Ben Boomer wordt nu de dagen weer warmer zijn nostalgisch naar de zomers uit zijn jeugd...
Ah, de zomers van weleer! Als prille zeventiger kijk ik met een glimlach terug naar die zinderende zomers in ons kleine dorpje in de verste uithoek van Vlaanderen. Het was een tijd waarin de dagen langer leken te duren en de zon altijd scheen. Of misschien herinner ik het me gewoon zo, maar dat mag de pret niet drukken, toch?
In ons dorp was er altijd iets te beleven. De hitte zorgde ervoor dat iedereen naar buiten kwam, als mieren op zoek naar een koele schaduwplek. Onze favoriete plek? De enige vijver in de buurt, waar we ons in het water stortten alsof we Olympische zwemmers waren. Natuurlijk was het water meer modder dan kristalhelder, maar dat kon ons niet schelen. De ware durfallen waagden zich zelfs aan de "duikplank", een overhangende tak van de oude eik. Ik herinner me nog de dag dat Jef, die altijd beweerde dat hij geboren was met zwemvliezen, een indrukwekkende salto probeerde te maken. Hij eindigde met een platte buiklanding en een applaus dat tot in het dorpscafé te horen was.
Dat dorpscafé, ah, dat was het epicentrum van ons zomerse avontuur. Café De Gouden Zon heette het, al was de zon die er scheen vooral te danken aan de goedkope bierprijzen. Mijn grootvader beweerde dat hij daar ooit een pintje had gedronken voor vijf frank. Ik durfde hem niet tegen te spreken, maar zelfs toen klonk dat al als een fabel. Op zwoele avonden zaten we op het terras en luisterden naar de sterke verhalen van de oude garde. "Wist ge nog toen we met de kermis de pastoor in het rad van fortuin hadden gestopt?" zei Marcel altijd met een knipoog. Natuurlijk wist niemand het nog, maar dat maakte het verhaal juist beter.
En dan waren er de ijsjes! Bij de plaatselijke ijscokar was de keuze beperkt tot vanille, chocolade en aardbei. Maar wat het écht speciaal maakte, was de ijscoman zelf, Joske. Hij had een opmerkelijk talent om met zijn kar precies op de juiste momenten langs te komen. Had iemand net een spannende anekdote afgerond of een slok van zijn lauwe pils genomen, dan klonk daar ineens het belletje van Joske. We vermoeden nog steeds dat hij een zesde zintuig had voor dorst en roddels.
Er was ook die keer dat we besloten een "zeepkistenrace" te houden. Met veel kunst- en vliegwerk hadden we onze karren in elkaar geknutseld, met wielen die we van oude kinderwagens hadden gepikt en planken die eigenlijk bedoeld waren voor een schutting. Jan, die altijd dacht dat hij een ingenieur was, had zelfs een stuur gemonteerd. Op de grote dag stonden we aan de top van de heuvel, klaar voor de race. Het ging geweldig... totdat de kar van Jan uit elkaar viel en hij in een struik belandde. Zijn gezicht, bezaaid met bladeren en een verbaasde blik, was goud waard.
De zomerse avonden werden vaak afgesloten met een kampvuur op het veld van boer André. Die had altijd een stapel oude hooibalen liggen die perfect waren om in de fik te steken. We zaten dan in een kring, braadden marshmallows die we eigenlijk niet hadden (het waren eerder verdwaalde snoepjes die we op een stok prikten) en vertelden spookverhalen die niemand eng vond, behalve misschien kleine Janneke, die altijd vroeg naar huis wilde.
En wie kan de jaarlijkse kermis vergeten? Die ene keer dat Karel, na iets te veel kermisbier, dacht dat hij de sterkste man van het dorp was en probeerde een reuzenradstoel op te tillen. De kermisbaas stond erbij en keek ernaar, hoofdschuddend maar glimlachend. Uiteindelijk slaagde Karel er alleen maar in om zichzelf onder de stoel vast te zetten. We hebben hem bevrijd met een hoop gelach en een belofte dat hij volgend jaar nuchter zou blijven. Dat is natuurlijk nooit gebeurd.
Het leven was simpel, maar gevuld met kleine momenten van puur plezier. We hadden geen airco, geen smartphones of streamingdiensten, maar we hadden elkaar en dat was genoeg. Nu, als ik in mijn comfortabele stoel zit en naar de moderne wereld kijk, kan ik alleen maar glimlachen en denken aan die warme zomers. Ze waren misschien niet perfect, maar ze waren van ons.
Dus, aan alle jonge zeventigers die dit lezen, hef een glas op de zomers van vroeger en laat ons niet vergeten dat de beste herinneringen vaak in de simpelste momenten liggen. Tot de volgende keer, en vergeet niet te genieten van de zon, al is het maar in gedachten!
Met een warme groet,
Ben Boomer



