Nadat de winter nog even hard terugsloeg tijdens de eerste weken van maart, keerde het tij halverwege die maand, de fraaie weerscondities bliezen de aftocht. Als een nieuwsgierige cycloon kwam de zon piepen door het alsmaar dikker wordende wolkendek.
De zon scheen vandaag geregeld, alleen maakte de wind het naar mijn gevoel te fris. De temperatuur steeg niet verder dan tot een slordige 13 graden. De voorbije nacht is erg kil verlopen met een minimum van slechts 1 graad met in de morgen enigszins rijmvorming. De dikke donsdeken die al twee weken terug in de kast ligt opgeborgen, werd deze nacht gretig bovengehaald. Mijn koude voeten zochten naar een warm steunpunt maar afgezien van mijn wollen sokken, vond ik er geen. De dikke fleurige streepjespyjama is van de onderste plank genomen en doet nu zijn werk als verwarmer over mijn kille benen. Brrr, iemand moet zich hierboven vergist hebben of wel zitten ze te kaarten om het welkom van de Paus te vieren.
De eerste warmte afgewisseld met de buien zorgden er voor dat het gras tot groeien werd aangemaand. Door het koude einde van de winter lukte het de boeren niet om de koeien snel in de wei te plaatsen, er is namelijk nog niet genoeg voedsel beschikbaar. De laatste paar dagen van maart en de eerste aprildagen zorgden voor een groeispurt en momenteel staan de eerste koeien buiten in het natte gras. Hier in ons dorpje wemelt het van paarden, praktisch in iedere wei staat er een paard met of zonder merk of stamboom.
Verloren gelopen reeën zoeken bang hun weg terug naar de dieper en donker gelegen delen van het bos en de eekhoorntjes zijn naarstig op zoek naar hun lotgenoten. Als je niet oppast, struikel je over de knoerstige wortels van de bomen die langzaam de bospaadjes in beslag nemen. Goddank huizen hier geen enge akelig vieze beesten zoals slangen, ik zou niet durven om die waslijnen te vangen.
Je kan de intense stilte bijna horen. Je loopt een beetje verend en heel zacht op een pad, dat bezaaid is met dunne bruine larix-naalden. Onder je voeten hoor je het kraken van het mos en de takjes als plots het tot je doordringt hoe lekker muf het bos ruikt, de bosrandbewoners kennen ondertussen die geur wel, iets vochtig, zo'n echt ouderwets dennenbosluchtje, zo muf dat het bijna op je longen slaat. Je kan er uren genieten zo stil, zo ouderwets heerlijk klankloos, geen enkele auto die een storend geluid voortbrengt, alleen de honden die heerlijk rennen over het glibberige pad. Terwijl de honden hun benen uit hun lijf rennen, tjilpen de vogels gewoon door, het stoort hun blijkbaar niet. Ineens hoor je gestommel, geblaf in de verte alsof er een asiel voor de deur staat, de stoorfactor wil niet opgeven, verdomde GSM, had ik die nu thuis gelaten.
Nu staat het uitgestalde tuinstel te bibberen onder de blauwe paraplu en het warme lenteweer waar we van hebben kunnen genieten, gaat ons voor enige tijd verlaten. We hebben eventjes mogen watertanden, andermaal wordt het klappertanden in de maat van één, twee, drie. Het buitenwerk in de tuin is volop bezig en het grasmachine heeft zijn dienst al bewezen. Hier en daar is er al een druktemaker de lentesnoei aan het uitvoeren en in de straat wemelt het van de Chirojongens en meisjes.
Op de boerenbuiten zijn veel slaapplaatsen voorzien voor de jeugd, ze kunnen er heerlijk naar hartelust ravotten en opdrachten uitvoeren door de bossen waar ze nog in toegelaten worden. Hun opdracht voor vandaag was: zoek een ‘slaapplaats’ voor de nacht maar het schijnt dat in de vele herbergen nergens nog plaats was voor de jeugd. De mensen hebben zelfs in de jeugd geen enkel vertrouwen meer, de rotzooi die ze telkens achterlaten, dat is er teveel aan. Deze week is er een actie, leef en laat proper leven. De schoolkinderen worden met man en macht gemobiliseerd om de rommel die velen achterlaten en het sluikstorten aanmoedigen, op te ruimen. Containers vol met verloren gelegde autobanden, hoe komen die toch in onze beken terecht, nochtans groeien er geen katsjoebomen hier in het wild en de rubberfabriek die is al jaren gesloten, die gooien hun groen ballekes ergens anders neer. Van stressballekes gesproken.
De zon scheen vandaag geregeld, alleen maakte de wind het naar mijn gevoel te fris. De temperatuur steeg niet verder dan tot een slordige 13 graden. De voorbije nacht is erg kil verlopen met een minimum van slechts 1 graad met in de morgen enigszins rijmvorming. De dikke donsdeken die al twee weken terug in de kast ligt opgeborgen, werd deze nacht gretig bovengehaald. Mijn koude voeten zochten naar een warm steunpunt maar afgezien van mijn wollen sokken, vond ik er geen. De dikke fleurige streepjespyjama is van de onderste plank genomen en doet nu zijn werk als verwarmer over mijn kille benen. Brrr, iemand moet zich hierboven vergist hebben of wel zitten ze te kaarten om het welkom van de Paus te vieren.
De eerste warmte afgewisseld met de buien zorgden er voor dat het gras tot groeien werd aangemaand. Door het koude einde van de winter lukte het de boeren niet om de koeien snel in de wei te plaatsen, er is namelijk nog niet genoeg voedsel beschikbaar. De laatste paar dagen van maart en de eerste aprildagen zorgden voor een groeispurt en momenteel staan de eerste koeien buiten in het natte gras. Hier in ons dorpje wemelt het van paarden, praktisch in iedere wei staat er een paard met of zonder merk of stamboom.
Verloren gelopen reeën zoeken bang hun weg terug naar de dieper en donker gelegen delen van het bos en de eekhoorntjes zijn naarstig op zoek naar hun lotgenoten. Als je niet oppast, struikel je over de knoerstige wortels van de bomen die langzaam de bospaadjes in beslag nemen. Goddank huizen hier geen enge akelig vieze beesten zoals slangen, ik zou niet durven om die waslijnen te vangen.
Je kan de intense stilte bijna horen. Je loopt een beetje verend en heel zacht op een pad, dat bezaaid is met dunne bruine larix-naalden. Onder je voeten hoor je het kraken van het mos en de takjes als plots het tot je doordringt hoe lekker muf het bos ruikt, de bosrandbewoners kennen ondertussen die geur wel, iets vochtig, zo'n echt ouderwets dennenbosluchtje, zo muf dat het bijna op je longen slaat. Je kan er uren genieten zo stil, zo ouderwets heerlijk klankloos, geen enkele auto die een storend geluid voortbrengt, alleen de honden die heerlijk rennen over het glibberige pad. Terwijl de honden hun benen uit hun lijf rennen, tjilpen de vogels gewoon door, het stoort hun blijkbaar niet. Ineens hoor je gestommel, geblaf in de verte alsof er een asiel voor de deur staat, de stoorfactor wil niet opgeven, verdomde GSM, had ik die nu thuis gelaten.
Nu staat het uitgestalde tuinstel te bibberen onder de blauwe paraplu en het warme lenteweer waar we van hebben kunnen genieten, gaat ons voor enige tijd verlaten. We hebben eventjes mogen watertanden, andermaal wordt het klappertanden in de maat van één, twee, drie. Het buitenwerk in de tuin is volop bezig en het grasmachine heeft zijn dienst al bewezen. Hier en daar is er al een druktemaker de lentesnoei aan het uitvoeren en in de straat wemelt het van de Chirojongens en meisjes.
Op de boerenbuiten zijn veel slaapplaatsen voorzien voor de jeugd, ze kunnen er heerlijk naar hartelust ravotten en opdrachten uitvoeren door de bossen waar ze nog in toegelaten worden. Hun opdracht voor vandaag was: zoek een ‘slaapplaats’ voor de nacht maar het schijnt dat in de vele herbergen nergens nog plaats was voor de jeugd. De mensen hebben zelfs in de jeugd geen enkel vertrouwen meer, de rotzooi die ze telkens achterlaten, dat is er teveel aan. Deze week is er een actie, leef en laat proper leven. De schoolkinderen worden met man en macht gemobiliseerd om de rommel die velen achterlaten en het sluikstorten aanmoedigen, op te ruimen. Containers vol met verloren gelegde autobanden, hoe komen die toch in onze beken terecht, nochtans groeien er geen katsjoebomen hier in het wild en de rubberfabriek die is al jaren gesloten, die gooien hun groen ballekes ergens anders neer. Van stressballekes gesproken.