Dinsdag 1 juni 2010 - tien wiskundige problemen en probleempjes,
In ieder deel van elke cirkel komt een cijfer van 1 tot 9, alle verschillend.
De som der cijfers in iedere cirkel is 11.
Welk cijfer staat op de plaats van het vraagteken?
2) We weten dat 5.a.m. hetzelfde betekent als 5 uur 's morgens (-vóór de middag-)en 5.p.m. hetzelfde als 5 uur 's avonds (- na de middag-) of 17 uur.
Als het nu 8.a.m. is, hoe laat is het dan binnen 2010 uren?
3) Grootmoeder bakt een cake voor haar kleinkinderen die straks komen. Ze wil de cake zo verdelen dat ieder kind evenveel krijgt. Ze is echter vergeten of ze nu 3 of 5 of 6 kleinkinderen heeft. In hoeveel stukken moet ze nu de cake snijden om op alles voorbereid te zijn?
4) Welke kans is de grootste?
a) een muntstuk tienmaal opgooien met telkens de muntzijde naar boven,
b) een dobbelsteen viermaal gooien met telkens de '1' naar boven.
5) Wat is het gemiddelde van 1/0,22222...en 1/0,66666...?
6) Luca heeft 18 minuten nodig om drie korte kettingen te verbinden tot één lange ketting.
Hoeveel tijd heeft hij nodig om zes korte kettingen te verbinden tot één lange ketting?
Als je weet dat de oppervlakte van het vierde deel van de kleine cirkel gelijk is aan de oppervlakte van de ring tussen beide cirkels, wat is dan de verhouding van de omtrek van de kleine cirkel tot de omtrek van de grote cirkel?
8 ) We beschouwen volgende functie f,
f(n) = n/2 als n even is, voorbeeld f(36) = 18, en
f(n) = 4.n 1 als n oneven is, voorbeeld f(7) = 29
Zo is dus f(f(22)) = f(11) = 45
Voor welke n-waarde(n) is f(f(n)) = 21?
ABCD en ABEF zijn twee vierkanten in de ruimte met gemeenschappelijke zijde AB. Als de hoek tussen de diagonalen CA en EA gelijk is aan 60°, hoe groot (+ waarom?) is dan de hoek CBE?
10) In een hoek van een zuiver rechthoekige kamer staat een ronde tafel tegen de muren gedrukt. De afstand van de tafel tot het hoekpunt is 230 mm.
Bereken de diameter van de tafel.
Veel succes iedereen en denk er aan: één oefening per leerling per 24 uur.
Tot morgen,
denook