.


.
&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&
MAANDAG MIJN EERBETOON AAN TOON HERMANS 4’de jaargang
NORMAN - VERS
Ik lach me een breuk……………..178
Of eerder schijfjes
Ik vind Toon zo leuk
Al lijkt hij wat stijfjes
Hij speelt admiraal
Of ornitholoog
Hij krijgt tien voor taal
Dat hoeft geen betoog
Hij zingt ook zo lief
Over liefde en Riet
En speelt hartendief
Ook al zegt hij van niet
Ik lig al omver
Als hij nog maar kijkt
Hij is toch een ster
Die mijn leven verrijkt
&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&
DINSDAG DE BETERE GEDICHTEN VERGEET ZE NIET
WILLEM WILMINK
Kon onze poes Nel maar praten
In storm en regen kwam ze bij ons aan,
een in elkaar gedoken kat.
en ze is nooit meer weggegaan
toen ik haar koffiemelk gegeven had
De dierenarts bekeek ons nieuwe beest.
Hij zei: ‘Ze hebben ‘t in elkaar getrapt.
Haar leven is verschrikkelijk geweest.
Ze is misschien maar net op tijd ontsnapt.’
Ze woont al jaren bij ons. Ze is dik.
Ze vindt het leven niet onaangenaam,
maar soms zitten haar ogen nog vol schrik,
alsof er boeven lopen langs het raam.
Ze merkt het als we praten over haar;
dan komt ze bij ons zitten en je ziet
hoe ze dan denkt: wat men verteld is waar.
Wat ik heb meegemaakt, je geloofd het niet.
Soms komen we naar huis, laat in de nacht,
en dan begint ze zelf een soort gesprek
en mekkert iets van :’Ik heb lang gewacht,
ik werd van eenzaamheid een beetje gek.’
We zagen een dood katje in de goot
en dat vertelde ik haar wel zevenmaal.
Ze houdt veel van gedichten over de dood,
liefst in het Engels, in die zachte taal.
Ze weet van vroeger, toen ze baby was
en melk mocht drinken uit haar moeders huid:
ze zit op schoot of desnoods op een tas
te melken met een dromerig geluid.
Maar heeft ze zelf ooit kinderen gehad?
En is ze veertien of al zestien jaar?
Er gaat veel om in onze oude kat.
Zij weet veel meer van ons dan wij van haar.
JIJ EN IK
Later zul je bij me wonen.
Later zijn we met z'n beiden.
Dat bedenk ik soms, wanneer je
giechelt met de an'dre meiden.
't Is voorlopig nog maar beter
om de zaak geheim te houden,
'k zal je nog maar niet gaan zeggen
dat ik van je ben gaan houden.
Later ga ik reizen maken
heel alleen, naar verre landen,
en daar ga ik mensen redden,
redden met mijn eigen handen.
Iedereen zal in de kranten
van mijn grote daden lezen.
'Waarom zou die mensenredder
zo ontzettend moedig wezen?'
Niemand zal de waarheid weten,
jóu alleen zal ik 't vertellen:
later, als ik zó beroemd ben
dat ik bij je aan durf bellen.
&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&
MIJN RIJMPJESDOOS WOENSDAG
De jaren gaan zo vlug……………….751
Dat wist ik niet als kind
Ik kijk er nu op terug
En denk Wat was ik blind
De wereld draait zo snel
We vliegen er nog af
Het lijkt een carrousel
De floche wordt gauw een straf
Het leven is zo kort
Ik schrijf het dus maar op
Dat is mijn favoriete sport
Maar blijft een zure mop
&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&
MIJN RIJMPJESDOOS DONDERDAG
Een klokje in de mei…………….752
Dat zei Wil jij een brokje lente ?
Ruik ne keer aan mij
Dan ga je van je stokje
In juni ging een gladiool
Steeds een verdieping groeien
Ik ging de laatste dag naar school
De toekomst kon me boeien
In juli werd de roos zo roos
Dat ik begon te zweven
Ik zocht een meisje en ik koos
Er één voor ’t leven
Maar in augustus kreeg ik spijt
De rekening kwam binnen
De bloemen gaf ik het verwijt
Ik raakte buiten zinnen
&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&
MIJN RIJMPJESDOOS VRIJDAG
Lezen doe ik al zo lang………………753
Begrijpen nog maar kort
Dus ben ik toch wel bang
Dat ik dommer word
Schrijven deed ik nooit zo graag
Nu kan ik niet meer stoppen
En elke nacht gaat toch zo traag
Ik laat me telkens foppen
In rekenen schiet ik tekort
Ik word dus nimmer rijk
Alleen ellende op mijn bord
Ellende en gezeik
&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&
MIJN RIJMPJESDOOS ZATERDAG
Alles waar ik in mijn hart van droom…………….754
Overal waar ik maar woon
Niets blijft ooit voorgoed bij mij
Nergens is er plaats voor mij
Alles wat ik weten kan
Overal en nu en dan
Niets blijkt eeuwig altijd waar
Nergens kom ik kant en klaar
Alles , alles wat je ziet
Overal waar leven schiet
Niets haalt het voor altijd
Nergens is er werkelijkheid
&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&
MIJN RIJMPJESDOOS ZONDAG
Een huismus en een zwaluw…………….755
Die zaten naast elkaar
Ze zochten wel wat schaduw
De zon was een gevaar
Er zijn steeds minder huizen
Waar nog plaats is voor dieren
We bannen alle muizen
En doden alle mieren
De zwaluw en de mus
Zien wel dat hond en kat
Gaan slapen met een kus
Dat is me nogal wat
&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&&
.