Voeding vult niet alleen onze magen, ook de media hebben er de mond vol van.
(Ultra)bewerkte voeding wordt vaak meteen geassocieerd met ‘ongezond’. Maar helpt dit debat de consument echt bij het maken van gezondere keuzes? Wat duidelijk werd tijdens de dialoognamiddagen over bewerkte voeding, georganiseerd door Fevia (de federatie van de Belgische voedingsindustrie), is dat er een gebrek aan nuance heerst. Het is tijd om de polarisatie te doorbreken en experts aan het woord te laten.
Het nut van voedselbewerking
Voedselbewerking zoals snijden, malen, verhitten en fermenteren is cruciaal om ervoor te zorgen dat voedsel veilig, eetbaar en smakelijk is. Dit feit wordt vaak over het hoofd gezien, terwijl niemand betwijfelt dat bijvoorbeeld graan bewerkt moet worden om het eetbaar te maken. Zoals Jan de Vries van het Whole Grain Initiative zegt: “Graan moet je bewerken om ervan te kunnen eten. Je maakt de voedingsstoffen van graan beschikbaar door verwerking.” Bovendien zorgen bewerkingsprocessen ervoor dat voedsel langer houdbaar is, wat voedselverspilling vermindert en ervoor zorgt dat voeding beschikbaar blijft, zelfs buiten het oogstseizoen.
Denk bijvoorbeeld aan melk die gepasteuriseerd moet worden om schadelijke bacteriën te verwijderen, of groenten die ingevroren worden om hun voedingswaarde te behouden. Zonder deze bewerkingen zouden veel producten niet veilig of praktisch zijn voor consumptie. Fermentatieprocessen, zoals bij yoghurt en zuurkool, verbeteren niet alleen de smaak, maar ook de voedingswaarde door probiotische culturen toe te voegen die goed zijn voor de darmgezondheid.

De onduidelijkheid van 'ultrabewerkt'
De term 'ultrabewerkte voeding' komt overal op en wordt vaak negatief belicht. Fevia bracht experts samen die aantoonden dat het NOVA-classificatiesysteem, dat voeding in vier categorieën van bewerking verdeelt, niet zonder problemen is. Zo worden producten van verschillende nutritionele kwaliteit allemaal in dezelfde ‘ultrabewerkte’ categorie geplaatst. Dit systeem houdt geen rekening met de voedingswaarde, wat een belangrijkere maatstaf zou moeten zijn. Nicolas Guggenbühl van de Haute École Leonard de Vinci stelt: “Voeg een bouillon toe aan de groentesoep die je thuis maakt en boem, je soep is ultrabewerkt.”
Het NOVA-systeem, erkend door de FAO (Food and Agriculture Organization of the United Nations), wordt veel gebruikt in onderzoek, maar zelfs experts hebben moeite om producten consistent in de juiste categorie te plaatsen. Dit leidt tot verwarring en misverstanden bij consumenten. De vierde categorie van het NOVA-systeem, ‘ultrabewerkte voeding’, omvat een breed scala aan producten, van volkorenbrood en margarine tot koekjes en snoep. Deze diversiteit maakt het moeilijk om algemene uitspraken te doen over de gezondheidseffecten van ‘ultrabewerkte’ voeding.
De voedingswaarde voorop
Onderzoek toont alleen associaties aan tussen de mate van bewerking en negatieve gezondheidseffecten, maar geen causaal verband. Wat echt telt, is de voedingswaarde van een product. Consumenten zouden zich moeten richten op volkoren producten, groenten, fruit, noten, zaden en peulvruchten. De voedingsindustrie werkt dan ook hard om de samenstelling van hun producten te verbeteren volgens de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad. Yvan Larondelle van UCLouvain zegt: “We moeten ons in eerste instantie richten op de voedingswaarde van producten, niet op de mate van verwerking.”
Gezonde voeding draait om een gebalanceerde inname van voedingsstoffen. Een product kan ‘ultrabewerkt’ zijn volgens het NOVA-systeem, maar toch waardevolle voedingsstoffen bevatten. Denk aan verrijkte ontbijtgranen of bewerkte zuivelproducten die essentiële vitaminen en mineralen leveren. De focus op de mate van bewerking kan afleiden van het belangrijkste doel: een gezond en gebalanceerd dieet.
Additieven en bewerkte voeding
Er is veel onwetendheid over additieven, ook wel E-nummers genoemd. Deze stoffen hebben een technologische functie, zoals conserveren of smaak versterken, en kunnen zelfs van nature in voedsel voorkomen. De aanwezigheid van additieven zegt niets over de verwerkingsgraad van een product. Zoals Bruno De Meulenaer van UGent stelt: “Het toevoegen van een additief heeft een technologische functie en is een bewuste keuze. Laten we wegblijven van simplismen en voorrang geven aan het wetenschappelijk debat.”
Veel consumenten zien additieven als kunstmatige stoffen die per definitie ongezond zijn, maar dit is een misvatting. Citroenzuur (E330), bijvoorbeeld, komt van nature voor in citrusvruchten en wordt vaak toegevoegd aan producten om de zuurgraad te reguleren en bederf te voorkomen. Sommige additieven, zoals antioxidanten en conserveermiddelen, kunnen zelfs helpen om de voedingswaarde van producten te behouden door oxidatie en bederf te vertragen.

Een integrale aanpak voor gezonde keuzes
Het maken van gezondere keuzes moet eenvoudiger worden gemaakt. Consumenten hebben vaak onvoldoende kennis over voeding. Initiatieven zoals kookworkshops en buurtkeukens kunnen hierbij helpen. Tania di Calogero van het Observatoire de la Santé du Hainaut benadrukt: “Een deel van de oplossing? We moeten focussen op kennis en knowhow door onze visie op voeding te verbreden.”
Daarnaast moet de voedselomgeving verbeterd worden. Prijzen, toegankelijkheid, en marketing spelen een cruciale rol in de keuzes die consumenten maken. Gezondere opties moeten niet alleen beschikbaar, maar ook aantrekkelijk en betaalbaar zijn. Loes Neven van Gezond Leven zegt: “Je kan enerzijds inzetten op sensibilisering en communicatie maar da’s niet voldoende. Daarnaast heb je de voedselomgeving die moet aangepakt worden. Prijs, toegankelijkheid, nabijheid, marketing en reclame zijn ook belangrijke factoren die ertoe doen. Het gaat om een en-en-verhaal waarin veel actoren een rol spelen.”
Samen werken aan oplossingen
Een brede aanpak, waarbij verschillende actoren samenwerken, is essentieel om overgewicht en obesitas aan te pakken. Volgens Loes Neven van Gezond Leven moet er zowel ingezet worden op sensibilisering als op aanpassingen in de voedselomgeving, zoals prijs en toegankelijkheid.
Naast de overheid heeft uiteraard ook de voedingsindustrie een rol te spelen. Via het Nutri-Pact engageren voedingsbedrijven zich om de nutritionele kwaliteit van hun producten te blijven verbeteren, met aandacht voor meer vezels, minder zout en minder suiker. Via het nudgingproject met Be4Life moedigt de voedingssector de consument ook in winkels aan om te kiezen voor de gezondere keuzes. De sector blijft ook inzetten op een verantwoorde marketing naar kinderen, via de nieuwe reclamecode.
Het is tijd om meer te investeren in gezondheid en preventie, met de steun van een moedig beleid. Tegelijk moeten we de consument van jongs af aan informeren over voeding, zodat de voedselgeletterdheid in ons land stijgt. Front-of-Pack labelling kan daarbij helpen, op voorwaarde dat het systeem correct wetenschappelijk onderbouwd is en juist wordt toegepast. Laurence Doughan van FOD Volksgezondheid zegt: “We moeten een nieuw arsenaal aan maatregelen nemen. Vandaag bestaan er negen ministers die bevoegd zijn voor volksgezondheid en dat maakt het moeilijk. We investeren onvoldoende in preventie en gezonde voeding.”

Conclusie
De dialoognamiddagen van Fevia toonden aan dat samenwerking en respect voor verschillende meningen leiden tot nieuwe inzichten en initiatieven. Wanneer je met respect naar elkaars mening luistert, kan dat alleen maar leiden tot nieuwe inzichten en samenwerkingen. Laten we samen de handen ineen slaan voor een gezondere toekomst. Meer weten over onze engagementen en hoe de industrie kijkt naar (ultra)bewerkte voeding? Lees het Fevia standpunt.
Stefaan Van Laere



