“Ken jezelf,” leerden we van de Oude Grieken. Maar hoeveel onder ons kennen zichzelf écht? Zijn we werkelijk zo’n gecompliceerde wezens? Of durven we de confrontatie met onszelf simpelweg niet aan?
In een lollige bui vroeg ik het onlangs aan een vriend. Hij antwoordde eerlijk dat hij er eigenlijk nooit bij stilgestaan had. We zijn waarschijnlijk veel te druk met onszelf bezig. En trouwens, wat zou zo’n zoektocht opleveren?
Intussen leveren archeologen, paleontologen, antropologen en tal van andere ‘-logen’ in alle stilte prachtig werk om meer te weten te komen over onze verre voorouders. Ze verdiepen zich in de mensensoort op deze aardbol. En straks gaan weer andere wetenschappers buitenaardse wezens bestuderen op verre planeten.
Maar mag ik jou eens vragen: heb jij weleens een oermens ontmoet? Of, nog frappanter: zou je de oermens in jezelf herkennen en durven erkennen?
“Wat wij vandaag onze ‘beschaving’ noemen, is dikwijls slechts een dun laagje vernis. En bij sommigen is dat laagje helaas flinterdun.”
“Komaan zeg, dat is toch al zo lang geleden,” hoor ik je al denken. Jawel, maar het gaat hier over onze voorouders, van wie we vandaag nog heel wat gekke eigenschappen meedragen. Gelukkig hoeven we ons er niet om te schamen. Waarschijnlijk stond de oermens zelf ook nooit stil bij deze instinctieve verschijnselen.
Ons lichaam en ons gedrag zitten namelijk nog stampvol evolutionaire overblijfsels uit de oertijd. Misschien liepen er toen al wezens rond met exact hetzelfde DNA als jij en ik.
Je rilt van de kou. Ik zie het. Je krijgt er zelfs kippenvel van. Wel, ook de oermens had daar bij wijlen mee af te rekenen. Hij vond het destijds zalig bij een warm vuurtje. En net als wij kreeg hij soms de bibber van ingebeelde angst.
Stress en spanning kennen we allemaal. Op zulke momenten maakt ons lichaam adrenaline aan. In de oertijd was dat een essentieel alarmsignaal om te overleven bij nakend gevaar. Vandaag de dag moet je met diezelfde adrenaline afrekenen tijdens een gespannen sfeer op kantoor, of bij een vlaag van verkeersagressie in de file.
“Neem voldoende nachtrust,” zegt de dokter. Maar onze biologische klok staat ook nu nog altijd geprogrammeerd op het oeroude ritme van de zon. Ertegen ingaan kan ons serieus met gezondheidsproblemen opzadelen.
“Als wij vandaag te horen krijgen dat de benzine schaars wordt, rijden we in paniek snel naar de pomp om de tank tot de rand toe te vullen. Ons hamsterinstinct komt meteen naar boven.”
En wat te denken van crisistijden? Het eerste wat we doen, is extra koopwaar inslaan. Ons oppotgedrag of het hamsterinstinct van de oermens komt dan meteen naar boven. Hij was destijds wel gedwongen om direct toe te slaan als hij de kans kreeg; hij moest er immers voor zorgen dat hij wat overhield voor de gure dag van morgen. Een dagelijkse toelevering of supermarkt bestond toen nog niet.
Hetzelfde geldt voor onze voeding. We eten vandaag erg calorierijk. Die onstuitbare eetlust had de oermens ook al. Hij sloeg instinctief vetten en suikers op om de onvermijdelijke tijden van voedselschaarste te overleven.
Zelfs ons xenofobe gedrag voor wat vreemd of nieuw is, is een overblijfsel. De oermens was op zijn hoede voor andere stammen. Ook vandaag staan we vaak nog sceptisch tegenover grote veranderingen of tegenover vreemdelingen, uit angst dat ze ons zouden kunnen bedreigen of onze job komen afnemen.
Straks ga ik gezellig op restaurant. Let er maar eens op: instinctmatig kies ik daar een lekker zitje met mijn rug naar de muur gekeerd. Mijn verre voorouders deden exact hetzelfde. Kwestie van niet onverhoeds in de rug aangevallen te worden tijdens het eten.
De bekommernis om te overleven kostte toen fysieke inspanning, dus was het de kunst om die inspanningen te beperken waar mogelijk. Die luie reflex zit nog in ons. Die ‘anderen’ zijn vaak pas interessant als we ze echt nodig hebben. Anderzijds stimuleren we maar al te graag ons eigen ego door anderen op te jutten en ze voor óns te laten opdraaien.
De oermens profileerde zich blijkbaar al miljoenen jaren geleden. Wetenschappers zijn vandaag de dag nog ijverig bezig om hun schedels te bestuderen en te vergelijken. We leerden op school over de Homo erectus en de Homo sapiens... Maar vanaf wanneer kunnen we die verre voorouder nu echt bestempelen als een beschaafd, menselijk wezen? Het blijft een moeilijke vraag.
“Had de Schepper ooit echt in gedachten om een volmaakt menselijk wezen te creëren? Of hield hij toen al stevig rekening met mogelijke concurrentie?”
Onze oermensen leefden oorspronkelijk in Afrika en zwierven van daaruit noordwaarts. Maar ook Australië kende zijn Aboriginals, en op het Amerikaanse continent ontwikkelden zich later de grote beschavingen van de Maya’s en de Azteken. Hadden al die oerwezens uit de verschillende windstreken ooit interactieve contacten met elkaar? Antropologen doen vandaag de dag nog steeds onthutsende vaststellingen. We zijn blijkbaar nog lang niet klaar met alle mysteries van de oermens—en dus ook nog niet met onze eigen identiteit!
Intussen werkt de evolutie zachtjes voort. Omdat we tot beschaafde wezens geëvolueerd zijn, moeten we ons vandaag gedisciplineerd gedragen, op vele vlakken en op vele momenten. Dat is een zware opgave. Voor sommigen althans. Discipline verplicht ons om rekening te houden met alle aspecten van ons mens zijn: met onze gezondheid, met onze voeding, onze omgang met de natuur, het klimaat en, niet in het minst, met onze grote, diverse samenleving.
Tijdens onze opvoeding zijn training en discipline dan ook belangrijke factoren om als beschaafd wezen in de maatschappij te kunnen fungeren. We proberen tegenwoordig zelfs onze huisdieren te onderwerpen aan diezelfde discipline, al noemen we dat dan liever 'africhten' of 'dresseren'.
Religie en moraal hebben de mond vol over het bannen van ondeugden. Het gaat dan om wraaklust, hebzucht, doodslag, afgunst, luiheid en onderdrukking... We zijn er helaas allemaal mee behept. We moeten ze continu bedwingen om ons sociale leven draaglijk te houden. En wie heeft ons met al die ondeugden opgescheept? Juist, de oermens! En we raken ze niet zomaar kwijt. Wetenschappers trachten het allemaal uit te zoeken. Een boeiende job, als je het mij vraagt.
De schepping verliep alleszins niet zoals de Bijbel het ons romantisch voorstelt. Hoe dan wel? Mogelijk beperkte de Schepper zich destijds tot het simpelweg aanzetten van de productiemachine, om vervolgens op de mens te rekenen om dat productieproces in goede banen te leiden. Maar wie heeft zijn werk daar gaandeweg niet helemaal ter harte genomen?
“Och ja, we zijn maar mensen,” hoor ik je al zeggen. Onze producten kunnen dus ook niet volmaakt zijn. Vele menselijke creaties verdienen echt geen schoonheidsprijs. Onze generatie draagt nog altijd het label: “Mooi, maar onvolmaakt.”
In afwachting van onze definitieve volmaaktheid blijven we ons vandaag beroepen op wetenschappers, medische spitstechnologie en esthetische ingrepen. We trachten de natuurlijke evolutie zo een handje toe te steken.
Maar als we er goed over nadenken, zijn we tenslotte toch maar een kleine, zwakke schakel in die enorme, ondefinieerbare scheppingsketen. Bestemd om na een korte of langere tijd weer geruisloos te verdwijnen in het grote niets.
Wat staat vast voor morgen? De gouden regel van de variatie blijft gelden.
Thieu Vanhees



