Na WO II kregen ook onze zeden en gewoonten een kleine revolutie te verduren. De herwonnen vrijheid gaf ons een nieuwe boost. We tastten met enige lef onze religieuze grenzen af. Het was alsof we eindelijk komaf durfden maken met de vermolmde leefwijze van onze voorouders.
Vooral het kerkelijk gezag kreeg een flinke knauw. Er roerden onderhuids flink wat reacties op de traditionele voorschriften. De gelovigen lieten zich niet meer paaien met “het was altijd zo”. Men nam een loopje met de kerkelijke verplichtingen. Waarop de kerk dan weer paniekerig begon te reageren met hernieuwde missionering om de gelovigen toch maar in de pas te houden.
Tijdens ons internaatsleven van de jaren vijftig ondergingen we nog een strenge katholieke discipline. Mogelijk hoopten onze geestelijke opvoeders dat wij het religieuze schip doorheen de storm zouden loodsen. Maar wij deelden die verwachtingen niet. We keken hoopvol uit naar een nieuwe uitdagende en boeiende wereld, waarin we zovele nieuwe dingen konden beleven. Onze horizon werd breder en we konden voortaan zelf kiezen tussen goed en kwaad. Vooral de waarschuwingen van het zesde en negende gebod prikkelden onze nieuwsgierigheid.
Er daagde een nieuwe lente met een heel nieuw geluid. In “the roaring fifties and sixties” kreeg onze samenleving een behoorlijke opknapbeurt. De preuts- heid werd weggepoetst. We waren doodgewone mensen die zelf hun weg wensten uit te stippelen in de rimboe, zonder bemoeienissen van de pastoor. Wanneer we met de zondagse wandeling de pronte geüniformeerde meisjes van de locale scouts kruisten, konden we onze begerige puberogen ongeremd de kost geven. Jongens, wat voor moois stond ons nog te wachten! En dan te bedenken dat het woord seks niet uit het zondige lexicon was weg te branden. Voorheen was het ons zelfs verboden naar de meisjes te kijken. Een studiegenoot werd prompt van school gestuurd omdat hij betrapt werd met een ”naaktfoto” van een vrouw, zedig gekleed in een badpak. Een door de filmliga gekeurde film kon volgens de directie niet vertoond worden wegens een “intieme kusscène”. Volgens onze opvoeders lag de duivel bestendig op de loer om je tot zonde te verleiden. In onze romantische fantasie bekleedden we het zwakke geslacht liefdevol met de status van het hoogste ideaal, nog groter en mooier dan alle andere idealen die ons werden aangeprezen.
En de filmcultuur speelde daar handig op in. Meisjes gingen zich opvallend uitdagend kleden. Ze etaleerden hun charme zonder schroom, in navolging van de filmdiva’s als Brigitte Bardot en Gina Lolobrigida.
De minimode verscheen in het straatbeeld. Niemand van ons kneep zijn ogen dicht, omdat hij kuis wou blijven. Aan het strand vervingen bikini’s de zedige vooroorlogse badpakken.
Ook de muziek klonk veel opwinderder dan voorheen. Na de jazz en de swingmuziek deed de rock-‘n-roll zijn intrede. Popsterren als Elvis Presley en Chuck Berry gaven de toon aan. Statische dansen werden verdrongen door wervelende acrobatische bewegingen. Het leek alsof alle schone slaapsters op hetzelfde uur gewekt werden. Overal werden dansfeesten georganiseerd, bij het gewone publiek bekend als bals.
Maar volgens de geestelijke overheid waren dat oorden van verderf. De kerk hield vast aan de conservatieve morele normen, en zag de moderne secularisatie met lede ogen aan. Vooral het doorbreken van taboes rond seksualiteit ging volgens haar te ver. De wereldse verleidingen werden gezien als regelrechte zedenverwildering en anti-cultuur. Gemengde dansen, toneelspelen, muziekuitvoeringen werden beschouwd als gelegenheden tot zondig gedrag, en waren een groot gevaar voor de “goede zeden”. Priesters schaamden zich niet om meisjes als zondige wezens af te schilderen. Ze waren er steeds op uit om brave jongens mee trekken in de “poel des verderfs”. Zulke kortzichtige visies lokten natuurlijk pittig gegrinnik uit.
We durfden nu tastbaar en zonder gène van onze jeugd genieten. We versierden dates om onze ontluikende liefde te ontgrendelen. We stoorden ons niet meer aan het menselijk opzicht. Het hek was van de dam. Het kerkelijk gezag ergerde zich in toenemende mate aan het feit dat het volk de steun van God minder nodig had sinds de nieuwe welvaart en de lossere mentaliteit.
We voelden ons een tweede maal “bevrijd” door deze stille geweldloze revolutie, of liever, we worstelden ons los uit onze frustraties, uit de geboden en verboden waaronder onze ouders gebukt gingen. Na het afgegooid juk konden we onze volwassenheid met een nieuwe lei vorm geven. Natuurlijk zouden we ook struikelen over dezelfde hindernissen als onze ouders, maar dat namen we er graag bij.
Vandaag lijkt de nieuwe generatie nog losser in het liefdesleven. Opeenvolging van kortdurende relaties blijkt het nieuwe normaal te zijn. Vroeger leidde de liefde na een verlovingsperiode naar “een plechtig huwelijk”. Nu is men gewoon “samen met een partner” zonder enige complimenten. En alle vormen van liefde kunnen. Niemand nog die aanstoot neemt. Onze samenleving is ook veel toleranter Maar kunnen we nog rekenen op datzelfde “cement” waarmee de kerk haar schapen samenhield en in dezelfde richting dreef?
De volgende generatie zal onze samenleving kritisch onder de loep houden en een oordeel vellen. Dat is hun volle recht. Maar moeten we ons daar nu al zorgen over maken? Iedere generatie mag haar eigen levensstijl bepalen. Dat is de toch de positieve kant van de nieuwe vrijheid. En onze generatie was zeker niet beter of slechter dan de vorige!
THIEU VANHEES



