1 november
Een plaats die rust geeft,
een plaats waar de herinnering leeft.
Je komt hier dikwijls, je bent alleen,
met de steun van de zerken rond je heen.
Je beseft, dat er weinigen zijn,
eigenlijk over de gehele lijn,
die maar éénmaal per jaar
en het valt hen dan nog zwaar.
aan een familielid of vriend.
Iedereen heeft dat toch verdiend?
Hebben jullie al stilgestaan, bij de gedachte:
“wat als ik sterf?”
De wereld draait toch verder in geweld en verderf.
Wanneer je geluk heeft,
dat er een hart in iemands lichaam leeft,
zal hij misschien nog aan je denken,
een beetje van zijn ziel aan jou schenken.
Eenmaal per jaar naar onze overledenen gaan
zo emotieloos, als de beenderen die zijn vergaan.
Ik kan er niet bij, dat zoiets gebeurt,
zo wordt het kerkhof eenmaal per jaar opgefleurd,
met kransen en bloemen,
ben je eerlijk met je zelf,
of is het maar om uw eigen naam te noemen.
Jullie hebben die mensen toch liefgehad,
ze stonden toch gegrift in je hart.
Dat werd op hun bidprentje geschreven,
is het nu niet wat overdreven?
Mijn dierbaren, krijgen geen bloemen,
zij staan op de schouw en krijgen alle dagen zoenen.
Ik spreek met hen, over alles wat me bezig houdt,
of de zon nu schijnt, de regent klettert of het is koud,
ik vertel en kom zo tot rust in hun aanwezigheid
ik heb hen allen lief in alle bescheidenheid.
Hij heeft hen tot zich geroepen en ze hebben nu een beter leven,
meer kan je hen niet meer geven,
alleen uw geest kan Hem evenaren,
door hun goedheid in jou hart te bewaren.
Even een groet brengen,