Zeg niet te snel dat online agressie iets typisch voor de jeugd is. Volgens een onderzoek van de universiteiten van Antwerpen en Tilburg bezondigen ook steeds meer 66-plussers er zich aan.

Niet alleen de jeugd
Een recente studie uitgevoerd door wetenschappers van de Universiteit Antwerpen en de Universiteit van Tilburg heeft het online gedrag van ouderen, met name de deelname aan online agressie bij personen ouder dan 66, belicht. Deze studie, die meer dan 2000 Belgische volwassenen van 19 tot 79 jaar ondervroeg, onthulde dat senioren niet ongevoelig zijn voor online agressie, een fenomeen dat traditioneel voornamelijk geassocieerd wordt met jongere internetgebruikers.
Professoren Sara Pabian en Heidi Vandebosch benadrukken dat online agressie, het doelbewuste online kwetsen van anderen, niet exclusief is voor de jeugd. Hun onderzoek toont aan dat ook binnen de oudere leeftijdscategorieën mensen zowel daders als slachtoffers van online agressie kunnen zijn. Opvallend was dat ongeveer 20% van de 66-plussers toegaf recent deelgenomen te hebben aan online agressieve handelingen, terwijl 30% verklaarde slachtoffer te zijn geweest van dergelijk gedrag.
Het voorkomen van online agressie bij jongvolwassenen (18-25 jaar), waar 60% zich recentelijk als dader identificeerde en 50% als slachtoffer, benadrukt de urgentie van dit groeiende probleem. Echter, de deelname van senioren aan deze vorm van agressie wijst op een bredere, generatie-overschrijdende kwestie.
Online agressie vormt een reeks gevaren voor het welzijn en de mentale gezondheid van individuen. Slachtoffers kunnen te maken krijgen met angst, depressie, en zelfs fysieke gezondheidsproblemen als gevolg van chronische stress. De anonimiteit en het onpersoonlijke karakter van online interacties kunnen daders een vals gevoel van onthechting van hun acties geven, waardoor ze mogelijk meer geneigd zijn tot agressief gedrag dan ze in persoonlijke situaties zouden zijn.

Steeds onrustwekkender probleem
Dit probleem wordt steeds onrustwekkender door de toenemende afhankelijkheid van digitale communicatiekanalen, vooral in het licht van de wereldwijde pandemie, waarbij mensen meer tijd online doorbrengen en mogelijk blootgesteld worden aan grotere risico's van online agressie. De implicaties van dit gedrag strekken zich uit tot sociale cohesie en het algemene welzijn van gemeenschappen, aangezien het bijdraagt aan een cultuur van intolerantie en haat.
Het onderzoek van Pabian en Vandebosch suggereert ook dat een geschiedenis van zelf slachtoffer te zijn van online agressie een rol speelt in de neiging om dergelijk gedrag te vertonen. Dit benadrukt de cyclische aard van online agressie en de noodzaak voor gerichte interventies die zich richten op het doorbreken van deze cyclus.
Specifiek voor oudere daders van online agressie, wordt hun gedrag vaak gerechtvaardigd door bepaalde overtuigingen, zoals het de schuld geven aan het slachtoffer (victim blaming) of de misvatting dat hun acties geen ernstige gevolgen hebben. Deze bevindingen wijzen op het belang van educatieve programma's en bewustwordingscampagnes die gericht zijn op alle leeftijdsgroepen, om mythen te ontkrachten en empathie en digitale etiquette te bevorderen.
Hoe aanpakken?
De resultaten van dit onderzoek benadrukken de noodzaak om online agressie te begrijpen en aan te pakken met een generatiespecifieke benadering, rekening houdend met de unieke motieven en percepties van elke leeftijdsgroep. Door inzicht te krijgen in de wortels van online agressief gedrag en de bredere maatschappelijke gevolgen ervan, kunnen beleidsmakers, opvoeders en technologieplatforms effectievere strategieën ontwikkelen om dit steeds groter wordende probleem aan te pakken.




