Krasse zeventiger Ben Boomer probeert mee te blijven met de technologie.
Lieve boomers en gewaardeerde vitale oude knarren,
toen ik een jaar of vijftien was – we schrijven de vroege jaren ’60 – kreeg ik voor mijn verjaardag een radiootje. Zo eentje met zo’n uitschuifbare antenne waar je voorzichtig aan moest draaien alsof je een kluis probeerde te kraken. Magisch vond ik het. Met een beetje geluk ving je Hilversum II op, en als het echt meezat: Radio Luxemburg, fluisterend tussen de ruis. Dat wás toen hightech.
Snelle sprong vooruit: we zitten nu in 2025. Ik ben een krasse zeventiger met een bril op mijn neus, een iPad onder mijn arm en een gezonde dosis argwaan voor alles wat ‘smart’ is behalve m’n hersenen. Want, lieve lezers, technologie mag dan vooruitgaan, mijn geduld gaat er omgekeerd evenredig mee achteruit.
Een voorbeeld? Laatst stond ik voor een parkeerautomaat in de stad. Geen muntsleuf te bekennen. Alleen een scherm, QR-code en de mededeling: “Betalen via app.” Welke app, dacht ik? De app van de gemeente? De app van de duivel? Uiteindelijk moest een jongen van een jaar of dertien me uitleggen hoe ik via iets dat “Scan & Park” heet, kon betalen. Vroeger gooide je er een gulden in, en klaar. Ik mis die eenvoud. En de guldens. Vooral die.
Nog eentje: ik kocht laatst een slimme thermostaat. Dacht: laat ik met mijn tijd meegaan. “Deze past zich automatisch aan uw leefpatroon aan,” stond er in de folder. Wat ik niet wist, was dat hij dat té goed zou doen. Na drie dagen had hij besloten dat ik blijkbaar het grootste deel van mijn tijd slapend op de bank doorbreng en draaide hij automatisch de verwarming omlaag. Nou, ik ben dan wel een gepensioneerde boomer, maar ik ben géén ijspegel.
Tussen ons gezegd en gezwegen: soms heb ik het gevoel dat apparaten slimmer worden, en ik dommer. Als ik mijn kleinzoon zie swipen, tappen en tikken alsof hij geboren is met een simkaart onder zijn huid, moet ik toegeven: wij Boomers zijn digitaal geadopteerd. Wij hebben moeten leren wat voor hen vanzelfsprekend is. En toch – toch ben ik trots dat ik nog meedraai. Al is het soms wat krakend.
En ik weet dat ik niet alleen ben. Ik hoor jullie zuchten bij updates (“moet dat nou weer?”), bij pop-ups (“akkoord? Met wát precies?”), en bij instellingen (“waarom staan ze nóóit op de juiste plek?”). Of wat te denken van spraakbesturing? “Zeg ‘Hey Google’,” staat er. Ik zei het. Mijn telefoon antwoordde: “Ik versta je niet.” Mijn vrouw mompelde: “Dat maakt twee.”
Maar laten we ook eerlijk zijn: er zijn prachtige dingen mogelijk. Dankzij Seniorennet heb ik leren videobellen – inclusief de lessen zonder kattenfilters. Ik mail nu met oude schoolvrienden, heb via internet weer contact met mijn jeugdvriend uit militaire dienst, en ik heb eindelijk begrepen wat een podcast is (en hoe je die niet per ongeluk aanzet op dubbele snelheid – ik dacht even dat ik doof werd). En hoewel ik nog steeds met tegenzin inlog op m’n DigiD, geeft het me een gerust gevoel dat ik het kan.
Dus, lieve boomers – laat je niet uit het veld slaan. Techniek is soms lastig, verwarrend en ronduit irritant, maar het is óók een wonder. Denk aan wat we allemaal hebben meegemaakt: de eerste kleurentelevisie, de maanlanding, de CD, de fax (wat een tijd was dat!), de mobiele telefoon, en nu… ja, de cloud. Of, zoals ik het liever noem: “de kast waar ik mijn digitale rommel in dump.”
Blijf nieuwsgierig. Stel vragen. Lach om je blunders. En help elkaar, want eerlijk is eerlijk: als er één generatie is die weet hoe je samen iets voor elkaar krijgt, dan zijn wij het wel. Dus als jij weet hoe je een Facebookwachtwoord reset, en je buurvrouw weet hoe je het geluid van Zoom aanzet – dan zijn jullie samen ineens een topteam. En dát, beste lezers, is pas echte technologie: mensen die elkaar helpen.
Tot de volgende
en tot die tijd: veel succes met je printer. (Als hij het vandaag doet, koester het moment.)
Hartelijke groet,
Ben Boomer



