Ik was afgelopen zondag uitgenodigd bij mijn neef voor het middageten. De tafel was prachtig gedekt, de geur van het gebraad vulde de kamer en de sfeer zat er goed in. Tenminste, dat dacht ik. Want nog voor de eerste schep soep was uitgedeeld, verschenen ze: de smartphones.
Daar lagen ze, als glimmende indringers tussen het bestek. Bij elke 'ping' of 'tril' vlogen de ogen van mijn tafelgenoten naar hun schermpje alsof er een noodoproep van het paleis binnenkwam.
De vloeibare babbel is uitgedroogd
Vroeger was de eettafel een heilige plek. Het was de plek waar de plannen voor de week werden gesmeed, waar ruzies werden uitgevochten (en bijgelegd) en waar de vloeibare babbel zorgde voor de nodige ambiance. Je keek elkaar in de ogen. Vandaag de dag kijken we naar een scherm van vijf bij tien centimeter terwijl we mechanisch onze aardappelen naar binnen werken.
We zijn fysiek wel aanwezig, maar onze geest zit ergens in een groepsapp of is aan het scrollen door foto's van mensen die we nauwelijks kennen. We verkiezen de digitale schijnwereld boven de echte mens die tegenover ons zit en die waarschijnlijk iets veel interessanters te vertellen heeft dan wat er op Facebook passeert.
"Een smartphone aan tafel is als een onuitgenodigde gast die voortdurend door je verhaal heen kwettert. Het is een gebrek aan respect voor de kok én voor het gezelschap."
De fotograaf van de koude schotel
En dan heb je nog die andere nieuwe traditie: de eet-fotografie. Tegenwoordig mag er pas gegeten worden als het bord vanuit drie verschillende hoeken is gefotografeerd. Tegen de tijd dat die foto op het internet staat met een hoop hartjes erbij, is de saus koud en de goesting weg.
Ik begrijp het niet. Waarom moeten we aan de hele wereld bewijzen dat we lekker eten, in plaats van er gewoon van te genieten met de mensen die erbij zijn? We beleven het moment niet meer, we registreren het alleen nog maar voor een publiek van vreemden.
"Ik heb liever een warm gesprek bij een koud bord, dan een koude sfeer bij een 'perfecte' foto."
De mand-methode
Ik heb bij mijn neef een nieuw voorstel gedaan. Ik heb een oude rieten mand gepakt en die midden op tafel gezet. "Allemaal die lichtgevende plankjes erin," zei ik, "en wie als eerste zijn telefoon aanraakt, betaalt de volgende keer de rekening." U had die gezichten moeten zien! Het was alsof ik vroeg om hun rechterarm in te leveren.
Maar weet u wat het mooiste was? Na tien minuten onwennig naar elkaar kijken, begon het gesprek weer te stromen. Er werd gelachen, er werd gediscussieerd en we hebben de smaak van het eten écht geproefd. De wereld buiten de mand bleef gewoon doordraaien, ook zonder dat wij er elke seconde bovenop zaten.
Het menselijke oordeel vertelt me dat een goed gesprek meer voedt dan welke app dan ook. Dus als u mij volgende keer uitnodigt: laat die telefoon in uw jaszak. Ik ben namelijk veel interessanter in het echt dan op een pixelscherm.
Houd de rug recht, de blik op uw gezelschap en laat de technologie maar even afkoelen terwijl u geniet van uw eten.
Ben Boomer
Wandelaar, denker en voorvechter van het menselijke oordeel



