twistenopdemaan schreef: ↑11 jul 2024, 10:59
Basiskennis staatshuishoudkunde: een land gaat nooit failliet, een staatsschuld is een eeuwigdurende schuld die nooit wordt terugbetaald.
Men maakt een onderscheid tussen een bedrijfsfaillissement en een staatsfaillissement, en dit vooral omwille van de consequenties.
Wanneer een bedrijf failliet gaat - d.w.z. zijn schulden niet (tijdig) meer kan betalen - dan komt een hogere macht de boel sluiten. Dan worden alle bezittingen verkocht en houdt het bedrijf op te bestaan.
Wanneer een land zijn schulden (meestal obligatieschulden) niet meer wil of kan terugbetalen, dan bevindt het zich in een gelijkaardige situatie: het is failliet maar de consequenties zijn heel verschillend.
Een land houdt nl. niet op te bestaan maar het kan onder druk van 'hogere machten' zoals het IMF, de Wereldbank, de ECB, ook gedwongen worden om héél onpopulaire maatregelen te nemen.
Zo werd Griekenland gedwongen om de pensioenen van iedereen héél sterk in te korten toen het land failliet was, want het kon zijn schulden niet meer terugbetalen en het kon geen nieuwe leningen krijgen. Het land moest besparen in de gezondheidszorg en in andere sociale uitkeringen. Als gevolg daarvan is een soort brain drain op gang gekomen: 10.000den jonge mensen hebben het land verlaten om een toekomst te zoeken in niet-failliete landen.
Griekenland moest de belastingen optrekken en o.a. ook de btw-voeten werden verhoogd.
De minimumlonen werden verlaagd; ontslagvergoedingen werden ingekort. Onroerend goed van de overheid werd verkocht aan privé ondernemingen. De banken kwamen onder toezicht te staan.
Maar Griekenland bestaat nog altijd. Het is niet in stukken en brokken verkocht aan de buurlanden, zoals een failliet bedrijf (bv. Van Hool) in stukken wordt verkocht aan geïnteresseerden.
Kortom: de consequenties van een staatsfaillissement zijn gans anders dan die van een bedrijfsfaillissement. Daardoor zegt men wel eens
'een land kan niet failliet gaan', maar dat geldt enkel wanneer men aan die woorden de interpretatie geeft wat een bedrijfsfaillissement tot gevolg heeft.