Wandelen is wat Ben Boomer het liefst van al doet.
Nog even doorstappen!
Liefste boomer, ik zeg het je: het is niet altijd simpel om de benen nog mee te krijgen, maar toch hou ik vol! Vogels kijken en wandelen, daar zit mijn hart – en ja, af en toe ook mijn zucht, vooral als de knieën beginnen protesteren. Mijn wandelgroepje bestaat uit een bonte mix van buurmannen en buurvrouwen, jong en oud, met allemaal dezelfde passie voor frisse lucht en een goed gesprek. We hebben al heel wat avonturen achter de rug. Soms vragen ze zich af of ik het allemaal nog kan volgen, maar ach, met wat zelfspot en een goeie pint achteraf komt alles wel in balans.
Onze laatste tocht ging naar het Zwin, je weet wel, dat prachtige natuurgebied aan de kust. We vertrokken ’s ochtends vroeg, goed ingepakt tegen de wind, en ik moet eerlijk toegeven: bij de eerste kilometers dacht ik al bij mezelf ‘Oei, Ben, waarom doe je dit jezelf nog aan?’ Maar dan zie ik die grote zilverreiger opstijgen en hoor ik het enthousiaste geroep van de jongere wandelaars: ‘Kijk, Ben, dat is er eentje!’ Ja, daar doe ik het voor. Mijn benen mogen dan wel protesteren, maar mijn ogen genieten met volle teugen.
Na een stevig stuk stappen belanden we uiteraard op een terrasje. Want daar, beste boomer, begint het échte werk. Een streekbiertje in de hand, een glimlach op het gezicht, en de tongen die beginnen te rollen. We zitten allemaal met dezelfde gedachten: die jeugd van tegenwoordig, wat zijn ze onstuimig! Maar het duurt niet lang of we moeten bekennen dat wij vroeger ook geen katjes waren om zonder handschoenen aan te pakken. ‘Herinner je nog die keer in de Ardennen, Ben?’ roept een van de buren. Ja hoor, dat weet ik nog goed: een halve dag verdwaald, zonder gps, maar we vonden uiteindelijk wel de weg naar dat gezellig caféetje. Tegenwoordig vertrouwen ze blindelings op hun telefoon, maar wij deden dat puur op gevoel!
Een andere favoriet van onze groep is de Kempen. Heerlijke bossen, uitgestrekte heidevelden, en als de zon zakt, een terrasje in een pittoresk dorpje. Daar zijn we allemaal even oud, jong en oud door elkaar, als we het hebben over de streken die we vroeger uithaalden en de energie die we hadden. Tegenwoordig kunnen de benen het tempo niet altijd meer aan, maar de geest is nog even jong.
Onze wandelingen blijven niet beperkt tot eigen land. Een paar jaar geleden zijn we zelfs in de Eifel geweest, net over de grens in Duitsland. Prachtig heuvelachtig gebied, maar, eerlijk is eerlijk, die kuiten hadden daar echt hun handen vol mee. Je wordt als boomer geconfronteerd met je eigen grenzen, en dat is oké. Want wat is er heerlijker dan na zo’n inspanning achterover te leunen met een verfrissend Duits biertje en nostalgisch terug te blikken? We spraken over de dagen van bromfietsen en wilde kapsels. Ja, ja, ik had er ook zo eentje, geloof het of niet.
Ah, de Vogezen! Als er één plek is waar mijn hart sneller van gaat kloppen – behalve bij dat ene terrasje in de buurt – dan is het wel de Vogezen. Misschien heb jij er ook herinneringen aan, zo’n plek waar je ooit met de auto naartoe reed voor een vakantie in de frisse buitenlucht, groene heuvels zo ver je kunt kijken en vogels die je thuis nooit ziet. Vorige zomer heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben ik met ons wandelgroepje, een stel enthousiaste buren – jong én oud – naar de Vogezen gegaan voor een stevige tocht. En laat me je zeggen, dat was er eentje om niet snel te vergeten.
We vertrokken vol goede moed op een zonnige ochtend, de lucht helderblauw en de vogels al fluitend om ons heen. De route slingerde door dichte bossen, over stenen paadjes en langs kabbelende beekjes. Het landschap was zo idyllisch dat ik bijna vergat dat mijn benen na een uur al begonnen te protesteren. Maar ja, ik ben koppig – net als jij misschien – en dus zette ik dapper door. Want je weet, het draait niet alleen om de kilometers die je aflegt, maar vooral om wat je onderweg tegenkomt.
Natuurlijk had ik mijn verrekijker bij me, want als vogelliefhebber kun je in de Vogezen je hart ophalen. Halverwege de wandeling hoorde ik ineens dat vertrouwde roffelen in de verte. De zwarte specht! Misschien ken je ‘m wel, met zijn rode kop als een opvallend signaal in het bos. Het duurde niet lang voor ik ‘m in het vizier had, en geloof me, dat moment maakte elke stap meer dan waard. En dan was er nog de goudvink, een prachtbeest met zijn felrode borst. Je hebt ‘m vast wel eens gezien, maar daar, tussen die bomen, leek hij bijna speciaal voor ons te poseren. Ik stond daar met mijn verrekijker, even helemaal vergeten hoe moe mijn benen waren. Maar dat is het mooie aan zo'n wandeling: je verliest jezelf in de natuur.
Nu moet ik eerlijk zijn: tegen het einde van de tocht begonnen mijn knieën serieus te klagen. De heuvels in de Vogezen zijn niet mals, vooral niet als je het Vlaamse vlakke gewend bent. Maar zoals altijd, was er een Frans terrasje dat ons tegemoet kwam. En dat wijntje dat ik daar kreeg? Dat smaakte beter dan ooit tevoren. We ploften neer, bestelden allemaal iets lekkers, en natuurlijk kwamen de verhalen snel los. We keken elkaar aan en moesten lachen om hoe jong en onbezonnen we ooit waren, rennend door bossen zonder ooit een pijntje te voelen. ‘Ach,’ zei iemand, ‘vroeger waren we sneller, maar nu hebben we betere verhalen.’
Dus, als je ooit nog eens zin hebt in een wandeling die de moeite waard is, probeer de Vogezen eens. Het kan zijn dat je benen wat protesteren, maar hé, dat lokale wijntje en die goudvink maken alles goed. En onthoud, er is altijd een terrasje in de buurt als de benen niet meer willen.
Dus, boomer, blijf niet op je zetel zitten mokken over die stramme gewrichten of dat vergeten brilletje. Ga naar buiten, voel de wind in je gezicht en geniet van die wandelingen, al gaan ze misschien iets trager dan vroeger. En als het niet meer zo vlot gaat? Ach, er is altijd wel een terrasje met een goed biertje en nog betere gesprekken. Want zoals ze zeggen: ‘Het leven begint pas echt wanneer je je schoenen hebt uitgetrokken en een pint in je hand hebt.’
Tot de volgende wandeling, boomer-vrienden!



