Bewijs van 0,5.
Als men een reeks neemt met een even aantal termen dan is de som 0.
1 - 1 = 1 - 1 +1 - 1 = 1 -1 + 1 - 1 + 1 - 1 = 0.
Als men een reeks neemt met een oneven aantal termen dan is de som 1.
1 = 1 - 1 + 1 = 1 - 1 + 1 - 1 + 1 = 1.
De oneindige reeks 1 - 1 + 1 - 1 + 1 - 1 + 1 ...... heeft geen even en geen oneven aantal termen, en kan dus nooit 0 en nooit 1 zijn.
Er is geen enkele reden waarom die reeks het ene of het andere neemt, en dan telt de wet van de waarschijnlijkheidsleer met het rekenkundig gemiddelde.
Waarschijnlijkheidsleer.
Er is een product met 2 elementen, namelijk 0 en 1.
De waarschijnlijkheid dat een element zich voordoet is gelijk aan het aantal keren dat een element zich voordoet gedeeld door de som van het aantal elementen.
De waarschijnlijkheid P (probability) dat 0 zich voordoet = 0 / 2.
De waarschijnlijkheid P (probability) dat 1 zich voordoet = 1 / 2.
Het rekenkundig gemiddelde is (0 / 2) + ( 1 / 2 ) = 1 / 2.
Dat rekenkundig gemiddelde is gebaseerd op de volgende logica: als men een munt heeft, met aan een kant het getal 0 en aan de andere kant het getal 1, en men werpt die munt heel veel keren, dan is het aantal keren dat 0 boven ligt gelijk aan het aantal keren dat 1 boven ligt, en vandaar hebben 0/2 en 1/2 evenveel kansen.
Leibniz.
* * * * *
Euler deed hetzelfde, maar dan met een eindige reeks, waarop hij de Euler Transform toepaste en het resultaat was 1/2.
Bernoulli en Lagrange hebben het ook geprobeerd.
1844. De Morgan zei dat als het resultaat niet 1/2 is, dan mag men de theorie van de trigonometrische reeksen vergeten.
1880. Frobenius met moderne wiskunde komt tot het resultaat 1/2.

Sudoku, wijntjes proeven, genieten.