Te voet naar Scherpenheuvel... nou, breek me de bek niet open. Mijn buurman is eraan verslaafd. Jaarlijks komt hij aan mijn deur zagen om toch nog een keer mee te gaan; de arme man weet niet wat hij vraagt. Weet hij wel wat dat is ? Van hieruit is dat minstens een dagmars; flink doorstappen met de zwarte botinnen. De twee paar sokken of kousen niet te vergeten. En de blaren en blijnen zijn dan welkom zéker ? Nee, mij niet gezien.
Bij ons is het gebruikelijk dat er nog een boerezoon zijn beste Brabander van stal haalt, weelderig optuigt en tussen de berries van de kar spant. Dat beest moet zich dan ook heel dat traject afbeulen. Want die vierwieler is ook beladen met allerlei prularia waar je de nacht mee kan doorbrengen. Het gedeelte onder de huif is dan ingericht als lazaret. Ten slotte is mijn buurman ook niet voor niets hulpverpleger bij het RK.
Ik zat vroeger meer in dat sanatorium dan ik de keien versleet. De ontsmettingsmiddelen werden toen opgestapeld tussen de kratten van Belgische herkomst mét inhoud. Geen beter ontsmettingsmiddel dan een goede sterke Hasseltse. Dat heelt en zalft tegelijk. 't Was natuurlijk smokkelwaar, want normaal was dat niet voorzien. Uiteindelijk moet je voor iets lijden als je naar Scherpenheuvel gaat. Een lijdensweg, een kalvarieberg was dat voor mij. Ik was toen het stappen nog niet gewoon. De Chiro ja, maar dat was kortstondig; dit was meer een overlevingstocht. De rugzakken met wat je van moeder meekreeg volgestouwd; die werd nog gedragen tot we eenmaal uit het zicht van de uitwuivenden verdwenen. Het devoot prevelen van Ave Maria en Onze Vaders lieten we nadien ook voor wat het was; nog voor het volgende dorp zongen we al van " Op de heide bloeit een heel klein bloemekein... Erika !" Wisten toen nog niet het bestaan af van de zo bezongen heuveltjes. Wij hadden maar één heuvel in het vooruitzicht; die waarboven de peperkoeken werden uitgedeeld. Dat was het enige wat die Heilige Maagd, die daar gevierd wordt, voor ons in petto had. Nadien konden wij ons dan meten met die knol voor de kar. Hij drollen, wij ook...
Toch was deze bedeltocht niet helemaal onze kalvarieberg. Zeker niet als al menige fles uit de proviantbakken soldaat was gemaakt. Wat ze thuis zouden denken, moest men ons hier zien doorlallen, zouden ze misschien nog vlug een kaarse laten branden bij de Arme Klaren. Want boetedoening, daar gingen wij tenslotte niet voor mee.
Eenmaal aangekomen moest eenieder in de basiliek een schapulierke aanschaffen, wijwater drinken en een de eredienst bijwonen. Dan zat onze taak erop en konden wij de wijde omgeving verkennen om ons tentje op te slaan. De nacht bracht dan raad en konden onze vermoede benen én ingewanden tot rust komen. Ons onderkomen werd meestal een gastvrije boerderij in de buurt van Zichem. De koebeesten kregen daar gezelschap van onze knol en de raven en hoenderij kweelden met ons de dronkemansliederen in de nacht.
Enkele kilometers voor onze aankomst thuis, moesten wij ons weer deftig gedragen, we prevelden de weesgegroetjes of zongen de meiliederen tot een bont gezelschap ons kwam begroeten, om dan gezamelijk de dorpskom te vullen. De pastoor voorop, geflankeert met twee in pij gestoken misdinaartjes. Wij kregen in de plaatselijke parochiezaal uiteindelijk de absolutie... onze zonden waren ons vergeven...
TLL
Bij ons is het gebruikelijk dat er nog een boerezoon zijn beste Brabander van stal haalt, weelderig optuigt en tussen de berries van de kar spant. Dat beest moet zich dan ook heel dat traject afbeulen. Want die vierwieler is ook beladen met allerlei prularia waar je de nacht mee kan doorbrengen. Het gedeelte onder de huif is dan ingericht als lazaret. Ten slotte is mijn buurman ook niet voor niets hulpverpleger bij het RK.
Ik zat vroeger meer in dat sanatorium dan ik de keien versleet. De ontsmettingsmiddelen werden toen opgestapeld tussen de kratten van Belgische herkomst mét inhoud. Geen beter ontsmettingsmiddel dan een goede sterke Hasseltse. Dat heelt en zalft tegelijk. 't Was natuurlijk smokkelwaar, want normaal was dat niet voorzien. Uiteindelijk moet je voor iets lijden als je naar Scherpenheuvel gaat. Een lijdensweg, een kalvarieberg was dat voor mij. Ik was toen het stappen nog niet gewoon. De Chiro ja, maar dat was kortstondig; dit was meer een overlevingstocht. De rugzakken met wat je van moeder meekreeg volgestouwd; die werd nog gedragen tot we eenmaal uit het zicht van de uitwuivenden verdwenen. Het devoot prevelen van Ave Maria en Onze Vaders lieten we nadien ook voor wat het was; nog voor het volgende dorp zongen we al van " Op de heide bloeit een heel klein bloemekein... Erika !" Wisten toen nog niet het bestaan af van de zo bezongen heuveltjes. Wij hadden maar één heuvel in het vooruitzicht; die waarboven de peperkoeken werden uitgedeeld. Dat was het enige wat die Heilige Maagd, die daar gevierd wordt, voor ons in petto had. Nadien konden wij ons dan meten met die knol voor de kar. Hij drollen, wij ook...
Toch was deze bedeltocht niet helemaal onze kalvarieberg. Zeker niet als al menige fles uit de proviantbakken soldaat was gemaakt. Wat ze thuis zouden denken, moest men ons hier zien doorlallen, zouden ze misschien nog vlug een kaarse laten branden bij de Arme Klaren. Want boetedoening, daar gingen wij tenslotte niet voor mee.
Eenmaal aangekomen moest eenieder in de basiliek een schapulierke aanschaffen, wijwater drinken en een de eredienst bijwonen. Dan zat onze taak erop en konden wij de wijde omgeving verkennen om ons tentje op te slaan. De nacht bracht dan raad en konden onze vermoede benen én ingewanden tot rust komen. Ons onderkomen werd meestal een gastvrije boerderij in de buurt van Zichem. De koebeesten kregen daar gezelschap van onze knol en de raven en hoenderij kweelden met ons de dronkemansliederen in de nacht.
Enkele kilometers voor onze aankomst thuis, moesten wij ons weer deftig gedragen, we prevelden de weesgegroetjes of zongen de meiliederen tot een bont gezelschap ons kwam begroeten, om dan gezamelijk de dorpskom te vullen. De pastoor voorop, geflankeert met twee in pij gestoken misdinaartjes. Wij kregen in de plaatselijke parochiezaal uiteindelijk de absolutie... onze zonden waren ons vergeven...
TLL