Ben Boomer mijmert als ijverige zeventiger over de tijd van toen...
Beste boomers,
Als het buiten vroor dat het kraakte, was ik vroeger als jongeling in mijn element. Met mijn bergschoenen stevig aan mijn voeten en een rugzak vol gezonde overmoed trok ik de Alpen in. Bergbeklimmen was mijn passie, mijn trots, en eerlijk gezegd ook een beetje mijn stoere imago. Het liefst ging ik zo vroeg mogelijk op pad. Terwijl anderen nog lagen te ronken in hun tentjes, stond ik al met mijn pickel in de hand naar de horizon te turen. De bergen waren toen mijn speeltuin, en ik, ach, een onstuimige twintiger met meer energie dan wijsheid.
Nu, dik vijftig jaar later, zijn die bergtoppen vooral herinneringen. Mijn "beklimmingen" beperken zich tot de trap in huis en soms een stevige heuvel tijdens een wandeling. En weet je wat? Dat is prima. Want waar mijn lijf misschien wat minder soepel is, ben ik des te beter geworden in relativeren.
De humor van het ouder worden
Ik herinner me een klimtocht in mijn jonge jaren, ergens in de Dolomieten. Een prachtig uitzicht, maar wat ik vooral onthoud, is hoe mijn broek scheurde toen ik een rots probeerde over te klauteren. Daar stond ik dan, op duizend meter hoogte, met mijn onderbroek wapperend in de wind. Mijn vrienden hebben zich rot gelachen, en ik uiteindelijk ook.
Tegenwoordig heb ik gelukkig geen scheurende broeken meer, maar wel een paar stevige huisbroeken die me perfect passen. En die komen goed van pas wanneer ik mijn favoriete winteractiviteit onderneem: in de zetel zitten met een glas rode wijn in de ene hand en een stevig stuk taart in de andere. Ik noem het mijn "volwassen multitasking". Het mooiste? Terwijl ik daar zit, moedigen mijn vrouw en ik luidkeels Thibau Nys aan op tv. Mijn vrouw roept zijn naam alsof ze zelf de koers rijdt, en ik? Ik geniet. Geen risico op gescheurde broeken, alleen op kruimels op het tapijt.
Winterse wijsheden
De winter dwingt me tegenwoordig om wat rustiger aan te doen. En dat is niet erg. Sterker nog, het heeft iets moois. In plaats van mezelf de Alpen in te slepen, geniet ik nu van een wandeling door het park met mijn trouwe wandelstok – mijn "boom van wijsheid", zoals ik hem noem.
En ja, mijn energielevel is wat lager, maar het is nog steeds genoeg om dingen te doen waar ik blij van word. Zo ben ik onlangs begonnen met het bakken van brood. Ik zweer het je, er is niets zo bevredigend als de geur van een versgebakken volkorenbrood op een koude winterochtend. Maar eerlijk is eerlijk, als de zon het laat afweten, vind je me vaker in mijn leesstoel dan in de keuken.
Kleine momenten, groot plezier
Vroeger had ik een hekel aan stilzitten. Mijn vrienden noemden me weleens een Duracell-konijn. Als ik niet op een berg stond, was ik aan het fietsen, zwemmen, of, jawel, schaatsen op bevroren vijvers. Eén keer heb ik zelfs een schaatstocht op de Oostvaardersplassen gemaakt. Ik dacht dat ik de nieuwe Ard Schenk was, tot ik met een sierlijke bocht rechtdoor het riet in gleed. Geen schrammetje op mijn lijf, maar mijn ego? Dat had wat tijd nodig om te herstellen.
Nu kan ik lachen om die onbevangenheid van vroeger. Het is heerlijk om de druk eraf te halen en te genieten van kleine momenten. Een warme chocolademelk, een goed boek of een praatje met de buurman die altijd net iets te veel weet over politiek – dat is tegenwoordig mijn idee van een avontuur.
Gezondheid? Plannen en genieten
Mijn geheim om gezond de winter door te komen? Vooral niet te streng zijn voor mezelf. Natuurlijk let ik op mijn voeding. Ik eet mijn groenten – al mis ik af en toe de frieten van vroeger met een dubbele klodder mayonaise. Ik blijf in beweging, al is het maar door een blokje om te gaan. En ik zoek gezelligheid op, want zoals mijn moeder altijd zei: "Een warm hart houdt de kou buiten."
De donkere dagen zijn voor mij geen reden tot somberheid. Integendeel, ik geniet van de rust en de sfeer. Het licht van de feestdagen, de geur van dennennaalden, en ja, die ene kerstmuts die ik altijd net iets te vroeg opzet – het hoort er allemaal bij.
De charme van thuisblijven
Soms denk ik met een glimlach terug aan die tijd van adrenaline en avontuur. Maar stiekem ben ik ook blij dat het nu allemaal niet meer hoeft. Geen zware rugzakken, geen bevroren vingers, geen angst om uit te glijden op een smalle bergpas. Geef mij maar de warmte van mijn eigen huis, een goede cyclocross op tv waarbij ik ongegeneerd Thibau Nys luidkeels aanmoedig, een glas rode wijn en een flinke portie taart.
Dus, beste boomers, als je je deze winter een beetje lusteloos voelt, denk dan even aan mijn wapperende onderbroek in de Dolomieten. Of aan mijn zout-strooi-fiasco. Het leven is niet perfect, en dat hoeft ook niet. Het mooiste avontuur is omarmd worden door je eigen beperkingen en daar het beste van maken.
Met een knipoog naar mijn jongere ik zeg ik: "De top bereiken is leuk, maar de weg ernaartoe is waar het echt om draait." Dus trek een warme trui aan, geniet van het seizoen, en onthoud: zolang je maar lacht, blijf je altijd een beetje jong.
Een warme wintergroet,
Ben Boomer



