We waren kinderen met kinderdromen en een grote verbeelding.
Op de paardenmolen mochten we eindeloos rondjes draaien. We bewonderden de kermisclowns en konden er ons enthousiasme naar hartenlust botvieren.
Maar het onvergetelijkste spektakel wachtte ons in het poppentheater, bij voorkeur vanop de eerste rij.
Daar mochten we zelfs deelnemen aan het spel. We riepen, zwaaiden met onze handen, stampten met onze voeten en waarschuwden de held wanneer het gevaar achter het gordijn naderde.
Dat gebeurde vooral met veel enthousiasme en nog meer gekrijs.
In het poppentheater waren we niet alleen toeschouwers. We voelden ons medespelers in het grote avontuur.
Een voorafspiegeling van het leven
We beseften toen nog niet dat het poppenspel misschien een voorafspiegeling van het echte leven was.
In het poppentheater bewogen de poppen aan touwtjes. In de poesjenellen werden de figuren met stangen bestuurd. Beide waren populaire vormen van volkstheater waarin bekende figuren en toestanden uit de samenleving op de korrel werden genomen.
Dat gebeurde tot groot jolijt van het publiek.
Op het podium verscheen een bont allegaartje van arrogante snoeshanen. Ze dansten naar de pijpen van degene die aan de touwtjes trok.
Ridders, jonkvrouwen en heerschappen van bonafide en malafide pluimage passeerden de revue. Ze leken zo uit het dagelijkse leven gegrepen.
De poppen keken ons soms een beetje wezenloos aan. Ze verrichtten goede en minder goede daden, namen verstandige en dwaze beslissingen en waanden zich geregeld ongeëvenaarde, superieure schepsels.
Kijk eens naar mij!
Wij konden hen enthousiast toejuichen of met evenveel overtuiging uitjouwen. Voor ons waren het iconische vedetten.
De held uithangen
Soms wilden we zelf het ridderlijke zwaard hanteren om korte metten te maken met een dwaze situatie. Of we wilden de boosdoener naar de keel grijpen.
Het was een ideale gelegenheid om onze nog ongetemde kinderlijke woede af te reageren.
Nu zie ik de pedagogen onder u al glimlachend instemmen.
In dat kleine theater mochten we zonder veel gevolgen partij kiezen. We wisten precies wie de held was en wie de slechterik. Goed en kwaad waren nog netjes van elkaar te onderscheiden.
De ridder zou winnen. De boosdoener kreeg zijn verdiende loon. En daarna kon het gordijn dicht.
Was het echte leven maar altijd zo eenvoudig.
Als kind wisten we precies wie de held en wie de boosdoener was. Later werd dat onderscheid een stuk moeilijker.
Dansen wij nog altijd aan touwtjes?
Ook vandaag herkennen we in onze samenleving tal van taferelen uit het poppenspel.
We krijgen graag lof toegezwaaid. We horen mensen graag voor ons applaudisseren en staan maar wat graag even in het middelpunt van de belangstelling.
Kijk eens naar mij!
Tegelijk kunnen we ons stevig ergeren aan allerlei wantoestanden. Aan dwaze politici, oorlogsgeweld, onrechtvaardige beslissingen en mensen die menen dat voor hen andere regels gelden.
We kijken toe, roepen onze afkeuring en wijzen zonder aarzelen de boosdoeners aan.
Maar misschien zijn we zelf vaker een pop in het theater dan we willen toegeven. We laten ons meeslepen door grote woorden, fraaie beloften en verontwaardiging. Soms wordt er met onze voeten gespeeld zonder dat we het meteen beseffen.
Wie trekt er dan aan onze touwtjes?
De politiek? De reclame? De media? Onze omgeving? Of onze eigen behoefte om gelijk te krijgen?
Ook wij willen de ander soms domineren of een ferme loer draaien. En wanneer het ons goed uitkomt, meten we ons een ridderlijke houding aan.
We bestijgen ons denkbeeldige paard, trekken ons zwaard en roepen opnieuw:
Kijk eens naar mij!
Wanneer de voorstelling vordert
Pas wanneer het poppenspel zijn ontknoping nadert, staan we wat vaker stil bij ons leven.
Dan beseffen we hoe betrekkelijk het allemaal is. We zien ook beter hoe ingewikkeld onze samenleving in elkaar zit en hoe er altijd wel iets misloopt door het menselijke geklungel.
De zuivere helden en volmaakte boosdoeners uit onze kinderjaren blijken nauwelijks te bestaan.
Mensen zijn zelden helemaal goed of helemaal slecht. Ze nemen beslissingen, maken fouten, proberen iets te herstellen en struikelen vervolgens opnieuw over hun eigen goede bedoelingen.
Misschien geldt dat ook voor onszelf.
Met het ouder worden zien we niet minder, maar meer schakeringen tussen goed en kwaad.
De poppenkast van ons leven
Terwijl we onze kleinkinderen vrolijk naar huis zien huppelen, blijven wij nog even zitten om na te mijmeren over de poppenkast van ons leven.
We nemen er misschien niet meer met hetzelfde enthousiasme aan deel. De onstuimige impulsen uit onze jeugd zijn wat bedaard. We huppelen niet meer zo soepel als vroeger en sommigen onder ons vinden steun bij een wandelstok of rollator.
Maar daarom zijn we nog geen willoze toeschouwers geworden.
We kijken aandachtiger. We herkennen soms sneller wie er aan de touwtjes probeert te trekken. En misschien kunnen we onze kleinkinderen af en toe influisteren wanneer de boosdoener achter het gordijn verschijnt.
Zoals zij in het poppentheater uit volle borst zouden roepen:
“Pas op! Hij staat achter je!”
Op een dag zullen we onze eigen poppen moeten opbergen in de archieven van de herinnering. Dat hoort bij iedere voorstelling, hoe boeiend, dwaas of meeslepend ze ook is geweest.
Het gordijn schuift langzaam dicht.
In My Way zingt Frank Sinatra over dat laatste gordijn. Zijn woorden herinneren ons eraan dat iedere voorstelling eindig is en dat een mens uiteindelijk terugkijkt op de rol die hij heeft gespeeld.
Maar zolang het doek nog niet helemaal gevallen is, kunnen we blijven kijken, nadenken en ons af en toe nog verwonderen.
Misschien mogen we zelfs nog eens luidkeels waarschuwen wanneer het op het podium verkeerd dreigt te lopen.
Want je weet maar nooit.
Misschien volgt er nog een onverwachte scène.
Thieu Vanhees
Oorspronkelijk verschenen op 8 juni 2026
De artikels over levensvragen en zingeving zijn bedoeld ter inspiratie en bezinning. Ze vormen geen vervanging voor professionele psychosociale begeleiding of therapie.








