GOEDENDAG
De ster verliest haar zacht geglim
de nevens zijn verzwonden.
De morgen kleurt er d'avondkim
en komt den dag verkonden.
Het haantje kraait met veel beslag.
De vogels luide zingen.
Zij groeten blijde zonnelicht
waarvoor de nacht nu wijkt en zwicht.
De vogels zingen goedendag.
En bij der vogels blij geschal,
en bij der zonnestralen
ontwaken bloempjes overal
in bosch en wei en dalen.
Wat toch de lieve zon vermag
De windjes zachtjes fluisteren.
De bietjes gonzen door de lucht
De pepels zweven volgenucht
Hoor alles fluisteren : Goedendag
Het leven schatert overal
Den vroegen wandlaar tegen
Laat schallen over berg en dal
een lied van dank en zegen.
De zonne voert het hoog gezang
het klinkt ten allen kante
Wij groeten U o heldere zon
Wij groeten U o levensbron
Ten allen kanten goedendag.
De ster verliest haar zacht geglim
de nevens zijn verzwonden.
De morgen kleurt er d'avondkim
en komt den dag verkonden.
Het haantje kraait met veel beslag.
De vogels luide zingen.
Zij groeten blijde zonnelicht
waarvoor de nacht nu wijkt en zwicht.
De vogels zingen goedendag.
En bij der vogels blij geschal,
en bij der zonnestralen
ontwaken bloempjes overal
in bosch en wei en dalen.
Wat toch de lieve zon vermag
De windjes zachtjes fluisteren.
De bietjes gonzen door de lucht
De pepels zweven volgenucht
Hoor alles fluisteren : Goedendag
Het leven schatert overal
Den vroegen wandlaar tegen
Laat schallen over berg en dal
een lied van dank en zegen.
De zonne voert het hoog gezang
het klinkt ten allen kante
Wij groeten U o heldere zon
Wij groeten U o levensbron
Ten allen kanten goedendag.
zeg niet het glas is halfleeg, zeg het is nog halfvol.
.