De Belgische bevolking heeft recht op correcte informatie en daarom publiceren wij de juiste cijfers. Want onder de regering-Michel-De Wever gaat het bij drie kwart van de gecreëerde jobs – 74,3% om precies te zijn – om deeltijdse jobs of interimwerk.”
De studiedienst van de PVDA legt uit waarom.
Charles Michel gebruikt voor zijn argumentatie de tabel van de RSZ voor de “evolutie van het arbeidsvolume in voltijdsequivalenten (VTE) naar type arbeidsprestatie en arbeidsduur” (zie bijlage). Daarbij baseert hij zich op de periode Q4 2015 tot Q4 2016. Wat zien we nu als we de tabel voor die periode bekijken?
• Tussen eind 2015 en eind 2016 werd in de privésector het equivalent van 60.941 betaalde banen gecreëerd.
• Maar slechts een deel daarvan zijn voltijdse banen (39.000), en er wordt geen rekening gehouden met het feit dat er in de openbare sector ongeveer 9.300 voltijdse banen verloren zijn gegaan. Dat betekent dus dat er netto 29.711 voltijdse jobs zijn gecreëerd.
• Wat deeltijdse jobs betreft, kwamen er in de privésector iets meer dan 10.000 banen bij, in de openbare sector 12.164. Dat maakt 22.305 nieuwe deeltijdse jobs.
• Het interim- en seizoenwerk nam toe met bijna 12.000 eenheden.
• Besluit: in de periode die Charles Michel aanhaalt, is het aantal betaalde banen toegenomen met 63.838 eenheden. Daarbij gaat het in 46,5% van de gevallen om een voltijdse baan, in 53,5% om deeltijds werk of interimwerk. Het grootse deel van die gecreëerde jobs biedt dus geen werkzekerheid.
Selectieve cijfers
Maar wat nog belangrijker is, Charles Michel heeft niet toevallig een periode uitgekozen die bijzonder gunstig is. Waarom hanteert hij voor bepaalde cijfers een periode van een jaar en spreekt hij voor andere cijfers over de hele periode van zijn legislatuur? Wat zien we als we de evolutie van de werkgelegenheidscijfers bekijken vanaf het begin van zijn regeerperiode, op basis van dezelfde tabel (die over het arbeidsvolume) van de RSZ. Wat stellen we vast wanneer we de cijfers van eind 2014 (Q4 2014) vergelijken met die van begin 2017 (Q1 2017 – de laatst beschikbare gegevens)?
• Tijdens die periode is het volume van betaalde banen in VTE toegenomen met 59.371 eenheden.
• In de privésector is de voltijdse werkgelegenheid gestegen met 29.522 eenheden, in de openbare sector is die met 14.256 eenheden gedaald. Dat komt neer op een toename van 15.267 voltijdse betaalde jobs.
• De deeltijdse werkgelegenheid is in de privésector gestegen met 16.721 eenheden, in de openbare sector met 20.070 eenheden. Dat is een stijging met 36.792.
• Het interim- en seizoenwerk is toegenomen met 7.312 eenheden.
• Besluit: 74,3% van de nieuwe betaalde jobs die onder de regering-Michel werden gecreëerd, zijn jobs zonder werkzekerheid (deeltijds of interimwerk), slechts in 25,7% van de gevallen gaat het om voltijdse banen.
Tot slot, de keuze om zich op de cijfers over arbeidsvolume te baseren is behoorlijk misleidend. Het arbeidsvolume is geen correcte weergave van de concrete situatie. Het zou juister zijn zich te baseren op de tabel over werknemers die daadwerkelijk aan het werk zijn. Die tabel toont hoe de werkgelegenheid zich vertaalt naar het aantal arbeidsplaatsen. En ook daar zouden we vastgesteld hebben dat 75% van de nieuwe werknemers deeltijds of als interimmer werkt.
http://pvda.be/artikels/pvda-biedt-char ... -deeltijds