Ben Boomer blijft worstelen met de moderne technologie, maar geeft de moed niet op.
Lieve medeboomers,
Ja, je leest het goed. Ik noem ons ‘boomers’. Waarom? Omdat we het zijn! We zijn die generatie die alles al heeft meegemaakt, van zwart-wit televisie tot kleurentelevisie, van de eerste computers tot die magische mobiele telefoons die je vertellen waar je bent (alsof je dat zelf niet meer weet). En weet je wat? Ik ben er trots op! We hebben de maanlanding meegemaakt, de opkomst van rock-‘n-roll, en de uitvinding van de magnetron—wat een tijd om te leven!
Maar goed, laten we eerlijk zijn. Het is niet altijd rozengeur en maneschijn om een zeventiger te zijn in de eenentwintigste eeuw. Technologie verandert zo snel dat ik soms denk dat ik een cursus Mandarijn moet volgen om mijn tv te bedienen. En dan heb ik het nog niet eens over sociale media! Wat is er gebeurd met gewoon bellen? Nee, tegenwoordig moet je appen, liken, en swipen. Ik krijg al een kramp in mijn duim bij de gedachte.
Maar laten we even eerlijk zijn. Als het aankomt op ouder worden, hebben wij boomers een bepaalde charme. We hebben die typische boomerhouding ontwikkeld: een gezonde dosis zelfspot en een goed gevulde zak met herinneringen aan de tijd dat de wereld simpeler was. En dat, mijn vrienden, is ons geheim wapen. We kunnen met een glimlach terugkijken op de tijd dat je met een simpele draaitelefoon iedereen kon bereiken, zonder eerst door een doolhof van keuzemenu’s te moeten navigeren.
Nu we het toch over moderne technologie hebben—ik moet toegeven, er zijn momenten waarop ik dankbaar ben dat ik in deze tijd leef. Neem bijvoorbeeld de elektrische fiets. Ja, ja, ik weet het, het is misschien een beetje vals spelen, maar zeg nu zelf: waarom zou ik mijn knieën nog meer verslijten dan nodig is? Tegenwoordig sjees ik met gemak langs die hippe twintigers die zich in het zweet trappen op hun racefiets. Ze kijken altijd een beetje jaloers, en ik? Ik geef ze een vriendelijke knik en roep: "Houd vol, jongen, je redt het wel!"
En dan is er nog het internet. Natuurlijk, het kan verwarrend zijn, en ik begrijp nog steeds niet precies wat een ‘meme’ is, maar hé, ik kan nu alles opzoeken. Onthoud je die tijd dat je naar de bibliotheek moest om iets op te zoeken in een encyclopedie? Dat hoef ik mijn kleinkinderen niet meer uit te leggen. Ik tik gewoon mijn vraag in en voilà, binnen enkele seconden weet ik alles wat er te weten valt over de Spaanse inquisiteur Torquemada of hoe ik die vervelende wespennesten in mijn tuin kan aanpakken (tip: blijf gewoon uit de buurt, dat werkt het beste).
Over kleinkinderen gesproken, dat is nog zoiets waar ik de moderne tijd voor moet prijzen. Videochatten! Wat een uitvinding. Nu kan ik mijn kleinkinderen zien opgroeien, zelfs als ze aan de andere kant van het land wonen. En het mooiste? Ik kan de verbinding verbreken wanneer het weer tijd is voor een dutje. Dat kon niet toen ze vroeger gewoon op bezoek kwamen. Je kunt je voordeur moeilijk dichtdoen terwijl ze in je woonkamer zitten.
Maar goed, niet alles is rozengeur. Soms voel ik me wel eens een buitenstaander in deze moderne wereld. Al die technologische snufjes, de veranderende maatschappij, het kan een beetje overweldigend zijn. Maar ik herinner me altijd één ding: wij, boomers, hebben al zoveel meegemaakt en overleefd. Van de Koude Oorlog tot disco en zelfs de trend van schoudervullingen—als we dat hebben doorstaan, kunnen we ook deze tijd met opgeheven hoofd doorstaan.
Dus, lieve boomers, laten we de moderne wereld omarmen. Ja, het is misschien even wennen, en ja, we zullen waarschijnlijk nog vaak genoeg onze kleinkinderen moeten bellen om te vragen hoe je dat ene ding op de computer ook alweer doet. Maar laten we ons vooral blijven verwonderen over de magie van deze tijd. Want weet je wat? Het is eigenlijk best mooi dat we hier nog zijn, klaar om nog meer herinneringen te maken, nog meer avonturen te beleven, en vooral—nog meer om over te klagen.
Blijf lachen, blijf genieten, en onthoud: wij boomers zijn taai, charmant, en bovenal, we zijn nog lang niet klaar!
Met een knipoog en een knikje,
Ben Boomer



