hopelijk is het dan geen 38°.
Wordt vervolgd….