Ik ben niet één persoon, maar drie
Ik leef met mijnheer Pijn en Allergie
Mijn hele leven heb ik al de heren aan mijn zij
Net een boom met altijd dezelfde twijg
Mijnheer Allergie is er stilletjes bijgekomen
En heeft mijn verdere leven in bezit genomen
Pijn lacht in zijn vuist dag en nacht
Van hem had ik het niet anders verwacht
Maar Allergie, die had ik liefst later zien komen
Die blijft nu dagelijks bij mij wonen
Hij vertikt het om mij gerust te laten
Daarom ben ik dikwijls in alle staten
Pijn laat de laatste tijd hem ook meer en meer voelen
Zodanig zelfs, dat ik ’s nachts lig te woelen
Hij maakt het mij onmogelijk nog te slapen
Daarom begin ik hem zo erg te haten
Hoe ik hem klein krijg, weet ik niet
Want als Allergie hem ziet
Spannen ze samen tegen mij, met alle gevolgen van dien
Je zou ze samen bezig moeten zien
Shock is hun metgezel
Net etter in een gezwel
Ze trachten mij te kwellen
Ze trachten mijn vertrouwen te verzwelgen
Maar Allergie en shock heb ik door, ik weiger hen te laten komen
Het is moeilijk, maar ik begin hen in te tomen
Pijn blijft hardnekkig zijn werk voortzetten
Daarbij moet ik zeer goed opletten
Ik tracht hem al jaren te verdringen
Ik moet daarom mijn eigen dwingen
Ik leg de lat zo hoog, dat hij er bijna niet bijkan
Maar als hij het met veel moeite toch kan
Ben ik de verliezer en dat duld ik niet
Hij weet het en hij geniet
Al 42 jaar is hij mijn metgezel
Maar nu vind ik het meer dan wel
Hij laat mij geen minuut meer alleen
Zelfs niet, als ik in mijn eentje ween
Maar klein zal ik hem krijgen
Al moet ik hem aan een spuit rijgen
Hij zal de rest van mijn leven niet verknallen
Ik heb nog een geweer met zware ballen
Krijgen zal ik hem zeker, is het nu niet, dan later
Hij blijft zeker achter, met een flinke kater
Pijn heeft mij al eens moeten lossen
Want gisteren, ben ik gaan wandelen in de bossen
Hij kon het mij wel lastig maken
Maar ik vertikte het, hem de last te doen smaken
Daarom zette ik door samen met Pijn
Maar hij kreeg me niet klein
Ik zal me nooit gewonnen geven
Geen ene keer, in mijn aardse leven
Je hebt daarvoor veel doorzettingsvermogen nodig en een hoop moed
Want er is niemand die het voor mij doet
Ik weiger verlamd te worden, door meneertje Pijn
Als iemand op aarde hem verdrijft, zal ik het zijn.
Het schip van ons leven
heeft op vele wereldzeeën gevaren.
Uiteenlopende eilanden
hebben wij bezocht.
Het water was niet altijd kalm.
Wij werden door hoge
golven dooreen geschud.
Vasthouden aan de mast,
koorden aantrekken
was een must.
We vielen van de ene verbazing
in de andere.
We legden uiteindelijk
veilig aan de kade aan.
Ons hart vond voldoening
Vulde zich met geluk
Wij waren elk een andere weg
ingeslagen
Na jaren nemen we de teugels
samen weer in handen.
Naakt en schuchter
In een hoek gedropt
Bevreesd wat er komen zal
Verdrietig kijkend
De glorie van weleer vergaan
Einde van haar mooi leven
Het is gedaan
Rond haar ranke lijf
mooie kleren
bijkomende accessoires
alle kapsels hebben haar
hoofd getooid
Iedere sterveling bleef
naar haar kijken
Ze stond in de belangstelling
Daar genoot ze van
Nooit heeft ze gebloosd
Maar keek hen recht in de ogen
Zelfzeker en onbewogen.
Ze kreeg een tweede leven
Misschien nog mooier
Tussen bloemen
Rustig genietend
Tussen groen.
De wereld van belangstelling
Ligt weer aan haar voeten.
Net zoals de tijd van toen.