Ik zat laatst met mijn kleinzoon aan tafel. Hij was weer eens aan het tokkelen op zijn telefoon, maar deze keer was hij niet aan het appen met een vriend. Nee, hij was aan het "chatten" met een computer. Een AI-agent, noemde hij het. Blijkbaar een soort digitale butler die op elke vraag een antwoord heeft. Ik keek over zijn schouder mee en ik moet u zeggen: de rillingen liepen over mijn rug.
De perfecte nepper
Die machine antwoordde met een beleefdheid waar een gemiddelde kelner nog wat van kan leren. Het was vlot, het was grammaticaal correct, en het was... totaal zielloos. We leven in een tijd waarin we blijkbaar zo eenzaam of zo lui zijn geworden, dat we een verzameling codes en data nodig hebben om ons te vertellen hoe we een brief moeten schrijven of wat we moeten koken voor het avondeten.
De banken en de verzekeringen staan natuurlijk te springen. Zij noemen die dingen 'klantenassistenten'. Ik noem het een digitale muur waar je tegenaan praat. Vroeger belde je naar een kantoor en kreeg je iemand aan de lijn die wist wie je was. Nu word je doorverwezen naar een chatbox die je begroet met "Hoe kan ik u vandaag helpen, Ben?" terwijl die machine nog nooit een stap in mijn dorp heeft gezet en geen flauw idee heeft wat voor weer het hier is.
"Een computer kan misschien wel miljoenen woorden combineren, maar hij zal nooit begrijpen waarom een mens een brok in zijn keel krijgt als hij over vroeger praat."
De illusie van wijsheid
Mijn kleinzoon beweert dat die 'agents' alles weten. Maar ze weten helemaal niets. Ze kauwen alleen maar na wat andere mensen ooit op het internet hebben gezet. Het is een digitale papegaai met een chic kostuum aan. Als ik vraag naar de weg in het bos, geeft hij me de kortste route. Maar hij vertelt me niet waar de bosgrond het lekkerst ruikt of bij welke boom je de meeste kans hebt om een ree te spotten.
Dat is precies het probleem: AI heeft geen ervaring. Het heeft geen eelt op zijn handen, geen blaren op zijn voeten van een lange wandeling, en geen littekens van fouten die het in het verleden heeft gemaakt. En toch laten we die machines nu beslissen wat we moeten lezen, hoe we ons geld moeten beleggen en zelfs hoe we onze ziektes moeten begrijpen.
Het menselijke oordeel is niet te koop
Ik maak me zorgen. Niet omdat de computers te slim worden, maar omdat de mensen blijkbaar te gemakzuchtig worden. We offeren ons eigen kritisch denkvermogen op aan het altaar van het gemak. We willen een 'snelle oplossing' in plaats van een goed gesprek.
"Echt contact is rommelig, het is traag, en het schuurt soms. Maar het is tenminste echt. Een AI-agent zal nooit je hand vastpakken of een pint met je drinken na een zware dag."
Ik blijf koppig. Als ik een vraag heb, zoek ik een mens. Iemand met rimpels rond de ogen van het lachen, of iemand die even moet nadenken omdat het leven nu eenmaal niet in een simpel schemaatje past. Bewaar die digitale butlers maar voor de mensen die te druk zijn om echt te leven. Ik hou het bij mijn eigen verstand – hoe gebrekkig dat soms ook mag zijn.
Houd de rug recht, vertrouw op uw eigen buikgevoel en laat u niet wijsmaken dat een machine uw leven beter begrijpt dan u zelf.
Ben Boomer
Wandelaar, denker en voorvechter van het menselijke oordeel



