Dit schrijft de krant DE TIJD hierover:
Wat zijn de gevolgen als niet het bruto- maar het nettoloon wordt geïndexeerd?
In de federale regeringsonderhandelingen circuleert het idee om niet langer het bruto- maar het nettoloon aan de stijgende consumptieprijzen aan te passen. Dat komt er volgens experts op neer dat de overheid een deel van de indexering zou dragen, ten voordele van de bedrijven.
Hoe het er concreet zou uitzien is nog niet duidelijk, maar formateur Bart De Wever (N-VA) wil dat de federale regeringsonderhandelaars zich buigen over een nieuwe manier om de lonen aan de levensduurte aan te passen.
De denkpiste is mogelijk ingegeven door de slechte ervaring met de inflatie, die in ons land tussen begin 2021 en oktober 2023 steeg tot meer dan 12 procent. Door het indexmechanisme gingen de brutolonen en de loonkosten toen fors omhoog, wat nefast was voor de concurrentiepositie van Belgische ondernemingen.
Hoe werkt het nu?
Wanneer de prijzen van een korf van goederen en diensten boven een afgesproken drempel - de zogenaamde spilindex - komen, gaan de brutolonen van de meeste werknemers automatisch omhoog. Als referentie wordt altijd de gezondheidsindex gebruikt, wat wil zeggen dat die geen rekening houdt met alcohol, tabak en brandstof.
De aanpassing gebeurt niet bij iedereen op hetzelfde moment. Voor veel werknemers gebeurt de indexering één keer per jaar, maar het kan ook per twee maanden of per kwartaal zijn.
Wat is het voorstel?
Het voorstel is nu om in bepaalde omstandigheden - bij hoge inflatie of langere periodes van inflatie - het nettoloon op te trekken, terwijl het brutoloon onveranderd blijft. Het gevolg hiervan is dat het verschil tussen bruto en netto kleiner wordt.
‘Dit wil zeggen dat er minder sociale bijdragen en belastingen worden betaald’, zegt Geert Vermeir, juridisch adviseur van het hr-dienstenbedrijf SDWorx. Het komt er op neer dat de overheid de indexering van het nettoloon uit eigen middelen betaalt.’
Vermeir acht het weinig waarschijnlijk dat het brutoloon onveranderd zou blijven en dat de overheid de hele last van de netto loonsverhoging op zich zou nemen. ‘Ik vermoed dat het brutoloon toch zal stijgen, maar dan enkel met het bedrag van de netto loonstijging. Ook dan zijn er minder bijdragen en belastingen dan bij een indexering op brutoloon.’
Volgens Vermeir zit er een logica in de denkpiste en is er een mogelijkheid om de minderinkomsten voor de overheid te compenseren. ‘Feit is dat het geen alleenstaand idee is. Het is gekoppeld aan andere dossiers, zoals de verbetering van onze concurrentiepositie, het beperken van de werkloosheid in de tijd en het verhogen van de effectieve pensioenleeftijd. Er kunnen dan misschien wel minder inkomsten zijn, maar het kan leiden tot economische winst.’
Wat betekent het voor de werkgever?
Voor de werkgever zou het indexeren van de nettolonen en het onveranderd laten van de brutolonen betekenen dat de kosten niet telkens weer stijgen als er een indexaanpassing is. De sociale bijdragen van 25 procent die de werkgever voor elke werknemer betaalt, worden immers berekend op basis van het brutoloon. Telkens als dat brutoloon stijgt, worden ook de sociale bijdragen hoger. Door de nettolonen aan te passen, blijven de sociale bijdragen onveranderd.
Wat betekent het voor de werknemer?
Het voordeel voor de werknemer is dat hij meer netto overhoudt van hetzelfde brutoloon. Maar er is ook een keerzijde aan dit onmiddellijke gewin. De eindejaarspremie, het vakantiegeld, het pensioen en sociale uitkeringen worden berekend op het brutoloon. Als dat brutoloon niet stijgt, is de berekeningsbasis ook lager en vallen de bedragen lager uit. Tenzij men ook daar een mouw aan zou passen.