Voortbordurend op het thema 'Vloedgolf' van Foxrosie en om enigszins aan de weliswaar wijze woorden van Tilly te ontsnappen (helpt het als ik bij elke 'vloedgolf' een T van Tilly zet?), open ik met enige arrogantie een nieuwe topic, al zal ik er geen bezwaar bij hebben als de moderatoren een ander rubriekje toewijzen, hoewel ik de edelachtbare deelnemers van de kolderbrigade niet voor de voeten wil lopen.Tilly schreef:Terug naar het thema van deze topic : VLOEDGOLF.
Een zeldzame keer voel ik medelijden, vooral met onwetenden. Van lijden is dan weinig sprake (al ben ik niet gevoelloos), van passie uit ‘compassie’ nog veel minder.
In de onbe-zon-nen vloedgolven (knipoog aan Tilly, het thema komt er echt wel aan) van mijn jeugdiger leven heb ik lang niet begrepen hoe mede-lijden synoniem kon zijn van com-passie: wat had passie nu met lijden te maken?
Tot ik de schaduw-zijde van de liefde leerde kennen en dus jarenlang in de schaduw van het leven kampeerde, de tent-akels van een amoureuze partner ontwijkend. Na x aantal liefdesspartelingen (over het exacte aantal spreek ik niet uit bed, noch uit andere meubelstukken & vertrekken waar …, laat staan over de diva(n) bij en in wie ik lag te genieten) begreep ik dat passie juist àlles met lijden te maken heeft.
In de voorkeursspelling zaliger mocht men trouwens ‘kom-passie’ schrijven: bij elke ontluikende verliefdheid schreeuwden de vezels van mijn lijf: kom passie! Waarna het lijden begon …
Verspilde woorden, maar ach, wat is verspilling? Vraagt u zich nooit af hoeveel u verspilt? Neem een man: vloedgolven (T) vol zaad gestort in elke liefdesnacht, en hoeveel nakomelingen telt u? Gemiddeld 2, afgerond naar boven (bij vrouwen zie ik die afrondingen liever naar beneden).
Maar waar is al uw andere zaad gebleven? Nog een geluk dat bij het merendeel – bijna 1 miljoen Vlamingen niet te na gesproken, ach, ik kan het even niet laten – de hersencellen iets langer meegaan dan hun zaad- en eicellen …
Waarom dus nostalgie koesteren naar de tijd dat ik ipv de dag veeleer nachtvlinders en hoppebellen plukte …
Maar voel vooral geen compassie met mij: ik heb vrede met het verleden en vind bevrediging in het heden: de pen is een vruchtbaar instrument (mag ik de moderatoren verzoeken de bewuste spatie tussen woord 2 en 3 van voorgaande zin niet te deleten?).
***
Nu ben ik na amper enkele zinnen alweer de draad kwijt … Nog zo’n uitdrukking: de draad kwijt. Geen wonder dat we die zo vaak kwijt zijn, er is nauwelijks nog draad in ons leven, wat de West-Vlaamse textielbaronnen in hun beau lieu - maar vooral hun afgedankte werknemers, de clerkjes die in hun (geïmporteerd, netjes Aziatisch gestikt) onderhemd werden gezet - zeker zullen bevestigen.
Vroeger werd er duchtig genaaid (geen miss-verstanden aub), mét draad. Met heimwee denk ik aan de kousen uit mijn jeugd, geërfd van een broer, een bont patchwork van genaaide gaten (een verhaal om zonder geuren en in kleuren te vertellen in een andere rubriek). Toen was ik nog een held op geitenwollen sokken, voorvechter van s(ch)andalen … En ik neem mijn (vinger)hoed af voor de vingervlugge naaisters van weleer, zeker nu ik handelsreiziger ben in knoopsgaten.
Wie naait er nu nog de gaten in zijn/haar kousen dicht? S(t)okoude zeurkousen die dat nog doen … Macramémé’s, want macrapépé’s heb ik in jaren niet gezien. En als goedmakertje tav het vrouwelijk geslacht: pépézewevers die geen garen weten te spinnen …
Maar vooral de huidige en toekomstige generaties raken de draad – zelfs hun giftige scoubidou - kwijt, en goede (d)raad is toch zo duur. Ziet u nog jongeren naaien met draad, macraméren, breien? Maar in hun partnerrijk liefdesleven moeten ze wel hun voeten wassen met sokken aan … Durex, een gat in de markt. En niet dicht te naaien!
Maar daarmee is mijn kous nog niet af: een telefoon met draad wordt stilaan even zeldzaam als een politieman met snor … nog steeds mis ik de draad aan mijn GSM.
En ik ben al niet zo’n fan van hi-tech(nisch werkloos worden al die dradenleggers).
Zelfs internetten gebeurt steeds vaker draadloos, om nog te zwijgen van allerlei gevezelde draden die vroeger in huis, op straat open en bloot tegen muren en tussen palen hingen te bengelen en nu spoorloos, binnenmuurs en ondergronds verdwijnen … Geen wonder dat ook de zwaluwen de draad kwijt zijn: voor de grote trektocht naar het zuiden was het eertijds verzamelen geblazen op allerlei draden. Het beeld is helaas vertekend: 1 zwaluw op een draad maakt de herfst.
Ik weet er soms geen (d)raad mee …
****
Teneinde (d)raad zal ik ‘m maar weer opnemen, ik hoor u al zuchten, Tilly: waar blijft die vloedgolf van La Palma?
Bij mijn talloze escapades door de Nederlandse taal verbeid ik immers in de vreemdste gehuchten, om van de rijkdom van de plaatselijke, sappige dialecten nog maar te zwijgen. Zalig is het verdwalen in de spielerei van woordjes en – heel even – de (letter)greep op je leven en verhaal te verliezen. Er zijn taalvaardige senioren die hier dagelijks wondermooi afdwalen, om met hun kolder lezers van Zolder tot polder te plezieren.
In deze komkommertijd (niet bepaald mijn favoriete groente, tenzij verwerkt in een kwarkfrisse Tzatziki) – waarbij tomatenboeren groen zien bij de prijzen van hun knalrode vruchten(loze arbeid) en sla-bakkende sla-kwekers dan weer in de rode cijfers raken, alle zwartwerk ten spijt: sla & tomaten worden nu immers van Pool tot evenaar gekweekt, vooral door die eerste, de paus zij met hen, elke bok lust nu eenmaal een groen blaadje – geraakte mijn blik versteven bij de onheilstijding van Foxrosie over de vloedgolf van La Palma.
(Ik ben er, Tilly, zoals elke vloedgolf heeft ook dit artikel toch wel enige tijd nodig om aan land te geraken.)
Het toeval – niet in de betekenis van die vallende ziekte, waar ook steeds meer voetballers in het strafschopgebied aan lijden (in Italië – het epi(leptisch)centrum van het moderne voetbal - ook Tottilepsie genaamd) - wil dat ik binnen enkele weken efkes op La Palma mag lanterfanten.
Nu weet ik wel dat dit een Canarisch eiland betreft, maar bij het horen van de naam La Palma denk ik nog steeds terug aan het aartslelijke horeca-etablissement ter hoogte van het Hoogleedse “Land van Belofte”, waar menige Vlaamse schlagerzanger voor een wekelijkse vloedgolf van TOTZ-adepten avant la lettre hun repertoire playbackten, in een balzaal vol zwetende Vlaamse oksels.
De wilde frisheid van Fa(likant en fa-taal fa-beltje waar meloenen, euh, miljoenen consumenten dansend en huppelend door bedrogen worden, of hoe producenten van deodorants stinkend rijk worden) ten spijt.
Rita De-neve, Connie Neef-s & andere Vlaamse nichten zoals Bart Kaëll, maar nog 7 andere k-anjers van mat-rozen die aan lager wal(ly) geraakten, zoals Sommers, Samantha, Salim Segers, Severs, Steeno (het lijkt wel de SS in veelvoud), Micha Marah en Marc Dex (oh …), zijn niet bepaald mijn favoriete clowns in het muziekcircus.
En toch zitten hun namen in mijn geheugen, en zal ik kwijlend hun liedjes kwelen bij vroegtijdige dementie, tot jolijt van menig verpleegstertje, mag ik hopen …
Maar desgevallend liever de dood met de kogel, dan met kleddernatte kinnebak dito slabberlap het oeuvre van bovenvernoemden te neurieën.
(Versta me niet verkeerd: mijn dementerende moeder zaliger heb ik met liefde en tot haar voorlaatste snik helpen verzorgen, haar laatste hebben helaas alleen de muren gehoord … en toen kwam een vloedgolf (T) van tranen bij de 7 kinderen die zij borst, ziel, hart, àlles had gegeven)
Serveer mij dan maar de fo-liekes en de chansons van het brel-jante Vlaamse kliekske kleinkunstartiesten als (smart)lapje voor het muzikale bloeden, maar nog liever Argentijnse tango van Juan Massondo, flamenco of folk uit het b-Ierland bij uitstek (geen bar-bier noch Ara-bier die mij zal tegenspreken): The Chieftains, The Dubliners, Clannad, …
Ik ben dan ook nog in de roes van een zoveelste folkfestival in Dranouter (als ik me niet vergis in de geboortestreek en het Heuvelland van Foxrosie), adorabele dorpjes verscholen tegen de glooiende heuvelwanden. Het jaarlijkse afscheid van een zwoele zomer, het jaarlijkse besef van een jaartje Dra-n-ouder, jaarlijkse bedevaart naar het Lourdes van de folk, en maar hopen dat Bernadette verschijnt, met een kraantje heilig folkwater dat alle dorst lest … Het hoeft niet altijd sjanpoepel te zijn.
Alleen al de wandeling van het dorp naar de weide - via het glooiende weggetje tussen zalig vredige, vrolijke mensen van 7 tot 77 en een lappendeken van tentjes aan de kanten, in een mengeling van geuren en stanken, met wenkende klanken, aanzwellend tot vloedgolven (T) van heerlijke muziek – geeft me groene, mentale energie voor weken.
Nu weet u na “’t Canvas-t nog beter” dat ik een hekel heb aan lawaai en (bompa) lawijt, maar niet alleen de luisterliedjes, ook de snoeiharde electro-folk van buitenlanders en decibel-gen kunnen me in Dranouter best bekoren. De cultuur van de stilte koester ik de rest van het jaar.
Las ik niet bij de verjaardagswensen voor Ed (4 dagen te laat, volgens MC 361 te vroeg) dat er ook 1 Wolkje was … jammer dat ik u niet gezien heb, u zou een welgekomen afkoeling geweest zijn op een zonovergoten festivalweide …
Vergeef me de ode aan dit heerlijk stukje Westhoek, het kerkhof van honderdduizenden soldaten – “altijd iemands vader, altijd iemands kind” -, waar de vloedgolf (T) van een afschuwelijke oorlog strandde, ook het kerkhof en het testament van mijn jeugd …
***
Maar La Palma dus, het meest westelijk gelegen Canarische eiland. Nu wil ik in september eens een weekje gaan luieren, komt Foxrosie aandraven met de onheilsmelding dat dit kleine groene eiland, paradijs voor wandelaars en natuurliefhebbers, volgens de BBC in mekaar zou zakken, wat een oceaanwijde vloedgolf (T) zou veroorzaken.
Meteen voelde ik me een ramptoerist in prematuur. Nu zijn toeristen een ramp op zich (mezelf incluis) en worden de meeste rampen ook nog eens door toeristen veroorzaakt: zie de Spaanse costa’s, en dichter bij huis die eindeloze, duinenvretende lintworm van peperdure blokkendozen aan onze kustlijn, bewoond door inlanders die er nauwelijks nog geraken en er nog minder vertoeven. Met hier en daar een permanente, soms aimabele dakbewoner - decadent zwemmend in zijn vet pensioen - zappend van visnet naar seniorennet.
Akkoord, hij behoort tot de Village People van De Panne, en dus zing ik soms (enigszins verbasterd op de tonen van YMCA): "why, MC, eeh?" Zeker als hij Foxrosie en andere stamgasten er onnodig van langs geeft.
Het enige voordeel van onze skyline is dat men – igv vloedgolf (T) of stijgende zeespiegel door de opwarming – de hele santenboetiek van appartementsgebouwen kan opblazen, dat scheelt een hoop beton bij het aanleggen van een keringsdam ter hoogte van de dijk.
Nu ga ik niet naar La Palma om er vanuit een ligzetel op mijn hotelstrand toe te kijken wat er allemaal voorbij blubbert en flubbert aan menselijk vet, noch om mezelf te etaleren in een afzakkende heupbroek, met “aan de keerzijde gratis panorama over mijn Grand Canyon”.
Ik overdrijf dan wel met een serieuze portie zelfspot in de beschrijving van mijn heus niet zwabberende figuur, toch begin ik me stilaan af te vragen of ik de reserveband van mijn met Michelins voorzien wagen niet per ongeluk heb opgegeten … Straks maar eens een andere spiegel kopen …
Enfin, nader opzoekwerk omtrent de La Palma-vloedgolf leert me dat Foxrosie geen luchtkasteel(bier) b(r)ouwt.
Een mega-Tsunami (het Japans van Katana, het zgn. Katanees, klopt wel degelijk) hangt als een tijdbom in de natuur boven - liever onder - La Palma, want de ondergrondse aardbeving zou dus een allesvernietigende vloedgolf kunnen teweegbrengen als de vulkaankegel van de Cumbre Vieja in zee stort.
Nu ben ik een scepticus, nog heiliger dan Thomas. Pseudo-wetenschappelijke stellingen, paranormale ervaringen, alternatieve geneeswijzen en duiveluitdrijvingen laat ik als UFO’s aan mij voorbijvliegen.
Maar ik word toch een ietsepietsje ongerust: nogal wat wetenschappers van formaat XXL blijken de theorie van de mega-Tsunami te ondersteunen: een vloedgolf van 50 meter zou met de snelheid van een lijnvliegtuig (Air Travel Tsunami Aero Company, kortweg ATTAC genaamd) de oostkust van Amerika teisteren, en alles opslokken tot 20 km landinwaarts.
Wij zouden ervan afkomen met een golfje van 12 tot 15 meter: als deze waarschuwing geen aarde aan de dijk brengt, dan toch een behoorlijke hoeveelheid zeewater, net tot aan het dakterras van MC.
De oplossing voor hem is weer eens simpel: hij kan zo overstappen in een rubberbootje, dat hij nu als door een wesp gestoken kan gaan kopen bij een van zijn zelfVoLDane vrienden-middenstanders op de dijk. (de solden in de Aldi zullen hem wel niet bekoren, de muziek van de “4 seizoenen” – behalve de toeristenrijke zomer – van Viv-aldi misschien iets meer).
Ik weet wel dat er meer nodig is om MC onder het sjabrak van zijn paard te doen kruipen van angst of hem een nacht-merrie te bezorgen …
***
Wat mij echter uitermate intrigeert is de vloedgolf die Amerika zou treffen: ik heb – behalve die Michelins – geen banden, ook niet met Al Qaeda. Maar waarom zou Bin Laden – elke scheet die in de wereld gelaten wordt, schrijft men toch aan hem toe – zijn woestijnhol in Pakistan niet verlaten, bij het plaatselijk filiaal van de firma Woestijnvis een bootje huren volgepropt met explosieven - waaraan nu toch maar hagedissen, schorpioenen en woestijnratten zitten te knagen - zijn allang niet meer gewassen tulband inleveren voor een exemplaar van zeerover Kapitiein Holle Bolle Gijs, een ooglap van piraat Kolesterol Zeewiersnor, en er bij nacht en ontij neerstrijken op een gods- en allahverlaten zwart lavazandstrand in een van de vele baaitjes die La Palma rijk is?
Om er vervolgens verkleed als Aladin eerst in een vliegtuig richting Amerika te stappen, om er in het aanschijn van zijn wonderlamp te gaan neerkijken hoe zijn minder fortuinlijke kompanen à la minute zijn almachtige alaam laten ontploffen op de bergwanden van de Caldera, die een onwaarschijnlijke catastrofe teweegbrengt bij de onderdanen van Bush&Co.
Nu geloof ik niet in sprookjes, maar gezien mijn geplande reis naar La Palma bid ik tot Allah dat Bin Landen nog even wacht met zijn vloedgolf-terrorisme.
God heb ik al aanbeden in het klooster van de Arme Klaren in Brugge, enerzijds om goed weer, overbodig want het regent er niet 1 dag tussen juni en oktober.
Anderzijds opdat in september de ETA-blissementen in La Palma minder bom-vol zouden zitten dan die verfoeilijke West-Vlaamse balzaal …
Wat kan een mens meer doen dan God & Allah te eren?
Nochtans, mijn zalige hotelkamer met zeezicht zal ik niet inruilen voor een tentje langs de flanken van de bedreigde vulkaan, teneinde gewapend met verrekijker en vergrootglas op zoek te gaan naar eventuele vloedgolfterroristen, toch neem ik mezelf voor de plaatselijke autoriteiten bij aankomst te waarschuwen voor mijn rampscenario. Was ‘The day after tomorrow’ niet eerder dit jaar verschenen, ik had er nog een filmscenario aan kunnen overhouden.
Hoe gaarne ik ook Bush eens kopje onder zou zien gaan – zijn Water-loo komt er toch aan, Irakt er niet van onderuit -, ik heb een louter egoïstische reden om deze H2O-aanval op Amerika desnoods eigenhandig te verhinderen.
Enkele weken na La Palma mag ik op uitnodiging – en in gezelschap van het product van een van mijn weinige, niet op de rotsen gestorte zaadcellen - een kleine week naar Boston, al zie ik er ietwat tegenop: behalve een allergie voor wespen, krijg ik er stilaan een voor vliegen. En geen kruidnagel die daartegen helpt.
Nu is een snoepreisje naar de spokenstad van Amerika niet te versmaden, zeker niet als het Boston Police Department je een dagje inviteert en escorteert in de somberste, donkerste arbeiderswijken – waar de gangs de basketbalpleintjes controleren -, met als toemaatje een rondrit- en vaart met een politie-amfibievoertuig op de Mystic Rivers van deze stad.
Al heb ik onlangs gevaren op de grachten van Amsterdam (tot de walletjes onder mijn ogen stonden), ik ga toch even informeren of hun amfibietuigen - Aqua Hummers of Ducks of wat dan ook - de gevolgen van een eventuele vloedgolf uit La Palma kunnen opvangen. Van mijn diploma’s heeft het zwemdiploma van 25m mij immers het meeste zweet gekost, het water staat mij al aan de lippen nog voor ik mijn zwembroek aantrek.
Foxrosie heeft me dus aardig de stuipen op het lijf gejaagd met die vloedgolf (T), een ijskoude douche na bloedhete dagen. Nu zit ik met een ei van Columbus in mijn broek van hier tot in Amerika, want spartelend verzuipen in de dolfijne (d)armen van een inktvis als Bush lijkt me geen aanlokkelijk alternatief voor de palliatieve zorgen van het Minnewater, waar ik ooit wel hoop kopje onder te gaan: de tijd loopt immers als water door onze vingers.
Als ik dus niet meer boven water kom na La Palma & Boston en niet meer op dit stekje van het World Wide Web verschijn, dan weten jullie waar te zoeken: op de vloedlijn, 20 km landinwaarts van wat ooit de Oostkust van Amerika was. Dolgedraaid door die vloedgolf, dus boven mijn theewater, onder het schuimende zeewater.
Liefst in de armen van een zeemeermin, die vol medelijden mond-op-mondbeademing toepast. Want com-passie is lijden …
***
Nu maar hopen dat jullie niet verzopen zijn in mijn vloedgolf van barokkerige, Rubensiaanse woordenschat.
En dat Tilly niet reageert met: “Piepauw, terug naar het thema en let op je woorden, schat”, al is deze laatste splitsing louter dichterlijke vrijheid.
Bij w-eb en vloed, het ga jullie goed!
Laatst gewijzigd door Piepauw op 20 aug 2004, 21:27, 1 keer totaal gewijzigd.
Bij het schrijven van poëzie, heb ik last van Claus-trofobie
(C)opyleft Jasse 1998 * (s)Taal-zonder-waarde
(C)opyleft Jasse 1998 * (s)Taal-zonder-waarde