hier reed er vroeger ook nog een voddenmarchant rond, nu nog alleen ene met oud ijzer, maar van welke streek hij is weet ik niet, want niemand verstaat wat hij roept, maar vermits er ijzer in zijn kar ligt zal hij wel roepen oud ijzer...te koop!!
groetjes
neske
Zoek de zonnekant in het leven de schaduw volgt vanzelf
De roep van die oud-ijzer opkoper is:
'Oud ijzer,kooooooper,lood en zink,kapotte batterijen en toestellen'
maar die roep klinkt door de haut-parleurs op zijn voertuig
dan wel héééééél langgerekt.
Als ons Rankje die hoort zegt ze altijd tegen mij:
'allé vooruit,als ge rap zijt kunt ge nog mee'
Groetjes van
Rankje en Alter
To be or not to be,that's the question
Niemands meester,niemands knecht
-Neske, rij jij soms ook rond? Gezien die kreet....
-Alter ligt een tipje van de sluier op en wat die sprookjes aangaat, ooit ben ik Roodkapje nog gaan interviewen voor de Fabeltjeskrant...ik zal dat eens terugplaatsen, ik denk dat het in mijn wijlen eerste topic stond...
-Rankje, bedankt voor het compliment, het respect is wederzijds...maar in het kader van zuinigheid en besparingen volgend gedicht...
mvg
Robbe
walk on with hope in your heart
And you'll never walk alone...
Er was eens, de diepere zin van deze drie kleine woordjes betekent toch dat er iets geweest moet zijn, in het verleden, en dat we alle sprookjes zomaar niet naar het land der fabelen mogen verwijzen. Anders hadden die sprookjes toch begonnen met: Er zou eens ooit kunnen geweest zijn…
Neemt nu Roodkapje en de wolf, vroeger leefden er wolven in de uitgestrekte heide en de bossen van het Kempenland en het meisje met het rode kapje was een Kempense, gezien haar zwaar accent. Roodkapje wandelde door een bos, op weg naar grootmoeder. Zeker, vroeger bestonden er ook bossen en die waren veel groter dan die van nu, al waren er in die tijd geen groene politieke partijen, zelfs helemaal geen partijen, de mensen wisten de bossen te waarderen, die waren dan ook de leveranciers van zuurstof, verkoeling in de zomer, sprokkelhout en stook in de winter. En af en toe een konijntje op grootmoeders wijze…
Roodkapje, wat zou er van haar geworden zijn?
Gelukkig had ik een vermoeden van de plaats waar ze ooit gewoond heeft en ook van de tijd, dank zij mijn glazen bol.
Met de teletijdmachine van professor Barabas togen we naar het verleden.Ja, ik moest kiezen tussen Barabas en Adhemar, maar naar het schijnt heeft eerstgenoemde wat meer ervaring met die tuigen en gezien mijn vliegangst….
We maakten er kennis met Roodkapje, ondertussen een volwassen vrouw geworden en gelukkig getrouwd. Haar man heette Hans Vermenigvuldiging. De zus van Hans, Grietje baatte een snoephuisje uit in het dorp, “het peperkoeken huisje” geheten, daar verkocht ze onder andere de lekkere wafels, gebakken door schoonzus Roodkapje.
Roodkapje had het recept van haar moeder meegekregen.
De dag dat ze een mandje met wafels naar haar grootmoeder bracht en de wolf ontmoette herinnerde ze zich, als de dag van gisteren.
De vacht van de wolf lag nu gezellig voor de open haard.
Hans, de man van Roodkapje, combineerde zijn stiel van houthakker, met die van meubelmaker, vooral zijn prachtige tafels, de tafels van Vermenigvuldiging, waren wijd en zijd bekend. Hij leverde zelfs aan het hof van koning Lorrau I en koningin Sneeuwwitje.
“Van de prins gin koad,” merkte Roodkapje op, “maor hij hit oewet een relaotie gehad, met een maske hier uit het dorp, Assepoester. Naar het schent hit ze een kind van hem, maar da zijn geruchten…Nu baot ze met heure man een schoenenwinkel uit, hier in het dorp: “De gelaorsde kat”, haar man is oewet met ne koater thuisgekomen en beweerde dat hij de markies van Carabas was, of zoiet. Ze hebben een opgezette kat, met laorzen, in de etalage staon en ook één glaozen muiltje. Maar goed, hun zaok draoit goed, net als de onze.”
Ondertussen passeert de postbode, een klein mannetje met veel te grote laarzen, maar hij is verbazend snel, zo te zien. En dit in een tijd dat er nog geen priorzegels waren…
We nemen afscheid, met een zoen. Gelukkig verander ik niet in een kikker.
Op de thuisreis verorber ik twee wafels.
Lekker, die wafels van Vermenigvuldiging.
Robbe
walk on with hope in your heart
And you'll never walk alone...
Robbe,
Vanavond zat ik buiten nog even te genieten na een drukke dag.
Het was uitzonderlijk stil en rustig.
Het vogelconcert werd door omzeggens niets overstemd.
Enkele merels leefden zich uit in hun solo's met af en toe een pauze of
een alarmroep om even later weer hun repertoire af te werken.
De lijster overtrof alles!
Ik kan het niet helpen maar ik hoorde er noten door
die me deden denken aan: "beat it, beat it..."
Hij, want het is een hij die zingt,
hield op met zingen, er was ook geen tegenzang meer in de verte.
Ik kroop achter mijn pc om dit voor jou te schrijven.
We zingen allemmaal zoals we gebekt zijn!
Jouw gedicht beroerde mij, vandaar...
Lieve groetjes van Janina
.....en daarom, voor we elkander weer vergeten,
laten we zacht zijn voor elkander, kind. (A.R. Holst)