“Mijn Vlaanderen spreekt een eigen taal. God gaf elk land de zijne. En, laat ze rijk zijn, laat ze kaal: ze is Vlaams en ze is de mijne.”
Deze verzen van Guido Gezelle boezemden me als kind al ontzag in. Ze hingen thuis netjes ingekaderd in de huiskamer. Ik leerde dat ik een Vlaming was en in Vlaanderen leefde. Vandaag lijken deze woorden echter overwoekerd door onverschilligheid. We staan wat koeler tegenover onze warme poëzie. Zijn we te opportunistisch geworden om nog te strijden voor "In Vlaanderen Vlaams"?
De gehavende taal van nu
De Vlaamse taalstorm is blijkbaar uitgeraasd. Spreken we nog wel keurig Nederlands? Vandaag spreekt de nieuwe generatie vlot Frans en Engels, maar hun Nederlands lijkt vaak een gehavende versie van het ABN van toen. Wanneer ik jongeren aanspreek op spelling of uitspraak, is het antwoord vaak: “Dat komt toch zo nauw niet, meneer? Ze verstaan me wel!”
Waar is onze taalfierheid gebleven? Ooit beschouwden we het Nederlands als het fundament van onze cultuur. Als leraar Nederlands zag ik hoe ouders dapper meewerkten; keurig spreken in de huiskring was een trendsetter. Een rijke leescultuur was een bonus voor de toekomst.
Woorden die sterven
Als de mens evolueert, evolueert de taal mee. Sommige woorden sterven simpelweg uit.
Woorden in de wachtkamer van de geschiedenis
- Uit gebeden: Schrijn, barmhartig, legerscharen, louteren.
- Uit de omgangstaal: Tronie, snoodaard, zemelaar, lamlendig.
- Nieuwe bewoners (Leenwoorden): Meeting, privacy, sowieso, allure, ticket.
Omdat het Nederlands een relatief "zwakke" taal is vergeleken met haar grote zussen, absorberen we razendsnel nieuwe technologieën en gewoontes. Onze "Dikke Van Dale" hoeft voorlopig dus niet aan afslanken te denken.
Boksen tegen een zwaargewicht
Taalpuristen vechten al jaren tegen de bierkaai. Onze voorouders streden bitter tegen de overheersing van het Frans. Vandaag gedogen we het Engels op alle vlakken. Het valt te vrezen dat onze universiteiten en overheidsdiensten het Nederlands weldra degraderen tot een streektaal.
Het Nederlands staat in de touwen tegenover een sparringpartner uit de zwaargewichtencategorie. De volgende generatie zal de handschoen waarschijnlijk niet meer opnemen. Waarom zouden ze ook? Hun horizon is breder dan de onze. Misschien kijken zij later hoofdschuddend terug op onze generatie: waarom maakten ze zich daar toch zo druk over?
Pluskinderen van de taal
Termen als taalverrijking en taalverarming zijn relatief. Misschien moeten we de invloeden van buitenaf niet zien als indringers, maar als onze "pluskinderen". Wellicht zorgt een eengemaakt Europa in de toekomst zelfs voor een eengemaakte taal.
We mogen met een open geest uitkijken naar new arrivals. Want hoe de taal ook verandert, ze blijft van ons. Of zoals Gezelle zei: "Ze is de mijne."



