December;
De thermometer zakt met rasse schreden naar het vriespunt. En mijn humeur zakt mee, want ik ben een hopeloze koukleum.
Warme truien, gewatteerde jassen, wollen sjaals, mutsen en handschoenen zijn nooit ver weg. Schoenen moeten op zijn minst een voering van vilt of wol hebben.
In de woonkamer liggen de fleece dekentjes binnen handbereik.
Zelfs met al deze attributen slaag ik er amper in mezelf warm te houden, waardoor ik me doodongelukkig voel.
Dat mijn echtgenoot de winter doorkomt zonder pull en het zelfs bij temperaturen onder het vriespunt nog warm heeft, helpt ook niet om me wat op te vrolijken.
Het is gewoon niet eerlijk! Sommige mensen weten niet eens wat kou is!
Mijn beste vriendin komt in putje winter binnen gewaaid in een t-shirt zonder mouwen, spreidt haar armen uit en zegt: ‘Kom hier! Dan zal ik je eens verwarmen!’ Ze drukt me tegen haar boezem en terwijl mijn koude lijf haar verfrissing brengt, voel ik haar warmte overstromen naar mijn onderkoelde lichaam en fungeert ze als een echt straalkacheltje.
Ons land telt verschillende ‘ijsberenclubs’. Die clubs bestaan uit personen tussen 7 en 85 jaar die winter en zomer dagelijks een duik nemen in openbaar water. Het is geen wonder dat zoiets mijn petje te boven gaat.
Zelfs het aanschouwen van hun duik in zee of andere waters bezorgt me koude rillingen, terwijl zij nadien nat en enkel gekleed in zwembroek of badpak zonder blikken of blozen de pers te woord staan.
Ook wie zich uit vrije wil onderdompelt in een ton gevuld met ijswater, lijkt in mijn ogen iemand die ze niet allemaal op een rij heeft.
Er wordt beweerd dat men zich kan trainen om de koude te weerstaan. Fout!
Reeds ontelbare ingrepen heb ik toegepast om van een koudbloedig iemand te verkassen naar een warmbloedig persoon: de verwarming enkele graden lager zetten, het vertikken om de radiator in de slaapkamer aan te zetten als het vriest, me iedere dag (met ware doodsverachting!) wassen met koud water…
Niets brengt me een stap dichter bij een leven zonder bibberen.
Ook met een gevorderde leeftijd heeft het niets te maken.
Ik herinner me nog goed hoe ik in het middelbaar, het was december, in mijn lichte katoenen uniformbloes een half uur stond te rillen op de speelplaats in afwachting dat we naar de feestzaal mochten voor de proclamatie.
Blauwe lippen, ijskoude handen en voeten en dat terwijl de andere meisjes geen last schenen te ondervinden van de temperatuur die flirtte met het vriespunt.
Ik kan maar één ding hopen, dat koning Winter dit jaar wat mededogen heeft voor koukleumen.
Viviane Burssens



