Even terug naar de tijd van de nonnen...
Zusters lief!
Ooit schuifelden jullie hier door de kloostergangen, de handen devoot gevouwen, de ogen zedig neergeslagen, om alle bekoringen te ontwijken op uw levenspad.
Bruiden van God was je eretitel, die je met hemelse fierheid droeg en die ‘s werelds ontzag afdwong.
Zusters lief, waar is je religieuze fierheid nu gevaren? Ik luister naar jullie engelengezang, naar jullie vroom geprevel in de getijdenstonden, naar het zacht ruisen van het kloosterhabijt. Ik krijg een onverschillige stilte te horen.
Voor het altaar bevindt zich nu de incheckbalie van een historisch monasterium-klassehotel. Alles ademt hier de mondaine sfeer van nieuwsgierige toeristen, die straks in een kloosterkamer zullen overnachten en morgen zullen aanschuiven aan een rijkelijk voorzien ontbijtbuffet, zonder de heer te danken voor de spijzen die zijn milde hand ons geeft. En die zullen hen voorwaar ook smaken zonder dankzegging.
Zusters lief, hebben de brutale wereldse machten jullie op de vlucht gedreven naar een ander paradijs? Werd het heilig vuur Gods plots gedoofd? Jullie lieten geen sporen na. En wij bleven achter met tal van vragen.
Ja? Toen was het even anders. Hemelse roepingen daalden neer op diep gelovige jonge dames, al dan niet stevig beïnvloed door onverdroten evangeliserende priesters, vurige strijders voor de verspreiding en verankering van het geloof.
ZUSTER lief, je had net zo diep gekeken in de bekoorlijke blauwe ogen van je vriendje. Een wonderlijke verliefdheid begon te ontkiemen. Je zweefde op roze vleugels naar het levensgeluk.
En toen verscheen Mijnheer Pastoor te uwen huize met een goddelijke boodschap. Hij richtte zijn roepingspijlen op alle onschuldige maagden van de parochie.
Jaja, je had een roeping! Van welke geheime zender had hij die tijding? Wat was dat, een roeping? Jij moest verzaken aan alle pomperijen des duivels en kiezen voor het allerhoogste, nl. bruid van God. God leek wel onverzadigbaar van zoveel nieuwe bruiden alom.
En dus gehoorzaamde je. Het religieus gezag viel niet tegen te spreken.
De kloosterpoort viel achter je dicht. Alle zondige wereldse krachten werden buiten gesloten. Je kreeg een prangende witte kap en je werd stevig ingesnoerd. Je werd overgeleverd aan het leven in gemeenschap, met uiteenlopende karakters die je kloostergeluk hielpen vergroten of verpesten.
Een strenge orde waar Révérende Mère Superieure Damiana met engelengeduld de plak zwaaide en de haar toevertrouwde bruidjes voorging op het zaligmakende pad naar de hemel.
Je bleef al die tijd keurig op post. Vluchten kon nu niet meer. Er was immers geen weg terug. Of toch?
Vandaag wordt Gods roeping overstemd door wereldse discogeluiden en berichten via facebook, die je wegrukken uit je religieuze concentratie.
De kloosterpoort wordt enkel nog geopend om overleden zusters naar het kerkhof te brengen. Het werd voor jou alsmaar stiller in de kloostergangen, waar nu een zware dreigende stilte je hallucinaties bezorgde.
Je bleef daar doelloos alleen bidden voor de noden van de mensen in de zondige wereld. En voor wie nog? Ja, voor meer roepingen in je klooster. Maar die bleven uit. Waar bleven nu die brave meisjes met een roeping?
Op een dag trok je zelf de kloosterpoort achter je dicht, heel zachtjes om de jou onbekende wereld niet te doen schrikken.
Je kloostercel werd niet meer gelucht en verkommerde, net als de kapel, waar nu een vreemde geur van vergane vroomheid bleef hangen. En jij ging moedig op zoek naar nieuw geluk. Naar de jongeling met die diepblauwe ogen, die inmiddels al voor goed geloken waren. Was dit jouw levenslot? Was dat de finale van je roeping? Van welk hout moest je nu pijlen snijden? Zou je familie je kunnen voorthelpen? Of moest je gewoon zelf je plan trekken?
Zuster lief, aarzel niet. Open je ogen en lach het leven tegemoet! Omarm de wereld en leef je leven!



