Té weinig teksten van vrouwen uit onze leeftijdsgroep in de nieuwsbrief, vond Viviane Burssens terecht. Ze kroop zelf in de pen en schreef deze bijdrage over een ongenode gast.
De huidige tuinbezitter verschilt in hoge mate van de tuineigenaars van enkele decennia geleden.
Wie in het midden van de vorige eeuw het geluk kende over een lapje grond te beschikken, begon in het vroege voorjaar ijverig te spitten te schoffelen, te bemesten, te planten, te zaaien en te besproeien, want ieder plekje grond waarop men kon oogsten, was goud waard. Later op het jaar brachten brave huisvaders fier de geoogste groenten en aardappelen naar vrouwlief in de keuken. Daar werden de weckpotten uit de kelder opgediept en werd er ijverig gesteriliseerd en ingemaakt.
Als de kinderen geluk hadden, werd er al eens een klein plekje bezaaid met sportgazon, zodat ze zich naar hartenlust konden uitleven. Aan dat grasveldje werd overigens niet veel aandacht geschonken. Het gras werd plat getrapt bij het voetballen en op een boter- of paardenbloem min of meer werd niet gekeken. De madeliefjes en klavertjes bloeiden er welig. Geen mens die daar aanstoot aan nam. Op een distel min of meer werd niet gekeken.
Tegenwoordig moet men al ver zoeken om een volwaardige groentetuin te spotten. Siertuinen met grote stukken gazon zijn een must.
En dat gazon moet erbij liggen als een net gestreken zakdoek, egaal groen, netjes gekortwiekt en getrimd tot op centimeterhoogte; onkruid en mos worden geweerd alsof het leven van de eigenaar ervan afhangt.
Die eigenaar hoeft zelfs niet eens zelf het gras te maaien, daarvoor dienen gesofisticeerde grasrobots die de hele dag gehoorzaam en onvermoeibaar kris kras over het grasveld rijden als een blinkend knaagdiertje dat trouw ieder grassprietje afknabbelt.
Helaas is dit sprookje soms te mooi om waar te zijn, want af en toe verschaft een ongenode gast zich toegang tot de groene pelouse en verstoort zo de droom van een perfect gemaaid grasveld.
Ook wij hebben vaak bezoek van zo’n gast in de hoedanigheid van een overijverige mol.
Vorige week trok mijn echtgenoot ‘s ochtends goedgemutst de gordijnen open om zijn fraaie tuin te kunnen bewonderen, tot ik hem opeens zag verbleken.
Middenin het gazon lag een molshoop om ‘U’ tegen te zeggen.
‘Ons huis is verplaatst naar de Pyreneeën’ flitste het door mijn hoofd, want enkele meters verder, zag ik nog zo’n kanjer van een ophoping.
De zwarte aarde stak schril af tegen de fris groene kleur van het gras.
Dit konden we onmogelijk tolereren. Straks zou de robot zijn werk beginnen doen en zou hij pardoes in de zwarte aarde rijden.
Mijn man ondernam onmiddellijk actie. Via zijn app gaf hij het commando aan de robot om vandaag vrijaf te nemen.
Dan spurtte hij naar de garage om het mollenijzer te zoeken.
Met een hardnekkigheid die ik van hem niet gewoon ben, liep hij naar de plaats van de misdaad en plantte het mollenijzer precies in het midden van de molshoop.
Met dit duidelijk gebaar verklaarde hij de oorlog aan alle niet gewenste bezoekers.
Nu was het zaak ons stilletjes terug te trekken en netjes binnen te blijven, zodat de mol (of zijn een van zijn familieleden) niets vermoedend in de val zou trappen.
Af en toe keken we vol spanning door het venster, maar er was geen enkele beweging gekomen in onze zorgvuldig opgezette val.
We hadden dus te doen met een slimme mol. Tijd voor de tweede aanval! Mijn man zag dat het dier aan ‘t wroeten was net naast de hoop zand. Op zijn tenen liep hij naar het midden van het gras, stopte met een kordate beweging de spade diep in de grond en tilde ze omhoog in de hoop het dier zo te kunnen vangen. Ooit was hem dat al gelukt.
Helaas, weer was het blinde dier hem te snel af.
Wellicht zat hij ons in een van zijn gangen stilletjes uit te lachen. Ons offensief draaide telkens uit op een sisser.
Tot op heden staan er twee mollenijzers in de tuin, steekt er een omgedraaide petfles in het holletje waar de ondergrondse gang begint en staat de spade gevechtsklaar om het vermaledijde dier omhoog te woelen.
Het humeur van mijn man zakt iedere dag verder onder het vriespunt.
Geen mol die zich daar druk om maakt.
Viviane Burssens



