DEFINITIES
01. Compromis :goede paraplu maar slecht dak
02. Zuinigheid : rijkdom der armen en wijsheid der rijken
03. Dame : vrouw die zorgt dat een man zich gedraagt als een heer
04. Reportage : hij kwam , hij zag en overdreef
05. Ideaal : asiel voor vluchtelingen uit de werkelijkheid
06. Ambtenaar : iemand die voor elke oplossing een probleem heeft
07. Alleen : niet gehinderd door andermans hulp
08. Zelfkennis : een ziekenhuisbed : proper maar pijnlijk
09. Pijn : het breken van de schaal die je inzicht omsluit
10. Saints : sinners who keep on trying
11. Committee : group of people who keep minutes and waste hours
12. Politicus : achterwerk waar iedereen op gezeten heeft behalve een mens
13. Kip : manier waarop een ei een ander ei legt
14. Cultuur : wat wij niet kunnen missen om overal gemist te worden
15. Bibliotheken : goudkorrels onder bergen afval
16. Eeuwige ontdekkingsreiziger : de in zichzelf gekeerde
17. Wetten : werk van advokaten om werk te bezorgen aan advokaten
18. Sociaal gevoel : zich liever in groep vervelen dan alleen
19. Pessimisme : hobby waar de buren het meest plezier aan beleven
20. Bad : ruimte die men bevuilt en halfvuil achterlaat
21. Aarzelen : het lot de tijd geven ons besluit voor te zijn
22. Goed geheugen : om zoveel te kunnen onthouden moet hij weinig geleefd hebben
23. Geschiedenis : wat nooit gebeurd is verteld door mensen die er niet bij waren
24. Humorist : iemand wiens vrolijkheid verhuisd is van z’n hart naar z’n hersenen
25. Democratie : regeringsvorm waaronder je zegt wat je wil en doet wat je gezegd wordt
26. Gek : iemand die niet zo neurotisch is dat hij zich in ’t dagelijks leven kan handhaven
27. Moeder : niet iemand om op te steunen , maar die het steunen overbodig maakt
28. Kliekjesgeest : één voor allen , allen voor één en naar de duivel met de anderen
29. Democratie : lastig karwei om allen zo gelijk te behandelen als past bij hun verscheidenheid
30. Lof : hulde die we betonen voor prestaties die de onze benaderen maar niet overtreffen
31. Idealist : iemand die , na te hebben geconstateerd dat een roos lekkerder ruikt dan een kool ,tot de conclusie komt dat je er ook lekkerder soep van kunt koken
32. Beschaving : evolutie van een vuil mens in een proper milieu naar een proper mens in een vuil milieu
33. Ontroerende herinnering : plotselinge dooi in de hersenen zodat men het vocht in een zakdoek moet opvangen
34. Omkopersysteem : nieuwelingen om een bos bloemen met schande overladen en ouwe ratten huldigen terwijl ze het hele stuk grond krijgen
35. Natuurvriend : om de stille eenzaamheid neemt hij er de planten , dieren en boeren op de koop toe bij
36. Ceremonieel : wind die des te feller waait naarmate hij in ijler koppen terechtkomt
37. Clubleven : in groep de tijd verknoeien waarmee elk lid afzonderlijk geen blijf mee weet
38. Moralist : bewondert hoeveel men thans weet en betreurt hoe weinig men erdoor verbetert
39. Expert : iemand die zich mag vergissen wat de hoofdzaak betreft als de détails maar kloppen
40. Lezer : iemand die zijn tijd vult met datgene waarmee de schrijver zijn tijd doodt
41. Discussie : methode om anderen in hun dwaling te stijven
42. Vriend : iemand die alles van je weet en toch van je houdt
43. Lafaard : wie in een gevaarlijke situatie met z’n benen denkt
DEFINITIES
44. Politiek : kunst om zich van mensen te bedienen door hen te doen geloven dat men hen dient
45. Vriend : naam waarmee men gevleid wordt zolang men voor ondankbaren iets kan doen
46. Liefde : natuurlijk paardemiddel om voor een tijdje , om het even wie , door om het even wat aantrekkelijker te maken dan alle anderen
47. Affiniteit : voorliefde bv. van zuurstof voor ijzer , of van een man voor een vrouw , met als resultaat : roest
48. Geluk : wat voortdurend overboord gegooid wordt om er aldoor naar te kunnen vissen
49. Jeugd : gedeelte van de samenleving dat nog geen tijd gehad heeft zijn ongelijk te bewijzen
50. Staatslui : vertellen wat waar is , ook al is het niet populair , terwijl politici vertellen wat populair is , ook al is het niet waar
51. Komedie : tragedie op een afstand
52. The only winning move : not to play
53. Idealism : what proceeds experience , cynism is what follows
54. Maturity : only a short break in adolescence
55. Fashion : nothing but an induced epidemic
56. Illusion : the first of all pleasures
57. Meetings : indispensible when you don’t want to do anything
58. Eer : wat een man zichzelf schenkt
59. Hopeloosheid : vooruitlopen op de nederlaag
60. Tegenslag : beste gelegenheid om te tonen dat men karakter heeft
.
01. Compromis :goede paraplu maar slecht dak
02. Zuinigheid : rijkdom der armen en wijsheid der rijken
03. Dame : vrouw die zorgt dat een man zich gedraagt als een heer
04. Reportage : hij kwam , hij zag en overdreef
05. Ideaal : asiel voor vluchtelingen uit de werkelijkheid
06. Ambtenaar : iemand die voor elke oplossing een probleem heeft
07. Alleen : niet gehinderd door andermans hulp
08. Zelfkennis : een ziekenhuisbed : proper maar pijnlijk
09. Pijn : het breken van de schaal die je inzicht omsluit
10. Saints : sinners who keep on trying
11. Committee : group of people who keep minutes and waste hours
12. Politicus : achterwerk waar iedereen op gezeten heeft behalve een mens
13. Kip : manier waarop een ei een ander ei legt
14. Cultuur : wat wij niet kunnen missen om overal gemist te worden
15. Bibliotheken : goudkorrels onder bergen afval
16. Eeuwige ontdekkingsreiziger : de in zichzelf gekeerde
17. Wetten : werk van advokaten om werk te bezorgen aan advokaten
18. Sociaal gevoel : zich liever in groep vervelen dan alleen
19. Pessimisme : hobby waar de buren het meest plezier aan beleven
20. Bad : ruimte die men bevuilt en halfvuil achterlaat
21. Aarzelen : het lot de tijd geven ons besluit voor te zijn
22. Goed geheugen : om zoveel te kunnen onthouden moet hij weinig geleefd hebben
23. Geschiedenis : wat nooit gebeurd is verteld door mensen die er niet bij waren
24. Humorist : iemand wiens vrolijkheid verhuisd is van z’n hart naar z’n hersenen
25. Democratie : regeringsvorm waaronder je zegt wat je wil en doet wat je gezegd wordt
26. Gek : iemand die niet zo neurotisch is dat hij zich in ’t dagelijks leven kan handhaven
27. Moeder : niet iemand om op te steunen , maar die het steunen overbodig maakt
28. Kliekjesgeest : één voor allen , allen voor één en naar de duivel met de anderen
29. Democratie : lastig karwei om allen zo gelijk te behandelen als past bij hun verscheidenheid
30. Lof : hulde die we betonen voor prestaties die de onze benaderen maar niet overtreffen
31. Idealist : iemand die , na te hebben geconstateerd dat een roos lekkerder ruikt dan een kool ,tot de conclusie komt dat je er ook lekkerder soep van kunt koken
32. Beschaving : evolutie van een vuil mens in een proper milieu naar een proper mens in een vuil milieu
33. Ontroerende herinnering : plotselinge dooi in de hersenen zodat men het vocht in een zakdoek moet opvangen
34. Omkopersysteem : nieuwelingen om een bos bloemen met schande overladen en ouwe ratten huldigen terwijl ze het hele stuk grond krijgen
35. Natuurvriend : om de stille eenzaamheid neemt hij er de planten , dieren en boeren op de koop toe bij
36. Ceremonieel : wind die des te feller waait naarmate hij in ijler koppen terechtkomt
37. Clubleven : in groep de tijd verknoeien waarmee elk lid afzonderlijk geen blijf mee weet
38. Moralist : bewondert hoeveel men thans weet en betreurt hoe weinig men erdoor verbetert
39. Expert : iemand die zich mag vergissen wat de hoofdzaak betreft als de détails maar kloppen
40. Lezer : iemand die zijn tijd vult met datgene waarmee de schrijver zijn tijd doodt
41. Discussie : methode om anderen in hun dwaling te stijven
42. Vriend : iemand die alles van je weet en toch van je houdt
43. Lafaard : wie in een gevaarlijke situatie met z’n benen denkt
DEFINITIES
44. Politiek : kunst om zich van mensen te bedienen door hen te doen geloven dat men hen dient
45. Vriend : naam waarmee men gevleid wordt zolang men voor ondankbaren iets kan doen
46. Liefde : natuurlijk paardemiddel om voor een tijdje , om het even wie , door om het even wat aantrekkelijker te maken dan alle anderen
47. Affiniteit : voorliefde bv. van zuurstof voor ijzer , of van een man voor een vrouw , met als resultaat : roest
48. Geluk : wat voortdurend overboord gegooid wordt om er aldoor naar te kunnen vissen
49. Jeugd : gedeelte van de samenleving dat nog geen tijd gehad heeft zijn ongelijk te bewijzen
50. Staatslui : vertellen wat waar is , ook al is het niet populair , terwijl politici vertellen wat populair is , ook al is het niet waar
51. Komedie : tragedie op een afstand
52. The only winning move : not to play
53. Idealism : what proceeds experience , cynism is what follows
54. Maturity : only a short break in adolescence
55. Fashion : nothing but an induced epidemic
56. Illusion : the first of all pleasures
57. Meetings : indispensible when you don’t want to do anything
58. Eer : wat een man zichzelf schenkt
59. Hopeloosheid : vooruitlopen op de nederlaag
60. Tegenslag : beste gelegenheid om te tonen dat men karakter heeft
.