Erger je je soms ook aan de telefoon?
Er bestaat geen ergerlijke taak dan een of andere instantie te contacteren via de telefoon.
Eerst hoor je een irritante muziektoon, of wat daarvoor moet doorgaan. Enkele jaren geleden kon men nog genieten van een symfonie van Beethoven of Mahler, maar daarna ging men over tot een wellicht door de computer geproduceerde elektronische sound. Het woord ‘melodie’ is hier niet op zijn plaats.
Onlangs was er een probleem met ons tv-toestel. Ik belde de provider en kreeg de onvermijdelijke muzikale omlijsting. Daarna deelde een stem mee dat het gesprek om veiligheidsredenen zou worden opgenomen. Nadien volgde het gebruikelijke riedeltje: ‘Belt u om zich te abonneren, druk 1. Belt u voor inlichtingen betreffende uw factuur, druk 2. Belt u voor een defect aan het internet, druk 3. Belt u voor storingen op dit nummer, druk 4… ‘
Ik keek op mijn uurwerk en zag dat ik al aan minuut vijf zat.
Denken die mensen nu echt dat een consument niets anders te doen heeft dan te bellen?
Eindelijk hoorde ik dat ik een 6 moest intoetsen indien ik iemand nodig had om mijn probleem met de tv op te lossen.
Toen ik dat effectief deed, hoorde ik dat de wachttijd langer zou oplopen dan zeven minuten als ik werkelijk met een medewerker zou willen spreken en dat ik best mijn probleem per e-mail zou voorleggen of chatten via hun website.
Ik besloot te wachten, want ik wilde niet bij een chatrobot terecht komen. Evenmin wilde ik mailen, omdat ik niet niet het risico wou lopen om pas dagen nadien te worden geholpen.
Terwijl mijn trommelvlies geteisterd werd door irritante, repetitieve geluiden die voor muziek moesten doorgaan, namen mijn gedachten een duik in de geschiedenis van de telefonie.
Wie ervan overtuigd is dat Graham Bell (waaraan we het woord ‘bellen’ te danken hebben) de uitvinder was van de telefoon, heeft het verkeerd voor.
Het was namelijk Johann Philip Reiss die in 1860 de eerste telefoon ontdekte.
Die bestond uit een losse telefoon en een oorstuk.
Na een aantal verbeteringen vraagt Alexander Graham Bell patent aan voor het telefoontoestel en gaat er in 1876 met de roem vandoor.
Toen de telefoon nog in de kinderschoenen stond, werd iemand die wilde bellen in een centrale nog met de hand doorverbonden. De kwaliteit liet ook nog te wensen over.
Pas in 1920 kwam er een kiesschijf op de telefoon. Het toestel deed langzaam zijn intrede in vele huiskamers. In 1983 werd in ieder huis een telefoongids bezorgd. Daarin kon men de nummers van de abonnees terugvinden.
In 1973 werd er voor het eerst draadloos gebeld. De volgende jaren beleefde de telefonie een opmars.
In de jaren negentig begon het gsm-toestel de markt te veroveren. Die evolueerde naar de huidige smartphones met touchscreen.
De dag van vandaag gaat haast niemand meer zonder telefoon de deur uit.
Een hele verbetering zult u zeggen, tot men een of andere instantie moet zien te bereiken.
Na vele minuten luister ik nog steeds naar de eentonige muziek die aan de andere kant van de lijn op mij wordt afgevuurd.
Eindelijk hoor ik een vrouwenstem zeggen: ‘Goedemorgen, Waarmee kan ik u helpen?’
Ik slaak een zucht van verlichting.



