Nu is kleine Anita nooit meer bang
Niet voor de grote honden van oom Jozef
Niet voor de ogen van de vreemde mensen
En ook niet 's nachts, al is het nog zo donker
En als het stormt vindt ze dat echt niet erg
Kleine Anita is ook nooit meer stout
En lastig met het wassen of het eten
Niet huilerig of plagerig of kattig
Broertje mag voortaan best met alles spelen
Ja, als hij wil zelfs met het poppenhuis
Kleine Anita is ook nooit meer moe
En nooit zal zij meer pijn hoeven te lijden
En zeker niet zo erg meer als die middag
Toen ze haar stervend van de straat opraapten
Wat weer eens oponthoud gaf in het verkeer...
.
.
Pijn is niet het kwaad………………..138
Pijn is de remedie
Pijn komt van een mensmisdaad
Maar is nooit komedie
Pijn neemt je in de armen
Pijn neemt een illusie weg
Pijn kent geen erbarmen
Maar is niet de echte pech
Pijn opent je ogen
Pijn opent je hart
Pijn is mededogen
Maar is niet de echte smart
Pijn is reisweg niet een doel
Pijn : bewaker van een grens
Pijn versterkt je eergevoel
Pijn : bewaarder van de mens
.
EXTRA : CRISISLIED op melodie van Love me tender(Elvis Presley)
Als ik op mijn tanden bijt
Dan verkleint mijn nood
Ik heb af en toe wat spijt
Maar ik hou me groot
REFREIN-Bijt maar tanden , bijt maar door
-----------Samen zijn we sterk
-----------Zing nu allemaal in koor
-----------Ja , wij willen werk
Als ik naar de bazen kijk
Word ik wel wat kwaad
Kijk zij blijven altijd rijk
Als het slechter gaat
Spaar mijn laatste boterham
Voor mijn jongste kind
Leg desnoods de haven lam
Tot de vakbond wint
.
.
Wij zijn het stof der sterren……………….139
En noemen sterren stof
Wij zijn de speelbal van het lot
En spelen met de ballen
Wij zijn de last
Getrokken door een paard
En als het dier vertrekt
Noemen wij ons ruiter
Kruipend willen wij gaan staan
Lopend vallen wij telkens weer
Eten doet het grote al
Wij zijn voedsel en niets meer
.
.
De wanhoop van een circusclown……………………140
De kleine ups de grote down
De zoektocht naar een goeie mop
De verlossing van de eeuwige strop
De lach als tegenwicht voor elke traan
De spiegel als getuige van de waan
De moeite voor die ene kinderlach
De veerkracht voor het opstaan elke dag
De schmink voor het gebroken hart
De witte mond : contrast voor al het zwart
De groet na het applaus van het publiek
De snelle dood of heel lang ziek
De koffer voor de laatste trein
De eenzaamheid bij elke pijn
De prijs voor het gelukkig zijn
.
Toon Hermans behoort tot Nederlands roem in
het algemeen,en tot Sittards roem in het biezonder,
tesamen met zijn veel te vroeg overleden stadsgenoot
troubadoer Jo Erens.
Beiden hebben ze op gebied van kleinkunst Sittard
op de kaart gebracht,en bekendheid gegeven tot ver
over de landsgrenzen,elk op de eigen manier.
Misschien is Jo Erens bij het grote publiek wat minder
gekend dan Toon,maar toch blijven zijn liederen,in de
heimat-taal gezongen,nog menig hart beroeren.
Wij luisteren in ieder geval regelmatig naar het mooie
'Limburg Allein', 'Zjefke Mols' of 'Limburgs Meadje',
'Het Krutske' enz...
Norman,jouw topic is een waar huldebetoon aan Toon,
en ook de blinde Jules De Corte krijgt hier van jou
de waardering die hij verdient,terwijl jouw 'verzenkast'
en je haiku's bewijzen dat je zelf ook goed ter taal bent.
.
PAUL VAN VLIET - "VEILIG ACHTEROP BIJ VADER OP DE FIETS"
Ik heb soms van die akelige dagen
Dat alles me te groot wordt en te veel
En wat ik aangehaald heb, kan ik slecht verdragen
En alles wat ik nog moet doen, dat grijpt me naar de keel
Ik word al zenuwachtig wakker
Dat wordt alleen maar erger door dat driftige gejakker
En een koffer vol verantwoordelijkheid waaraan ik me vertil
En honderdduizend dingen die ik eigenlijk niet wil
En ik moet nog zo veel doen, ik moet nog zo veel doen
Kan ik nou vandaag niet weer eens even net als toen
refr.:
Veilig achterop bij vader op de fiets
Vader weet de weg en ik weet nog van niets
Veilig achterop, ik ben niet alleen
Vader weet de weg, vader weet waarheen
Ik weet nog hoe het rook, ik weet nog hoe het was
Met m'n armen om 'm heen, m'n wang tegen z'n jas
Vader weet de weg en ik weet nog van niets
Veilig achterop bij vader op de fiets
En ik heb zo vaak een onbestemd verlangen
Een zeurderig gevoel van droevigheid
En dat verlangen dat kan dagen blijven hangen
En waar ik ga of lig of sta, ik raak het niet meer kwijt
Niks is leuk en niks is boeiend
Alles is vervelend en mateloos vermoeiend
Een lusteloze, levenloze, wezenloze heer
Die treurig zit te kijken naar de wereld en het weer
En ik moet nog zoveel doen, ik moet nog zoveel doen
Kan ik nou vandaag niet weer eens even net als toen
.
.
Een zanger die kon rijmen nam…………………….32
Een kuisvrouw aan in Rijmenam
Ze moest al voor hem wassen
Zijn broeken en zijn dassen
Wijl hij zong van Amsterdam
Een slagerszoon uit Sint-Niklaas………………33
Dat werd een hele grote baas
In cijfers en in letters
En heel gezonde spetters
Toch klinkt hij nog steeds als een dwaas
Een koor artistieke Kozakken…………….34
Dat moest in de pauze gaan kakken
Ze riepen Kijk hier
Er is geen papier
En wilden mijn rollen afpakken
.
.
Een jonge beginnend notaris………………35
Zei Ik weet niet of het echt waar is
Maar oude vrouwtjes
Van oude gebouwtjes
Die drukken nog steeds mijn salaris
Een jongen geboren in Brussel……………….36
Die wandelde met zijn Jack Russell
Toen hieven ze beiden
Hun poot op en zeiden
Wij zijn hier om branden te blussen
Een vrouw in het Noorse Stavanger………………37
Die zocht en vond ook een behanger
Ze liet hem de muren
Met naalden borduren
En zei Fijn zo blijft hij wat langer
.
Dank voor je attentie , al kan ik me inbeelden dat je volgende haiku's minder poëtisch dan maatschappijkritisch vindt
Maar in Mijn verzen 106 en 107 op pagina 21 heb ik dan toch mijn positieve best gedaan
Groetjes
Als de reiger staart……………………81
Zit er vis in het water
Mam , let op je kroost
O geschiedenis…………………82
Herhaling na herhaling
Waar is het verstand ?
Men voelt verlangen………………..83
En hoopt op gelukkig zijn
Het is oude pijn
Stervende bomen………………….84
Mensen overleven het bos
Maar voor hoelang nog ?
Minder consument………………85
Meer en meer een echte vent
Als de dood maar went
.