Hé, jeronimo is ook weer op dreef. Leuk verhaal.
Mijn beide schoonbroers speelden toneel en natuurlijk kon ik niet achterblijven als ik met hun zuster wilde omgaan.
Jaren hebben we samen gespeeld en ik ben nog niet zo lang geleden gestopt. Het was niet omdat ik het spelen niet meer aankon of prettig vond maar omdat we nu met pensioen zijn en wat meer vrijheid willen en die vele repetitieavonden er te veel aan zijn.
Uit de toneelperiode heb ik nog een hele boel herinneringen en anekdotes waarvan ik er graag vandaag eentje plaats.
- 1958 - Slisse & Cesaer
‘Proficiat iedereen, het was een overweldigend succes!'
Na afloop van de voorstelling komt Jules Tegenbos, onze regisseur, naar beneden in de “kleedkamers” om ons te feliciteren.
Onder het podium is een diepe kuil, een soort kelder, die wij als kleedkamer gebruiken.
Jongens en meisjes, mannen en vrouwen, iedereen kleedt zich om in diezelfde ruimte.
Op de aarden vloer wordt krantenpapier opengelegd om onze kleren niet vuil te maken bij het aan- en uitrekken.
Twee dagen na elkaar zat de parochiezaal afgeladen vol. Slisse en Cesaer, een kaskraker. Als 't maar om te lachen is dan komen de mensen wel graag kijken.
'Het bestuur van de toneelkring van Kraainem zou graag hebben dat we dit stuk ook bij hen komen spelen, zij zelf spelen niet deze winter.' Hij kijkt triomfantelijk om zich heen en ziet goedkeurende blikken en jaknikkende hoofden.
'Wat denken jullie ervan?' Overbodige vraag want iedereen wil dit successtuk nog graag eens op de planken brengen in het naburige dorp.
Vier weken later is het dan zo ver.
We zijn allemaal in opperbeste stemming en vinden het niet zo erg dat we eigenlijk 'in den aap gelogeerd' zijn.
De zaal is wel in orde en ze zit afgeladen vol, maar achter het podium is het een echte ramp. We moeten ons omkleden tussen de toneelschermen want van een kleedkamer of aparte ruimte is er helemaal geen sprake.
Gelukkig hebben de organisatoren voor een paar bakken bier en frisdrank gezorgd en ook voor twee zakken pistolés met hesp en kaas.
Honger en dorst zullen we niet hebben, dat is toch al iets.
De opvoering loopt lekker en we vergeten het gebrek aan comfort achter de schermen.
Na het eerste bedrijf vraagt één van de meisjes waar ze ergens naar het toilet kan.
Goede vraag, maar niemand weet waar het zich bevindt want achter het podium is er nergens een deur naar achter te bespeuren.
'Dan zullen we maar naar het WC in het café gaan en moeten we maar door de zaal lopen, zeker?'
'Ha, nee dat kan niet als je gekleed en geschminkt bent.' Roept Jules.
'Ja, maar het wordt toch dringend zulle.'
'Ik moet precies ook gaan,' zegt een tweede.
Jules weet geen raad en kijkt zoekend in het rond.
'Is hier gene emmer of zo?'
'Allé Jules, dat gaat ge ons toch niet aan doen zeker?'
André heeft al een oplossing gevonden, tenminste voor de mannen.
'Hier zie, die flesjes bier zijn al leeg, je kan ze terug vol pissen, maar zet ze dan wel niet opnieuw in den bak hé!'
Hij voegt meteen de daad bij het woord, gaat achteraan in een hoek staan en pist een eerste flesje vol.
Jefke kijkt een beetje gegeneerd naar hem en maakt een afkeurend gebaar met zijn slap handje.
'Wel, ge kunt van mij zeggen wat ge wilt maar ik vind dat toch niet proper zulle.'
André trek zijn schouders op en grijpt al naar een tweede flesje.
'Nood breekt wet ...' zegt hij spottend.
'En wij nu? Wat moeten wij doen?' De vrouwen worden ongeduldig.
'Vooruit Jules, ga daar nu toch eens zien bij iemand van de organisatoren?'
'Ja, ja 't is al goed.'
Hij gaat de zaal in ... Twee minuten later staat hij daar weer.
'Er is een deur naar de achtertuin, zeggen ze. Daar in die hoek achter dat paneel.'
'Rechts, beneden aan de trap buiten moet er een WC zijn.'
En ja, nu ze goed zoeken vinden ze inderdaad een deur.
Lucienne is al weg, opent de deur, maar blijft staan en draait zich om.
'Zeg eens, er is geen licht, het is daar zo donker als in de hel!' 'Heeft er iemand een zaklamp?' - Niemand.
Op de tast dan maar zeker?
'Wacht, ik zal meegaan,' zegt Maria, 'hou mijn hand vast!'
'Zeg hier is alleen een betonen platform! Is er hier precies genen trap naar beneden ...?'
Eindelijk zien ze de smalle stenen trap en bij het schaarse licht van de maan zoeken ze hun weg naar beneden.
Vijf minuten later zijn ze al terug.
'Pas maar op hé daar beneden want da 's nog een boeren -W C ; een plank met een gat in over den beerput, goddomme!'
'Dan pis ik nog liever in mijn broek.' zegt Denise en iedereen lacht.
'Ja maar ik moet toch dringend hoor,' Haar zus Annette neemt haar bij de arm.
'Kom we gaan samen.' Voetje voor voetje schuiven ze langzaam naar buiten.
Tijdens de tweede pauze gaan de mannen ook in de tuin om te plassen en kort vóór de aanvang van het laatste bedrijf staan Willy en ik beneden aan de trap een sigaretje te roken als ik plots een warme waterstraal op mijn hoofd voel.
'Héla, wat is dat daar boven?' Willy heeft het ook gevoeld.
'Oei! Pardon jongens ik dacht dat jullie al weer boven waren.' Jules en Bert haasten zich weer vlug naar binnen.
'Oh, die smeerlappen! Ze zijn te lui om naar beneden te komen en dan plassen ze maar over de reling op onze kop!'
De aanvang van het laatste bedrijf moet wel even worden uitgesteld. Als we weer boven komen weet iedereen al wat er gebeurd is en liggen ze allemaal krom van het lachen.
Willy is wel minder 'gedoopt' dan ik maar toch moeten we ons alle twee eerst wassen en afdrogen voordat we op het podium kunnen
verschijnen.

Mijn beide schoonbroers speelden toneel en natuurlijk kon ik niet achterblijven als ik met hun zuster wilde omgaan.
Jaren hebben we samen gespeeld en ik ben nog niet zo lang geleden gestopt. Het was niet omdat ik het spelen niet meer aankon of prettig vond maar omdat we nu met pensioen zijn en wat meer vrijheid willen en die vele repetitieavonden er te veel aan zijn.
Uit de toneelperiode heb ik nog een hele boel herinneringen en anekdotes waarvan ik er graag vandaag eentje plaats.
- 1958 - Slisse & Cesaer
‘Proficiat iedereen, het was een overweldigend succes!'
Na afloop van de voorstelling komt Jules Tegenbos, onze regisseur, naar beneden in de “kleedkamers” om ons te feliciteren.
Onder het podium is een diepe kuil, een soort kelder, die wij als kleedkamer gebruiken.
Jongens en meisjes, mannen en vrouwen, iedereen kleedt zich om in diezelfde ruimte.
Op de aarden vloer wordt krantenpapier opengelegd om onze kleren niet vuil te maken bij het aan- en uitrekken.
Twee dagen na elkaar zat de parochiezaal afgeladen vol. Slisse en Cesaer, een kaskraker. Als 't maar om te lachen is dan komen de mensen wel graag kijken.
'Het bestuur van de toneelkring van Kraainem zou graag hebben dat we dit stuk ook bij hen komen spelen, zij zelf spelen niet deze winter.' Hij kijkt triomfantelijk om zich heen en ziet goedkeurende blikken en jaknikkende hoofden.
'Wat denken jullie ervan?' Overbodige vraag want iedereen wil dit successtuk nog graag eens op de planken brengen in het naburige dorp.
Vier weken later is het dan zo ver.
We zijn allemaal in opperbeste stemming en vinden het niet zo erg dat we eigenlijk 'in den aap gelogeerd' zijn.
De zaal is wel in orde en ze zit afgeladen vol, maar achter het podium is het een echte ramp. We moeten ons omkleden tussen de toneelschermen want van een kleedkamer of aparte ruimte is er helemaal geen sprake.
Gelukkig hebben de organisatoren voor een paar bakken bier en frisdrank gezorgd en ook voor twee zakken pistolés met hesp en kaas.
Honger en dorst zullen we niet hebben, dat is toch al iets.
De opvoering loopt lekker en we vergeten het gebrek aan comfort achter de schermen.
Na het eerste bedrijf vraagt één van de meisjes waar ze ergens naar het toilet kan.
Goede vraag, maar niemand weet waar het zich bevindt want achter het podium is er nergens een deur naar achter te bespeuren.
'Dan zullen we maar naar het WC in het café gaan en moeten we maar door de zaal lopen, zeker?'
'Ha, nee dat kan niet als je gekleed en geschminkt bent.' Roept Jules.
'Ja, maar het wordt toch dringend zulle.'
'Ik moet precies ook gaan,' zegt een tweede.
Jules weet geen raad en kijkt zoekend in het rond.
'Is hier gene emmer of zo?'
'Allé Jules, dat gaat ge ons toch niet aan doen zeker?'
André heeft al een oplossing gevonden, tenminste voor de mannen.
'Hier zie, die flesjes bier zijn al leeg, je kan ze terug vol pissen, maar zet ze dan wel niet opnieuw in den bak hé!'
Hij voegt meteen de daad bij het woord, gaat achteraan in een hoek staan en pist een eerste flesje vol.
Jefke kijkt een beetje gegeneerd naar hem en maakt een afkeurend gebaar met zijn slap handje.
'Wel, ge kunt van mij zeggen wat ge wilt maar ik vind dat toch niet proper zulle.'
André trek zijn schouders op en grijpt al naar een tweede flesje.
'Nood breekt wet ...' zegt hij spottend.
'En wij nu? Wat moeten wij doen?' De vrouwen worden ongeduldig.
'Vooruit Jules, ga daar nu toch eens zien bij iemand van de organisatoren?'
'Ja, ja 't is al goed.'
Hij gaat de zaal in ... Twee minuten later staat hij daar weer.
'Er is een deur naar de achtertuin, zeggen ze. Daar in die hoek achter dat paneel.'
'Rechts, beneden aan de trap buiten moet er een WC zijn.'
En ja, nu ze goed zoeken vinden ze inderdaad een deur.
Lucienne is al weg, opent de deur, maar blijft staan en draait zich om.
'Zeg eens, er is geen licht, het is daar zo donker als in de hel!' 'Heeft er iemand een zaklamp?' - Niemand.
Op de tast dan maar zeker?
'Wacht, ik zal meegaan,' zegt Maria, 'hou mijn hand vast!'
'Zeg hier is alleen een betonen platform! Is er hier precies genen trap naar beneden ...?'
Eindelijk zien ze de smalle stenen trap en bij het schaarse licht van de maan zoeken ze hun weg naar beneden.
Vijf minuten later zijn ze al terug.
'Pas maar op hé daar beneden want da 's nog een boeren -W C ; een plank met een gat in over den beerput, goddomme!'
'Dan pis ik nog liever in mijn broek.' zegt Denise en iedereen lacht.
'Ja maar ik moet toch dringend hoor,' Haar zus Annette neemt haar bij de arm.
'Kom we gaan samen.' Voetje voor voetje schuiven ze langzaam naar buiten.
Tijdens de tweede pauze gaan de mannen ook in de tuin om te plassen en kort vóór de aanvang van het laatste bedrijf staan Willy en ik beneden aan de trap een sigaretje te roken als ik plots een warme waterstraal op mijn hoofd voel.
'Héla, wat is dat daar boven?' Willy heeft het ook gevoeld.
'Oei! Pardon jongens ik dacht dat jullie al weer boven waren.' Jules en Bert haasten zich weer vlug naar binnen.
'Oh, die smeerlappen! Ze zijn te lui om naar beneden te komen en dan plassen ze maar over de reling op onze kop!'
De aanvang van het laatste bedrijf moet wel even worden uitgesteld. Als we weer boven komen weet iedereen al wat er gebeurd is en liggen ze allemaal krom van het lachen.
Willy is wel minder 'gedoopt' dan ik maar toch moeten we ons alle twee eerst wassen en afdrogen voordat we op het podium kunnen
verschijnen.
Laatst gewijzigd door Fikske op 24 jun 2007, 13:40, 1 keer totaal gewijzigd.
Wie tevreden is met wat hij heeft,
is de rijkste die er leeft.
is de rijkste die er leeft.
