Ik zag een hondje trekken aan een riempje
zo’n riempje dat ‘t eigenlijk niet verdiende
want het beet nooit naar een mens
en deed alles maar naar wens
daarom dat het kwaad daar zachtjes kiemde
Op een dag trok het zo hard dat het loste
maar dat kwam dan op ‘t eind wel ten koste
van die bruut , van een baas
na ‘n minuut rent het dwaas
heel ver weg en voelt zich plots, verloste
Wat er dan in ‘t verhaal hierna gebeurt
weet dat het beestje d an veel verscheurt
er licht bloed op de straat
want de moed der castraat
heeft in het heldendom al veel gekleurd
Je kan geen vogel onderscheiden
misschien een verdwaalde nachtegaal
of heel ver een uil, boven de weiden
naarstig op zoek naar een stevig maal
Je hoort soms voetstappen op straat
haastige, slenterende of vaste tred
Verwonderd denk ik, waarheen die gaat
Heeft die persoon het vandaag gered
De koplampen van een late auto
verblinden wel eens aan het raam
Even denk ik terug aan Paulo
Die ook van ons is heengegaan
De sterren, van wonende daarboven
laten deze bewolkte nacht verstek
Nu kan ik geen van hen beloven
dat ik morgen zelf niet naar ginds vertrek