Thieu Vanhees kijkt op zijn manier nog eens terug op de kerstperiode...
Het was de tekst op de banderol die onze kerstengel droeg. Ik mocht hem voorzichtig uit de doos tillen. Vader bevestigde hem tegen onze primitieve kerststal, die hij met enkele ruwe plankjes in elkaar had geknutseld en afgedekt met een dun laagje vlegel-gedorst tarwestro.
Ik stond met ingehouden adem toe te kijken als vader in de appelboom klom, om heel hoog, als een soort moderne druïde, een maretak te zagen. Die promoveerde hij doodgewoon tot kerstboom. Het kerstgebeuren werd thuis in de voorkamer op tafel geënsceneerd. Onze kinderogen konden nauwgezet van dichtbij het magisch ritueel volgen.
De juffrouw had ons in school al zeer aanschouwelijk uitgelegd hoe vreselijk Jezus had geleden van ontbering in die kille, tochtige stal van Bethlehem. En voorwaar, ik zat dan mee te bibberen. Nu konden we er thuis van getuigen.
Onze sagrada familia was erg gehavend door de oorlog geraakt. Het kindje Jezus mankeerde een armpje, Sint-Jozef had zijn gezin verlaten en was spoorloos. En wat verder stond een herder te balanceren op één been met naast zich een schaapje zonder poten. Het leek wel een stel oorlogsinvaliden. Ja, de familie logeerde thuis niet in een vijfsterrensuite, maar in een oude boerenstee.
En toch maakte het hele kerstgebeuren een diepe indruk op ons, want uit onze kinderharten lieten we de nodige warmte op het schamele Jezuskind afstralen.
Kerstmis, Christus-mis, destijds het katholieke feest bij uitstek. Nu lijkt de secularisering van kerst sterk in opmars. Op vele plaatsen heeft de glitter en de weelde van de kerstmarkten de kribbe naar het achterplan verwezen. En waar blijven nu die engelen met de boodschap van vrede op aarde? Een boodschap die we in onze samenleving dringend moeten reanimeren.
Pas in 378 na Christus werd Kerstmis een officiële feestdag in het Oost-Romeinse Rijk. Keizer Constantijn promoveerde toen het christendom tot staatsgodsdienst.
Ook de Romeinen vierden destijds de winterzonnewende. Zij noemden die dag “dies natalis solis invicti”, de geboortedag van de onoverwinnelijke zonnegod Mithras. Deze heidense cultus was toen een doorn in het oog van de nog zwakke katholieke kerk. In de 4de eeuw besloot paus Julius I dat de christenen voortaan het geboortefeest van Christus zouden vieren op diezelfde dag van de winterzonnewende. Dat kwam de paus dus goed uit: Jezus aanbidden als het licht van de wereld dat de symbolische duisternis van het heidendom komt verdrijven. Sommige astrologen berekenden dat, als Jezus is gestorven rond de lente-equinox, zijn geboorte moet samenvallen rond de winterzonnewende. We zullen het waarschijnlijk nooit exact weten.
Historisch is het wel zo dat onze contreien nog lang bleven voortploeteren in oude heidense tradities. Onze verre voorouders hielden vast aan hun eigen natuurgodsdienst, met het veelgodendom, met de bronnencultus, met de namen van de weekdagen, zoals Donar, Freya, Wodan. Het christelijk geloof mocht dan al in het Midden-oosten een voet aan de grond hebben, in onze streken was het in de 4de eeuw nauwelijks bekend. En over de eerste christianisatieperiode is weinig bekend. Individuele pogingen tot kerstening werden vaak brutaal afgestraft en hadden geen kans op succes. Intussen ondergingen we stevig de invloeden van de germanisering van de” barbaarse” volksstammen die het stuiptrekkende Romeinse Rijk overrompelden.
Clovis opereerde pas einde 5de eeuw in het noorden van Frankrijk. Hij was de eerste Frankische koning die in het christendom opportuniteit zag om zijn macht uit te breiden. Het zal nog heel wat voeten in de aarde gehad hebben eer Willibrordus en Amandus, om maar twee missionarissen te noemen, bij ons succes konden boeken.
Bijna niet te geloven! Tot laat in de 19de eeuw bleef het Vaticaan zich nog halsstarrig verzetten tegen het heidens gebruik van de invoering van de kerstboom. Vandaag staat de kerstspar symbool voor onze westerse kerstviering. Sommige theologen zien in de kerstboom een voorafbeelding van het hout van het kruis van Christus, van zijn lijden en dood.
De ster van Bethlehem is een astronomisch element, een verklaring van het nieuwe heldere licht aan de hemel boven Bethlehem. Het betreft hier een traag bewegende komeet rond het tijdstip van Jezus’ geboorte. Wat de os en de ezel betreft, vinden we bij de profeet Jesaja : “De os en de ezel kennen beter hun meester dan Israël.”
Het verhaal van de herders en de magiërs (sterrenkundigen) uit het oosten is wel op het evangelie gebaseerd.
Maar de maretak, de kerstkrans, de kerststronk blijken te stammen uit de voor-christelijke periode. Ik zag in mijn kindertijd hoe sommige boeren op Kerstavond een tarweschoof voor de deur van de veestal plaatsten, om de kwade geesten te weren. En misschien zitten er nog “heidense” gewoonten verweven in onze moderne cultuur, waarvan we ons niet zo bewust zijn! Maar laten we ons daarover niet het hoofd breken. Met Kerstmis gedenken we de komst van Jezus Christus als goddelijke zendeling op aarde. Maar voor mij is het is meer dan dat: een groot familiefeest, waarbij het verlangen naar solidariteit, warmte, respect en genegenheid, en vooral vrede onder de volken de boventoon moet voeren.



