Julie Garcia geboren op 4 oktober 1955.
Vierde kind van een kolonel en een huismoeder. Een nakomertje en een doorzettertje!
Fiere mama van drie kinderen.
Twee carrières en twee huwelijken.
Getekend door het leven, een goedlachse en positieve vrouw gebleven.
Julie kijkt me afwachtend aan.
Voor mij zit een slanke en mooi geklede dame, met stralende blauwe ogen en een zeer lieve glimlach. Ik voel me onmiddellijk op mijn gemak en welkom in haar wereld. Zoals bij elk interview voel ik me dankbaar voor het vertrouwen dat elke persoon me schenkt bij het vertellen van zijn of haar levensverhaal.
Ik neem mijn schrift want veel tijd voor een babbel is er niet. Julie neemt onmiddellijk het woord, alvorens ik ook maar één vraag heb gesteld.
“Ik heb gisteren heel wat nagedacht over mijn kindertijd en voelde me wat nostalgisch. Raar toch hoe de tijden zijn veranderd.”
Ik knik en moedig haar aan om verder te vertellen.
“Ik werd geboren op 4 oktober 1955 in Duitsland. Mijn mama was afkomstig uit Brussel en mijn vader uit Malmedy maar al snel na hun huwelijk vertrokken mijn ouders naar Duistland. Mijn vader was militair van opleiding en was geenszins van plan om bureauwerk te doen. Hij werd in Duitsland gestationeerd en om het jaar of om de twee jaar werd hij naar een nieuwe plek in Duitsland gezonden.
Mijn mama was enig kind en haar moeder - die weduwe was toen mijn mama trouwde - was erg ongelukkig met de verhuis van haar dochter. Mijn mama trachtte dit goed te maken door haar twee oudste dochters naar België te sturen toen ze naar de basisschool gingen. Daar mijn twee grote zussen 6 en 9 jaar ouder zijn dan ik en bij mijn geboorte reeds verhuisd waren naar hun grootmoeder in Brussel, ben ik niet met hen opgegroeid.
Mijn oudere broer was eigenlijk voorzien als het laatste kindje van het gezin maar toen werd mijn mama toch opnieuw zwanger. De geboortebeperking voor katholieke gezinnen stond toen nog niet op punt. Julie lacht zacht. Ik werd geboren uit een troostmoment! Mijn mama troostte mijn papa omdat hij een bepaalde promotie niet had behaald en negen maanden later werd ik geboren. Misschien komt daar wel de nood vandaan die ik steeds voel om mensen te troosten. Wie weet...
Mijn ouders waren uitermate katholiek en twijfelden er uiteraard geen moment aan om me te houden. En zo begon ik aan mijn kindertijd met een oudere broer, twee veel oudere zussen die ik bijna nooit zag, een zeer zachtaardige mama en erg autoritaire vader.
Tot mijn vijf jaar bleef ik thuis en vervolgens begon ik op een Belgische basisschool in Duitsland. Deze Belgische scholen werden speciaal in Duitsland ingericht voor gestationeerde militaire gezinnen. Ik was niet erg sterk op sociaal vlak en maakte moeilijk vriendinnetjes. Ik was ook erg mollig tot mijn 10 jaar en werd vaak gepest. Om het jaar of om de twee jaar verhuisden we, dus erg gemotiveerd om vriendjes te maken, was ik niet.
Daar er geen goede Belgische scholen waren in Duitsland voor het secundaire onderwijs, werd ik naar een internaat in Luik gestuurd. Ik zat een jaartje voor waardoor ik op elfjarige leeftijd begon aan mijn eerste middelbaar in Luik. Dit was een erg moeilijke tijd voor me. Ik kwam de zaterdagnamiddag slechts rond 17u thuis want we hadden op zaterdag voormiddag les tot 12u. Op maandag om twee uur in de ochtend nam ik de trein terug naar het internaat.
Julie kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan. “Wie zou vandaag de dag zijn dochter van elf midden in de nacht alleen een trein laten nemen?”
Ik krijg de tijd niet om mijn medeleven te uiten. Julie is een energieke vrouw en vervolgt snel haar verhaal. Ze strijkt vinnig met haar handen over haar benen.
“De zaken waren zoals ze waren destijds. Mijn vader was nu eenmaal zeer streng en toentertijd stonden ouders nu eenmaal minder stil bij de noden van hun kinderen. De noden van ouders gingen nu eenmaal voor.
Denk maar aan mijn twee zussen die vanaf hun zes jaar bij hun grootmoeder opgroeiden. Onbegrijpelijk op vandaag maar toen aannemelijk. Mijn mama die een zeer lieve en ontzettend warme vrouw was, ging er bijvoorbeeld ook mee akkoord dat ik 7 jaar lang niet mee op vakantie ging met het gezin. We brachten de gezinsvakanties in de zomer steevast door in de bergen. Toen ik drie was, kon ik moeilijk volgen op de lange wandelingen. Mijn ouders beslisten dan ook om me tot mijn tien jaar naar mijn grootmoeder in Brussel te sturen tijdens deze vakanties, tot ik klaar was om mee te wandelen.”
Ik hou mijn adem even in en laat deze traag ontsnappen. “Hoe voelde u zich? Was u niet kwaad?”
Julie voelt mijn verbijstering aan.
“Ik was uiteraard droevig maar ook vergruweld door de verblijven bij mijn oma. Mijn oma deed geen enkele activiteit met me die aangepast was aan mijn leeftijd. Ik werd meegesleurd in haar leventje dat voornamelijk bestond uit begrafenissen en koffietafels. Ik hield er als kind een enorme angst voor de dood aan over, een angst die gelukkig met de jaren weggeëbd is.”
Na drie jaren op internaat in Luik verhuisden mijn ouders opnieuw naar België. Ze vestigden zich in Waterloo en ik ging op externaat naar een chique school in de buurt. Stel u voor! Een meisje van 14 die van niets wist. Na elf jaar geleefd te hebben in Duitsland en vervolgens drie jaar op school in Luik bij de nonnetjes had ik geen idee van hoe de wereld eruitzag. Ik had nooit naar de televisie gekeken, kende geen enkele zanger, had geen contact gehad met mijn oudere zussen. Enkel met mijn grotere broer had ik soldaatje gespeeld, tot ook hij op internaat ging en in de weekends bij mijn oma logeerde.
Het eerste jaar op externaat in Waterloo was afschuwelijk. Ik had een heel deel van de leerstof niet gezien op mijn vorige school en voelde me als een vis op het droge.
Het beste dat me toen overkwam was dat ik gebuisd was en mijn jaar moest overdoen. Ik voelde me meer op mijn gemak met de meisjes van mijn leeftijd en paste me langzamerhand aan.
Een jaar later besloot ik bovendien om helemaal alleen een vakantiejob te doen in Luxemburg. Een maand lang werkte ik in een theeroom en werd ik vertroeteld door de eigenares. Ik stond op mijn eigen benen en was eindelijk fier op mezelf. Ondertussen was ik groot en slank geworden. Ik draaide letterlijk mijn knop om en besloot dat ik mijn schoolleven anders zou aanpakken. Door me te verschuilen in een hoekje zou ik nooit vriendinnen maken. De jaren die volgden waren heerlijk. Ik werd zeer sociaal, was jaarlijks klasverantwoordelijke en zat eindelijk goed in mijn vel. Ik was bovendien voor het eerst verliefd geworden en ook dat had me weer doen groeien.
Tegen het einde van mijn humaniora wist ik niet goed welk richting ik zou kiezen. Ik was altijd aangetrokken geweest door geneeskunde maar daar ik niet zo’n goed geheugen had, leek me dat te hoog gegrepen. De studies verpleegkunde schrokken me wat af, daar je als jonge stagiair werd opgezadeld met de lastigste karweitjes. Uiteindelijk zette ik mijn zinnen op de opleiding tot operatieassistente. Destijds was er een goede opleiding in Rijsel waarvoor je geen vooropleiding verpleegkunde diende te hebben.”
Julie glimlacht schamper.
“Dus u startte in Rijsel?”, spoor ik haar aan.
“Wel, dat was het plan maar de liefde stak er een stokje voor. Ik was achttien jaar en erg verliefd op een student geneeskunde. Hij was een stuk ouder dan ik en net afgestudeerd. Ik zag het niet zitten om enkele jaren ver weg van hem te studeren. Mijn vader motiveerde me ook niet echt om ambitieuze studies aan te vatten. Zolang ik maar een diploma had waarmee ik werk kon vinden, was het goed voor hem. Ik deed een opleiding medische assistente en trouwde op het einde van mijn studies. Ik was toen 20 jaar. Een jaar later beviel ik van mijn eerste dochter. Een prachtig meisje met blonde krulletjes. Drie jaar later volgde mijn zoon en nog eens drie jaar later volgde mijn jongste dochter.
Ik was toen ontzettend gelukkig. Jong getrouwd, een man die me graag zag en drie prachtige kinderen. Waar kon ik nog meer van dromen? Ik hielp mijn echtgenoot met zijn huisartsenpraktijk en runde het huishouden.”
Julie kijkt mijmerend weg. Ik voel een trieste nostalgie. Herinneringen aan een periode die ongecompliceerd was, waar het verdriet nog niet op de loer lag en de moeilijke kindertijd in de vergeethoek was geraakt.
Julie kijkt me opnieuw strijdlustig aan. “Als je me zou vragen naar het gelukkigste moment uit mijn leven, dan is dat het moment dat mijn drie kinderen geboren werden. Ik werd letterlijk vervuld van blijdschap en geluk. Ik voelde me gezegend met mijn drie kinderen die bovendien helemaal gezond waren. Dat nam ik ook niet zomaar als vanzelfsprekend aan. Ik was uitermate dankbaar.
En toch kwam er plots een kink in de kabel. Het is altijd moeilijk om achteraf de vinger op de wonde te leggen, om de exacte oorzaak van een echtscheiding te achterhalen of te bepalen vanaf wanneer het juist bergaf ging.
Mijn echtgenoot was op professioneel vlak niet erg gemotiveerd en hielp nooit mee in het huishouden. Ik stond er helemaal alleen voor en dat begon te wegen op mij. Ik was erg betrokken bij de school van mijn kinderen en deed wat vrijwilligerswerk maar dat gaf me niet de voldoening waar ik naar op zoek was.
Ik besloot om halftijds buitenshuis te gaan werken wat echter niet zo gemakkelijk was in de jaren negentig. Parttime werken was destijds niet erg ingeburgerd. Na een paar jaar zoeken, informeerde een vriendin me over een aanbieding bij een medisch centrum waar ze dringend iemand zochten. Ik deed een week proef en werd onmiddellijk aangenomen. Buitenhuis werken was eigenlijk het begin van de neergang van mijn huwelijk. Ik voelde me helemaal heropleven. De artsen waren zeer tevreden over me en ik kwam in contact met heel wat mensen. Ik leerde vlot Nederlands spreken en ervoer een enorme voldoening.
Ik opende mijn ogen en besefte dat er een heerlijke wereld aan me was voorbijgegaan. Hoe beter ik me in mijn vel voelde door buitenhuis te werken, hoe slechter mijn huwelijk ging.
En toen gebeurde wat zo vaak gebeurt. Een arts van het medisch centrum scheidde uit de echt. We konden het goed vinden met elkaar. Mijn hart flakkerde op en onze vriendschap veranderde in een passie. Van de ene op de andere dag verliet ik mijn echtgenoot en trok ik in bij Yvan. Ik nam mijn drie kinderen en één koffer met me mee. Had ik maar wat beter nagedacht maar liefde doet nu eenmaal rare dingen met een mens.
Ik was smoorverliefd en dacht niet voldoende na bij deze beslissing. Mijn tienerkinderen hoorden van de ene op de andere dag dat hun ouders zouden scheiden en dat ze zouden intrekken bij de nieuwe vriend van hun mama. Dat zorgde jarenlang voor fricties en blessures bij alle betrokkenen. Ik werd voor een moeilijke keuze geplaatst die ik weigerde te maken: mijn kinderen of Yvan. Ik trachtte alles te combineren: de zorg voor mijn kinderen enerzijds en de zorg voor mijn stiefkinderen en de liefde voor Yvan anderzijds. Dat liep echt niet van een leien dakje en als ik het vandaag opnieuw zou mogen doen, dan zouden mijn keuzes er anders uitzien.
Ik zou na mijn echtscheiding minstens de tijd genomen hebben om mijn kinderen te laten wennen aan de nieuwe thuissituatie, ruimte gelaten hebben voor hun verdriet en gewacht hebben tot de zaken wat op orde waren, vooraleer ik zou gaan samenwonen met een nieuwe partner.
Waarschijnlijk ontbrak me destijds de moed om eerst alleen te gaan wonen.
Ik was ook wat naïef toen ik wegging bij mijn echtgenoot en was echt overtuigd dat het wel allemaal zou lukken, dat Yvan zijn belofte kon waarmaken dat we allemaal gelukkig zouden samenwonen met zijn en mijn kinderen, als één happy family. Dit bleek niet haalbaar met alle gevolgen van dien.
Ook mijn ouders hadden het ontzettend moeilijk met mijn echtscheiding. Het eerste jaar weigerde mijn vader alle contact met me. Toen hij inzag dat ik bij mijn beslissing bleef, draaide hij beetje bij beetje bij. Yvan was attent met mijn ouders en zeker toen mijn mama overleed kwam vader geregeld op bezoek.
Wanneer ik op vandaag terugkijk op mijn leven is dat één van de grootste treurnissen in mijn leven. Dat ik er zelf niet in geslaagd ben om het gezinsleven te hebben waar ik zo van droomde als jonge vrouw. Ik zie Yvan zeer graag maar was graag oud geworden met een partner met wie ik samen mijn kinderen had gekregen, zonder discussies over elkeens ‘eigen’ kinderen en kleinkinderen. Zonder leed voor mijn kinderen over de breuk met hun vader.
Julie zucht en wrijft haar handen tegen elkaar, alsof ze het plots wat koud heeft. Ze kijk me afwachtend aan.
Ik voel dat Julie dit onderwerp graag zou afsluiten. We reizen weer even terug in de tijd. “Wat waren je mooiste herinneringen als kind?”
Haar ogen lichten op. De zondagse wandelingen met mijn ouders. Samen met mijn broer en ouders trokken we erop uit. We picknickten of gingen op restaurant. Dat waren heerlijke momenten. Of wanneer we in Winterberg gingen sleeën. Wat ik me ook goed herinner was toen ik zes, zeven jaar was en we naast een dame woonden die beviel van een tweeling. Ik was gek op babies en zij was maar al te blij met wat hulp. Na school ging ik spelen met de babies en zorgde ik voor hen.
De mooiste herinnering was natuurlijk de gezinsvakantie toen ik 10 jaar oud was en eindelijk weer mee mocht. Ik kon mijn geluk niet op.
De naarste herinnering als heel kleine bengel was de dag dat mijn papa terugkwam uit Afrika. Hij werd naar Afrika gestuurd door het leger maar kwam na twee maanden vervroegd terug doordat hij zijn arm had gebroken. Ik herinner me nog zeer goed dat ik hem geen dag wou zeggen. Ik weigerde hem te omhelzen of een zoen te geven en verschool me in huis. Ik was drie jaar en waarschijnlijk herkende ik hem niet zo goed. Hij was bruingebrand en had zijn arm in het gips. Achteraf vertelde een therapeute me dat het goed kon zijn dat ik ergens niet wou dat hij terugkwam. Hij was zeer autoritair en mijn mama leefde op tijdens zijn afwezigheid. Ze reed overal rond met de auto en runde naar eigen goeddunken het huishouden. Waarschijnlijk had ik als klein kind aangevoeld dat ze veel meer ontspannen was zonder mijn papa en op één of andere manier gelukkiger.
Mijn mooiste herinneringen aan mijn volwassen leven zijn de geboortes van mijn drie kinderen. Het ogenblik dat ik ze vasthield in mijn armen waren de gelukkigste momenten uit mijn leven. Ik hou intrinsiek van hen en wens maar één ding en dat is dat ze gelukkig mogen zijn en dat ze helemaal openbloeien op privé en professionneel vlak. Ik heb het gevoel dat dit wel het geval is. Ze zijn ondertussen 40, 43 en 46 jaar oud en elkeen heeft zijn eigen parcours afgelegd rekeninghoudende met zijn eigen persoonlijkheid en mogelijkheden. Ik ben zeer fier op wie ze geworden zijn.
Het moederschap maakt fragiel want er is sinds hun geboorte ook steeds een grote angst geweest: dat één van mijn kinderen of kleinkinderen zou ziek worden of sterven.
Een kind verliezen, bepaalt je leven. Er zal steeds de periode voor en na zijn. Je bent nooit meer dezelfde wanneer je een kind verliest. Net zoals bij een zware ziekte er ook steeds de periode voor je ziekte is en de periode erna.
Toen ik 55 jaar oud was, kreeg ik de mededeling dat ik borstkanker had. Ik was uiteraard geschokt. Ik at en leefde namelijk zeer gezond, sliep acht uur per nacht en deed aan sport. Maar ik relativeerde het slechte nieuws ook vrij snel, daar de diagnose initieel niet zo erg leek te zijn. Ik zou een radiotherapie ondergaan en that was it.
Enkele onderzoeken later bleek de diagnose minder rooskleurig. Ik had een agressieve kanker met uitzaaiingen in mijn klieren. Bovenop de radiotherapie zou mijn borst worden geamputeerd en zou ik chemiotherapie krijgen. Het gaat niet enkel om de angst voor een eventueel overlijden maar ook over de gevolgen die deze behandelingen op lange termijn hebben, zowel op fysiek als mentaal vlak. Ik zou mijn haren verliezen en werd zo in mijn vrouwelijkheid geraakt. Ik had een mooie bos haren en verafschuw nog steeds de dag dat ik deze moest afscheren omdat ze door de chemio met bosjes naar beneden dwarrelden. Je weet ook nooit op voorhand in welke mate belangrijke organen van je lichaam zullen beschadigd worden door de kankerbehandelingen.
Op een paar maanden tijd werd ik tien jaar ouder. En de jaren na de laatste behandeling ging ik steeds met een klein hartje naar de controles.
Hetgeen me tijdens mijn behandeling gered heeft zijn mijn geliefden en mijn vrienden die er op verschillende cruciale momenten voor me waren. Nooit deed ik een chemiobehandeling alleen! Ik voelde dat ik op hen kon rekenen en hun steun heeft me erdoor gesleurd. Ook weekendjes weg of reizen naar de bergen met Yvan tussen de behandelingen door gaven me de moed om er telkens weer het beste van te maken.
Ik kan me niet voorstellen hoe ongelofelijk hard het moet zijn voor personen om zwaar ziek te zijn en niet gesteund te worden door familie of vrienden. Na mijn kankerbehandelingen ben ik als vrijwilliger gaan werken in een centrum voor kankerpatiënten. De patiënten worden in het centrum op allerhande manieren gestimuleerd en ondersteund. Zo krijgen ze er yoga- en kookles, worden er wandelingen en ludieke activiteiten georgansieerd. De directrice van het centrum vertelt me vaak dat liefde en nabijheid de kans op genezing van een kankerpatiënt enorm verhoogd.
Mijn ziekte heeft mijn zin voor gezond eten en leven ook nog verder aangewakkerd. Ik ben een opleiding als voedingsdeskundige gaan volgen en kooklessen op hoog niveau. En zo begon ik op 56 jarige leeftijd aan deel 3 van mijn leven. Deel 2 startte ik na mijn echtscheiding, deel 3 na mijn kanker.”
Ik kijk Julie aan en aarzel even. “Hoe bent u toch zo’n positieve en opgewekte dame gebleven? U straalt en lijk niet door het leven klein te krijgen.”
Ze kijkt me glunderend aan. “Zo ben ik nu eenmaal. Af en toe herinner ik Yvan aan het feit dat hij dankbaar mag zijn dat ik elke morgen goedgezind wakker word.” Ze lacht vrolijk en ademt gelaten uit. “Ik zie het glas nu eenmaal halfvol en relativeer ook gemakkelijk kleine ongemakken die er niet toe doen. Die zin voor relativering is nog versterkt sinds mijn ziekte.
Als je gezond bent en omringd door liefde, dan doet de rest er eigenlijk niet echt toe. Ik hoop intens dat mijn kinderen, mijn stiefkinderen en alle kleinkinderen nog lang en gezond mogen leven! Zelf hoop ik nog zo’n vijftien à twintig jaar op een goede gezondheid zodat ik nog kan genieten van het leven samen met Yvan, onze beider families en vrienden, samen reizen maken, sporten, lekker eten.
Verder hoop ik voor mijn kinderen, mijn kleinkinderen en de generaties die volgen dat de wereld weer een positief elan neemt. Dat er minder oorlogen zijn, een beter klimaat, sterkere politieke figuren die niet enkel aan hun ego of het financiële luik denken maar tevens aan het menselijk aspect.
De huidige politiek maakt me dermate kwaad dat ik me er bijna niet meer in kan verdiepen.
Ik hoop echt dat men eindelijk eens gaat inzien wat echt essentieel is in het leven, dat de kinderen beter omkaderd worden op de scholen en door de ouders. En dat er minder vervuiling is, niet enkel voor het lichaam maar ook voor de geest. Schermen maken zoveel kapot…
Het is ook erg belangrijk dat de mensen kritisch blijven ten aanzien van de ‘mondiale machine’. Er zijn zoveel belangenconflicten in deze wereld dat men zelfs ten aanzien van een medisch advies kritisch moet blijven en best een tweede advies vraagt. De druk van de ziekenhuizen en financiële overwegingen zouden het advies van de arts wel eens kunnen beïnvloeden.”
Julie lijkt in gedachten verzonken.
“Zijn er nog specifieke levenslessen of zaken die je zou willen meegeven aan je kinderen?”
“Ah, die heb ik genoteerd gisterenavond voor het slapengaan!”
Julie haalt een blad tevoorschijn en leest levendig haar wensen af.
“Wat ik aan mijn kinderen en kleinkinderen zou willen meegeven is om zelfrespect te hebben en respect voor de andere, altruïsme, plezier bij het leren en lezen. De liefde voor arbeid en professionnalisme. Plezier vinden bij het sporten en gezond eten. Levenskeuzes maken die hen in staat stellen om te worden wie ze willen ZIJN en niet bepaald door wat ze willen HEBBEN. De kleine dingetjes in het leven opmerken die een mens gelukkig maken. Niet dromen van het onbereikbare maar wel voldoende ambitie hebben.”
Julie haalt diep adem en legt haar blad neer.
“En misschien nog één raad: de zaken uitspreken voor het te laat is, zeker binnen een kinder-ouder relatie. Een goede relatie met je ouders maakt ook dat je niet getraumiseerd raakt bij hun heengaan. Als je als ouder of als kind nog iets op je hart hebt, spreek het dan uit voor het heengaan. Ik had een zeer goede relatie met mijn eigen mama en dacht dat ik erg zou lijden onder haar overlijden. Het feit dat we zo’n goede band hadden, hielp me echter om haar overlijden te aanvaarden.”
“Bent u gelovig?” De vraag lijkt Julie uit het lood te slaan.
“Gelovig? Wel ja, ik werd katholiek practiserend opgevoed en heb wel de reflex om tot God te spreken in bepaalde situaties, wanneer ik om zijn hulp vraag of hem dank. Eigenlijk geloof ik vooral in een spirituele kracht die boven de mensheid staat, die op ons toeziet en ons helpt.
De katholieke kerk heeft zo wel haar voordelen gehad in het verleden want ze bezorgde de mensen wel een zeker kader. De Tien Geboden gaven een richting aan de mensen, een soort savoir vivre die er op heden niet meer lijkt te zijn. Zonder de Kerk lijkt er minder respect voor de ander en voor het leven te zijn. Maar ja, de kerk heeft natuurlijk ook veel kwaad aangericht.
“Gelooft u in het leven na de dood?”
Julie schudt resoluut haar hoofd. “Ik geloof niet in het leven na de dood, noch in reïncarnatie. Ik denk dat we wel voortleven doorheen de herinneringen die onze naasten aan ons hebben na onze dood. Je gaat pas echt dood wanneer iedereen je vergeten is.
En hoe ik het leven wens te verlaten? Liefst rustig in mijn slaap zonder dat ik het doorheb, noch pijn lijdt. Als je op voorhand weet dat je zal overlijden, kan je wel afscheid nemen, maar in dat geval gaat de dood sowieso gepaard met een fysiek of mentaal lijden, hetgeen ik liever niet wil.
“Ik ben ook geen heilige,” voegt ze er lachend aan toe. En als ik nu toch bewust moet sterven, dan graag omringd door al mijn geliefden!
Auteur: Anne Sofie D’Herde


