Ik moest gisteren weer eens naar de supermarkt. Vroeger was dat een sociale expeditie. Je kwam de buurvrouw tegen bij de groenten, maakte een grapje over de prijs van de bloemkool en aan de kassa zat Marie-Louise. Zij wist precies welk merk koffie ik dronk en vroeg altijd hoe het met mijn knie was. Vandaag de dag voelt een bezoek aan de winkel meer als een toelatingsexamen voor de technische hogeschool.
De jacht op de barcode
Overal staan ze nu: de zelfscankassa’s. Een rij blinkende apparaten die je aankijken alsof je hen een plezier doet door hun werk over te nemen. Ik zie mensen worstelen met een zakje pistolets waar de barcode niet op plakt, terwijl ze wanhopig over een scherm wrijven dat niet reageert.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet bang voor een beetje technologie, maar sinds wanneer ben ik in loondienst bij de supermarkt? Ik scan mijn eigen bonen, ik weeg mijn eigen appels en ik moet als een volleerd dief mijn eigen kassaticket scannen om de digitale slagboom te openen.
"Ik krijg geen loonstrookje, ik krijg geen korting voor mijn arbeid, maar ik moet wel de barcode-puzzel oplossen terwijl er een bewakingscamera in mijn nek hijgt."
Waar is de mens gebleven?
Het gaat me niet eens om dat scannen zelf. Het gaat om het menselijke contact dat we aan het wegsnijden zijn als een rotte plek in een appel. Voor veel mensen van onze generatie is dat praatje aan de kassa het enige gesprek van de dag. Die korte uitwisseling van woorden is de olie die de machine van onze maatschappij laat draaien.
Nu staan we daar, in een rij voor een machine die met een metaalachtige stem roept: "Onbekend artikel in de inpakzone". Nou, ik zal je vertellen wat er onbekend is: beleefdheid en tijd voor elkaar.
De illusie van snelheid
Ze zeggen dat het sneller is. Maar is dat zo? Ik sta vaak langer te wachten op een assistent die met een speciale kaart de kassa moet 'bevrijden' omdat ik een flesje wijn durf te kopen, dan dat ik vroeger bij Marie-Louise in de rij stond. We offeren de gezelligheid op aan het altaar van de efficiëntie, maar we houden onderaan de streep geen seconde extra over om echt te leven.
"De supermarkt is veranderd in een fabriekshal waar de klant de onbetaalde arbeider is. Ik mis de tijd dat een 'goeiedag' nog bij de prijs was inbegrepen."
Ik blijf koppig. Als er nog één kassa open is met een mens van vlees en bloed erachter, dan sluit ik daar aan. Al is de rij tot aan de diepvriesproducten. Want een praatje over het weer is me meer waard dan de snelle bliep van een zielloze machine.
Houd de rug recht, de blik scherp en blijf praten tegen elkaar – ook als de machine zegt dat u moet zwijgen.
Ben Boomer
Wandelaar, denker en voorvechter van het menselijke oordeel



