Het fietsseizoen kondigt zich stilaan aan. Wie gebeten is door die microbe, raakt er moeilijk vanaf. Onze eerste stapjes die we angstvallig met de MTB deden de eerste week van januari bracht me algauw tot een helse hoofdpijn. Niet dat de fiets of de weg daartoe hun steentje bijdroegen, of misschien toch dat laatste? Je programma ligt klaar om je op te warmen een twee tot driemaal per week en dan maak je kennis met een dwarsbomer. Steentjes, minuscule steentjes. Amper zie je ze maar je voelt ze. En als je het gevoelt hebt weet je zeker, ik heb prijs. Deze prijs wil ik niet iedere dag winnen. Dan doe ik niet meer mee aan de loterij van wegpiraterij. Als je met een allround fiets rijdt kan je al eens afwijken van je route. Zo ook deden wij dat. De kopman of vrouw roept bijvoorbeeld: links en iedereen zwenkt naar links.
In Stokkem wilde we afdraaien door het centrum om recht in Leut uit te komen ergens. De route kwam me al bekend voor maar zeker is men nooit. Ik roep: rechtdoor, en we reden rechtdoor. De blijheid van de straat maakte plaats voor de modder door het veld. Wie voor je fietst gooit je vol met spetters. Je herkent je eigen niet meer. De fiets is onherkenbaar geworden door die vuile troep in het veld. Halfbevrozen plasjes en ontdooide poelen kom je er tegen. Je zakt dieper en dieper in de sporen van een tractor weg. Nochtans had ik de indruk dat hier iets anders gaande was. Mijn voorvorkveringen stonden toch open? Ja hoor, alles ok. Het zal het glibberige veldweggetje wel zijn ofwel speelt mijn ziek-zijn me nog parten. Ik kreeg het gevoel alsof mijn achterwiel slipte, raar gevoel is dat. En ineens voelde ik het duidelijk. Dat wegzakken in de modderige gleuven had ik te danken aan mijn eerste kapotte band van het nieuwe jaar. Midden in Meeswijk sta je dan te koekeloeren met je zwarte kleren aan vol modderspetters. Vlug het voorwiel eruit geklikt en een nieuwe binnenband steken, klassiek patroon voor lekke banden. Op weg steek je gewoon een nieuwe en thuis plak je de lekke als hij nog te plakken valt. Dat verdomde minipompje is zo broos en ik maande nog aan om het zuinig en zedig te gebruiken. Pas op dat het niet breekt. Breken zal het niet maar wel blokkeren. Normaal kan je met twee gaatjes werken, een groot en een klein. Ieder seppat komt hier aan haar trekken. De band, hij wilde niet opgaan, niks wind wilde erin gaan. Nog eens harder gedrukt en of het pompje wilde protesteren, pets kapot. Daar sta je dan, midden in no way. Kilometers ver geen huis te zien en zeker geen fietser die het modderige landschap trotseerde. Iemand nam dan het initiatief om met mijn voorwiel en mijn buitenband over zijn schouders, de nieuwe binnenband in zijn zak, naar de bewoonde wereld te fietsen. Wat duurde het lang voor me. Wachten kan soms lang duren, ieder minuut lijkt dan een uur of een eeuwigheid. De koude kruipt in je kleren alhoewel je warm gekleed bent. Dan maar even de windvanger over mijn vest aangetrokken in de hoop dat de verlossing gauw terug komt. Dit duurde me nu wel echt te lang en ik nam mijn fiets op bij het stuur,zoals ze een stier opheffen om in de arena te laten verschijnen. Wat kan zo’n frame zwaar wegen dacht ik nog. Hoog omhoog loop je natuurlijk op één wiel, geen gezicht is dit. Je fiets maakt af en toe een slingerbeweging, alsof hij teveel aan de rode wijn gezeten heeft. Puf, even pauzeren. Ik zet mijn bike op de voorvork, nog een zotter gezicht, dacht ik nog. Zou ik erop gaan zitten? Bijna een elektrische stier waarbij je de stier bij de horens vat. Verder lopen was mijn motto, niet blijven stil staan. Ik liep dus verder naar de bewoonde wereld. Bij het eerste huis aangekomen, zag ik een oud vrouwke achter de gordijnen gluren. Dit madammeke begreep het allemaal niet goed. Ze staarde me aan en ging naar een ander venster om me nog beter te kunnen zien. Nu zette ik mijn fiets zonder voorwiel vlak voor haar huis op de vork. Ging er eens opzitten en deed juist alsof ik wilde verder fietsen op één wiel. Het vrouwke had bijna gevraagd of ik ze nog allemaal op een rij had maar kreeg er de kans niet toe omdat mijn redding naderde. Het voorwiel werd er keurig ingeklikt, nog eens gevoeld als de buitenband hard genoeg was. Zachte banden zijn beter voor de steentjes en in het veld maar op de weg moet je harder duwen hierdoor. Wat een eer zei ik nog hardop: ik heb de eer gekregen om de eerste platte tupe te krijgen. En er volgden er nog meer in de komende dagen.
