Hoe het mogelijk is dat ik zo ver ben afgedwaald van wat ik eigenlijk wou vertellen, is mij nog steeds niet duidelijk. Eigenlijk had ik gewoon iets willen vertellen over een reis die ik met de moto maakte doorheen Duitsland. Ik was daar nochtans al over begonnen, maar dat was toen geëindigd met het verdwijnen van mijn maat.
Ik heb een engelbewaarder, zeker weten. Anders had ik al zeker zesmaal het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Zo ook op die bewuste reis. Het begon al in onze Ardennen, op een lange afdaling, ergens tussen Marche en Bastogne. De gashandel eens goed opengedraaid (er was toen nog geen snelheidsbeperking) en ik zoefde naar beneden. Tot plots, KNAAAAAAL
Waarschijnlijk een scherp steentje, en de banden toch niet genoeg onder druk gezet. Een scheur van 10cm. in de zijwand van mijn achterband, de moto onbestuurbaar, maar mijn bewaker daarboven deed wat hij verondersteld is te doen.
De moto niet noemenswaardig beschadigd, en ik ook niet. Het lastigste was nog uit die boom geraken. Omdat die beneden geen takken hadt, moest ik van tamelijk hoog naar beneden springen.
Met een nieuwe band erop, verder op weg naar Echternach.
Heb ik al gezegd dat wij met twee waren, ieder met zijn moto? Ja natuurlijk. In Bastogne moesten wij natuurlijk op de tank kruipen, en wie gleed eraf? Mis, niet ik maar mijne maat!
In Echternach wandeling B gemaakt, en daar was het weer mijn beurt. Van zo'n gladde rots geschoven op de Perekop. En ik viel op mijne houtekop.
Maar door de onvolprezen hulp van daarboven kon er niets kapot aan mij!
Vervolgens de Moezel gevolgd van Trier naar Koblenz. Dat is hier geen kolder meer, maar een toeristische gids...
In Koblenz is er een reuzegroot openluchtgedoe, een Weindorf, allemaal houten banken waar je schouder aan schouder zit. Dat heeft het grote voordeel dat je niet kan omvervallen, als je wat veel wijn door het keelgat gekieperd hebt. "Was gehn sie zaufen?" Wij met onze mond vol tanden, wat kenden wij van wijn? Dat er witte is en rode, en nog iets tussenin. Maar in die contreien is alleen witte te krijgen.
Dus op voorstel van die serveuze, een natuurwijntje. Dat was tamelijk prijzig, en de volgende fles namen we iets goedkopere, de volgende nog goedkoper."En van je hoempa hoempa hoempa faldera..."
Toen we de volgende dag tegen de middag uit ons tentje kropen, hadden onverlaten hun lege flessen allemaal voor de ingang gedumpt, zeker zo'n lege fles of zes...
Omdat we beiden stevige hoofdpijn hadden, zijn we een dag langer daar gebleven. Zonde eigenlijk, want in Rüdesheim was veel meer te beleven.
Daar is er zo'n straatje, dat steil bergop gaat. Of bergaf, het hangt er vanaf in welke richting je kijkt. De naam is Drosselgasse, als ik het me goed herinner. Achter iedere deur is een trap die naar een weinkeller leidt, naar beneden. Maar daar had ik zo direct geen belangstelling voor.
Wel voor de eigenaardige manier waarop ze de straatgoten proper maakten. Ze gebruikten daarvoor een Hollander, sorry een Nederlander.
Er lezen tenslotte veel Nederlanders mee, en ik wil die mensen allemaal niet over dezelfde kam scheren.
Misschien druk ik mij slecht uit, de goten werden niet uitgekeerd DOOR een Hollander, maar MET een Hollander. Ze sleepten die aan zijn benen heel de Drosselgasse door naar beneden. Die kerel was goed beschonken, en hadt een Duits meisje lastig gevallen. Toevallig was die goed bevriend met Hans, Fritz en Walter. En je valt beter geen meisje lastig dat bevriend is met Hans, Fritz en Walter, heb ik met eigen ogen mogen vaststellen! Walter en Fritz trokken hem aan zijn benen naar beneden, terwijl Hans de weg vrijmaakte.
Op mijn vraag waarom ze hem niet naar boven trokken, zei Hans dat het veel gemakkelijker naar beneden ging, maar als ik wou helpen wilden ze het graag nog eens overdoen. Ik heb dat beleefd afgewimpeld, kwam tenslotte niet om te werken, nietwaar?
"Mensch, das ist gein arbeith, das ist vergnügen"
"Als je hem terug naar boven wilt, stuur hem dan helemaal naar boven, zet de zetellift terug in werking en transporteer hem naar het Niederwalddenkmahl"
Zover hadden ze nog niet nagedacht. Dadelijk was ik een broeder voor hen. Dat kwam toevallig goed uit, want ik wist niet meer waar mijn tent stond. Ik wist zelfs niet meer waar de camping was, en of ik überhaupt mijn tent daar wel had opgezet. Die nacht hebben we bij Hans mogen slapen, maar mijn overredingskracht mocht niet baten, wij moesten op de grond slapen, de schweinloeder wou zijn bed niet afstaan...
Zo, dat was het dan.
Heb nog een goed leven en we zien mekaar misschien weer in de hel.
Tot zolang dan zal zandmannetje jou wel in slaap lullen !