.
Beste Alter
Steeds opnieuw ontdek ik hoe weinig ik ken : hier pas teruggevonden gedichten van twee de moeite waardevolle dichters
Bericht aan de reiziger--Jan van Nijlen
Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
Dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.
Zit rustig en geduldig naast het open raam:
Gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.
Zoek in ‘t verleden weer uw frisse kinderogen,
Kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.
Al wat ge groeien ziet op ‘t zwarte voorjaarsland,
Wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant.
Laat handelsreizigers over de filmcensuur
Hun woordje zeggen: God glimlacht en kiest zijn uur.
Groet minzaam de stationchefs achter hun groen hekken,
Want zonder hun signaal zou nooit n trein vertrekken.
En als de trein niet voort wil, zeer ten detrimente
Van uwe lust en hoop en zuurbetaalde centen,
Blijf kalm en open uw valies; put uit haar voorraad
En ge ondervindt dat nooit een enkel uur te loor gaat.
En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,
Waarvan ge in uw bestaan de naam nooit hebt gehoord,
Dan is het doel bereikt, dan leert ge eerst wat reizen
Betekent voor de dolaards en de ware wijzen.
Wees vooral niet verbaasd dat, langs gewone bomen,
Een doodgewone trein u voert naar ‘t hart van Rome.
De bult spreekt--Willem Elsschot
Hier is de bult, de rammelkast,
de knobbelvent, de leuke gast,
de dwerg die ‘t hoofd omhoog moet steken
als hij zijn zonen toe wil spreken.
De knotwilg met den gekken stam,
waar boven op een reuzenzwam
genesteld is voor al mijn dagen
en die geen mensch er af kan jagen.
Hij huist daar reeds zoo lang mij heugt,
hij was de duivel mijner jeugd,
die ‘t al verpest heeft en bedorven
en glorie tot mijn sch verworven.
Hij heeft mijn trouwdag meegevierd
en alles naar zijn zin bestierd,
mijn rok ontsierd, mijn bruid doen blozen
en gal gespuwd op hare rozen.
Zoo deed en doet hij moord op moord,
al zit hij stil en spreekt geen woord
en ziet noch hoort, noch maakt gebaren:
hij vreet mij op met huid en haren.
Gij die reeds alles hebt misdaan
wat doembaar is in n bestaan;
gij kerels met uw zwart geweten,
die slapen kunt noch rustig eten
en schichtig door het donker waart:
komt op, geeft hier wat u bezwaart,
ik zal het torsen zonder klagen
als gij zoo lang dat ding wilt dragen.
.