Viviane Burssens kan als geen ander genieten van wafels...
Rond Allerheiligen ziet de wereld er telkens een tikkeltje anders uit.
Gele, bruine en bronskleurige bladeren dwarrelen als grote, roestige regendruppels naar beneden en schilderen een tableau met een variatie aan herfstkleuren.
De mist hangt als een waas over het landschap en het wordt frisser, want de zon is toe aan rust..
De jaarlijkse gang naar het kerkhof, gepaard met het verdriet dat we voelen over het verlies van onze dierbaren, doet ons stilstaan bij de vergankelijkheid van het leven.
Het is dan ook niet te verwonderen dat somberte en melancholie in ons hart sluipen en dat we behoefte hebben aan troost.
En wat kan er meer troost bieden dan samen met de familie smullen van lekkere wafels?
Zoals ieder jaar heb ik mijn dierbaren uitgenodigd op de traditionele wafelenbak. Het wafelijzer, dat al maanden niet werd gebruikt, wordt uit de doos gehaald en grondig schoon gemaakt.
Het dekken van de tafel is allerminst een sinecure; stoelen moeten van boven naar beneden worden gebracht, de tafel moet voorzien worden van verlengstukken, er moet een tafellaken worden gezocht dat groot genoeg is om het hele oppervlak te bedekken, het feestservies wordt uit de kast gehaald en op iedere plaats komt een kleurrijke servet.
Daarna ben ik een uurtje zoet met het bereiden van het beslag. Het is van belang de ingrediënten secuur af te wegen: bloem, suiker, boter, olie, melk, het aantal eieren… en wordt alles zorgvuldig gemengd.
Omdat er 12 genodigden zijn die rond vijftien uur arriveren, begin ik alvast te bakken rond de middag. Eerst moet het wafelijzer goed op temperatuur komen. Met een grote pollepel giet ik een deel van het beslag op de platen en druk het bovenste deksel naar beneden.
Mijn hart maakt telkens een sprongetje als ik het sissend geluid van de hete stoom hoor ontsnappen. Meestal doe ik dan een schietgebedje en kruis mijn vingers, want als de wafel aan de bakplaat blijft kleven, betekent dat dikke miserie.

Gelukkig verloopt alles naar wens en haal ik enkele minuten later twee goudgele wafels uit het toestel. Het huis vult zich met een heerlijke bakgeur.
Vol vertrouwen begin ik aan een bakmarathon.
Tussen de bedrijven door vul ik enkele schaaltjes met bruine suiker en poedersuiker, boter en zelfgemaakte confituur en plaats her en der wat kaarsjes op de tafel.
Twee uur later liggen drie grote schalen met wafels klaar om te worden opgegeten en verwelkom ik kinderen en kleinkinderen die haastig hun jassen uitspelen, vol goesting hun plaatsen innemen en gretig smullen van het lekkere baksel.
Natuurlijk breng ik ook een pakje naar de buren en enkele vrienden die de lekkernij in dank aannemen. Wafels bak je niet voor jou alleen.
Als er nog wat exemplaren over zijn, komen die de volgende dag terecht in de brooddozen van de kids.
‘s Avonds lig ik uitgeteld in de zetel en voel ik me een beetje zoals Madame Pijp in de strips van Nero.
Als dat geen troost biedt in sombere tijden!
Viviane Burssens (november 2024)



