Parochie Sint-Rombout
************
Geschiedenis top
De Sint-Romboutskathedraal met haar machtige toren beheerst Mechelen en omgeving. Vanuit alle richtingen heeft men telkens een wisselend uitzicht op toren en kerk. Beide zijn meesterwerken van de gotiek. Vooral het hoogkoor en de toren zijn stralende voorbeelden van de Brabantse gotiek. Toch is de Sint-Romboutskathedraal geen museum. Zij is een kerk, een ,,woontent van God", een gewijde ontmoetingsplaats van God met de mensen. Als Mechelse stadskerk werd zij gebouwd ter ere van de heilige Rombout en aanvankelijk beheerd door een college van kanunniken; zo was zij destijds een collegiale kerk. Door de pauselijke bul ,,Super universas" werd zij in 1559 de zetelkerk van een aartsbisdom, een metropolitaanse kerk. In het gewone spraakgebruik noemen wij ze een kathedraal of zetelkerk van een bisschop. De Sint-Romboutskathedraal is een driebeukige in kruisvorm gebouwde basilica met kruisribgewelven, een door straalkapellen omringd koor en één enkele zware westertoren. De steil opstijgende muren worden van buiten door steunberen en luchtbogen geschraagd. De bouw van de kathedraal liep over drie eeuwen: zodoende weerspiegelt zij de ontwikkeling van de gotische stijl. Te allen tijde was zij nauw met het leven van de stad verbonden en in de loop der eeuwen deelde zij het wel en wee ervan. In haar knielden Bourgondische hertogen, Habsburgse vorsten en andere gekroonde hoofden. In 1491 hielden de ridders van het Gulden Vlies er hun kapittel. Maar ook de eenvoudigen, de naamlozen, waren er welkom en voelden er zich thuis. Binnen haar muren werden mensen gedoopt, huwelijksbanden gesloten, priesters gewijd en gelovigen ten grave gedragen. Het interieur van de kathedraal is maar een schaduw meer van de luisterrijke tempel uit de middeleeuwen, toen meer dan veertig altaren - vaak bekroond met sierlijke retabels - in het getemperde licht baadden, dat door de gebrandschilderde ramen naar binnen viel. Geplunderd en leeggeroofd, gesloten en aan het verval prijsgegeven, werd zij mettertijd moeizaam hersteld; zo kreeg zij een nieuw en soberder gelaat. Maar al is die vroegere luister voor altijd verdwenen, toch blijft de Sint-Romboutskathedraal met haar gedurfde afmetingen, haar prachtige ruimte, haar schitterende hoogkoor, een indrukwekkend en onvervangbaar bouwwerk. Haar interieur biedt een rijke schakering van gotiek over barok, classicisme en neogotiek naar recentere stijlen toe
*******
Voorgeschiedenis
***************
Waar nu de Sint-Romboutskathedraal staat, bevond zich tevoren een ietwat kleiner kerkgebouw met een vierkante westertoren. Wellicht was het een romaans bouwwerk, dat een nog vroegere kerk verving. De schaarse historische gegevens die wij bezitten, geven daaromtrent geen zekerheid. Sommige historici spreken over de ,,kerk van Notger". In de 10 de eeuw zou er in Mechelen een abdijkerk bestaan hebben, die tot het domaniale bezit behoorde van het prinsbisdom Luik: die kerk werd in 992 door prinsbischop Notger begiftigd met een kapittel van twaalf prebenden en werd aldus een collegiale kerk. Bestond die kerk toen met de bouw van de huidige kathedraal werd begonnen, en werd zij bij het optrekken van het nieuwe kerkgebouw geleidelijk afgebroken? Was zij - zoals sommigen menen - toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw of aan de heilige Maria-Magdalena? Of had zij reeds als patroon de Ierse eremijt Rombout uit de 7de eeuw, die vrij vlug als martelaar werd vereerd en van wie de relieken tot in de l3de eeuw bewaard werden in de voormalige Sint-Romboutskapel op een boogscheut van de Sint-Romboutskerk? Vele vragen blijven aldus onbeantwoord. Enkel een grondig archeologisch onderzoek in de kathedraal zou enig licht kunnen werpen op haar voorgeschiedenis.
********************
Bouwgeschiedenis top
Rond 1150, toen in heel Europa nog romaanse kerken werden gebouwd, ontstond in Frankrijk uit een combinatie van het normandisch ribgewelf en de bourgondische spitsboog een nieuwe stijl: de gotiek. De eerste grote kerkgebouwen van Senlis, Laon en Notre-Dame te Parijs werden rond die tijd begonnen; verbazend snel verspreidde de nieuwe bouwstijl zich over West-Europa en nam in elke streek eigen vormen aan. Zo kwam hier de Brabantse gotiek tot stand, waarvan de Sint-Romboutskathedraal al de kenmerken bezit: ronde zuilen, met gekrulde koolbladeren getooide kapitelen, het doorlopend maaswerk van de bovenramen over triforium en zwikken, een zware westertoren boven de hoofdingang. De bouwgeschiedenis van de Sint-Romboutskathedraal loopt over ongeveer drie eeuwen, zodat in haar buiten- en binnenarchitectuur de ontwikkeling van vroeg naar hooggotiek duidelijk weerspiegeld wordt. Met de machtige toren werd pas begonnen toen het kerkgebouw zelf reeds grotendeels voltooid was; hij werd in circa vijfenzestig jaar opgetrokken en is - hoewel onvoltooid - een juweel van Brabantse hooggotiek. Kerk en toren werden oorspronkelijk in zachte kalkzandsteen uit Balegem opgetrokken en worden thans hersteld in Massangissteen uit Bourgondië. De basilicale kerk (lagere zijbeuken rond een hoog middenschip) heeft de vorm van een Latijns kruis. Men onderscheidt in de bouwperiode van de kathedraal drie perioden. In een eerste periode (Ca. 1200 tot ca. 1320) werden de zuidelijke en noordelijke kruisbeuk, de zijbeuken en het hoofdschip opgetrokken. Aansluitend begon men met de eerste drie traveeën van het koor. Sommigen vermoeden dat de vroegere kerk stuksgewijs werd afgebroken om plaats te maken voor het nieuwe kerkgebouw. Het werk begon kort na 1200. Het oudste gedeelte is de oostelijke muur van de zuidelijke dwarsbeuk (achter het Sint-Anna-altaar met het schilderij ,,Jezus aan het Kruis" van Antoon van Dyck) waar in 1899 oude muurbogen werden ontdekt, die als een aarzelend begin in vroeg-gotische stijl mogen worden beschouwd. Dan volgden de vier machtige pijlers van de viering; de zuidelijke en de noordelijke dwarsbeuk waren omstreeks 1250 voltooid. Tussen 1250 en 1310 werden dan het schip en de zijbeuken opgetrokken. In de loop van die lange jaren gingen de elkaar opvolgende bouwmeesters, hoewel trouw aan het grondplan, toch elk naar eigen inzicht en mogelijkheden te werk, zodat merkwaardige onregelmatigheden voorkomen bv. de basis van de arduinen zuilen van het middenschip. Rechts en links verschillen ze in vorm en in afmetingen, wat er wellicht op wijst dat de kerk van zuid naar noord werd voltooid. Op 28 april 1312 werd de kerk ingewijd en in gebruik genomen: op dat ogenblik werd nog gebouwd aan de rechte koortraveeën die pas werden voltooid in de eerste helft van de l4de eeuw.
Na een pauze begon een tweede bouwfaze (Ca. 1365 tot 1451). Tussen de eerste en de tweede bouwfase situeert zich de grote stadsbrand in mei 1342, die - naar algemeen aangenomen wordt - ook het dakgebinte boven de kerk zwaar zou hebben toegetakeld. In elk geval werd het werk stilgelegd en hield het kapittel gedurende een kwarteeuw zijn diensten in de naburige Sint-Katelijnekerk. Tijdens de tweede bouwperiode, die ruim tachtig jaar duurde, werd de middenbeuk hoger opgetrokken en van een nieuw triforium voorzien. Ook werd het koor, waarvan tot dan toe enkel de aanzet bestond, vergroot met een absis en met zeven straalkapellen. Koor en straalkapellen waren in 1393 afgewerkt. Tussen de eerste en tweede bouwfase was de gotiek sterk geëvolueerd zodat het koorgedeelte reeds tot de hooggotiek behoort. Hierbij speelde een Franse bouwmeester uit Picardië, Jan van Osy, een markante rol. Hij volgde de lijn van de Franse moederschool en schiep de Brabantse hooggotiek, die in onze gewesten opgang zou maken. Vermoedelijk in 1437 werd het kerkschip overwelfd; met de zijbeuken was dit toen reeds gebeurd. Het koor kreeg zijn overwelving in 1451, het jaar van de eerste aflaat-bul van paus Nicolaas V, die voor de verdere afwerking van de kerk en de bouw van de toren zeer belangrijk zou worden.
Een derde bouwfase (1452-1520) betreft de zijkapellen van de noordelijke zijbeuk en de toren. Kort na 1500 werden tegen de noordelijke zijbeuk drie kapellen (5, 6, 7) gebouwd. Zij verschillen in grootte en vorm. De westelijke kapel (5) strekt zich uit over drie traveeën. De meest oostelijke kapel (8) die tot een vroegere bouwfase behoorde, werd in 1931 vergroot en aangepast. De beroemde Sint-Romboutstoren werd ontworpen door de leden van de familie Keldermans; met de bouw ervan werd pas begonnen na het optrekken van de kerk. Volgens een bewaard plan (zie de maquette in de hoofdingang, onder het neogotisch doksaal) bestaat hij uit een onderbouw van 350 voet (90 m.) en een opengewerkte naaldspits van 77 meter, zodat hij een totale hoogte van 167 meter zou bereikt hebben. Van de spits werden echter maar zeven meter gerealiseerd, zodat de huidige toren ongeveer 97 meter hoog is. De eerste steen werd gelegd op 22 mei 1452 en de bouwkosten werden hoofdzakelijk gedekt door giften van de gelovigen die in 1451 en volgende jaren naar Mechelen kwamen om de aflaat te verdienen van het grote jubileum, dat door paus Nicolaas V aan de stad verleend werd. Rond 1520 werd het werk - waarschijnlijk om financiële reden - stopgezet. De Sint-Romboutstoren is als bouwwerk uniek. In feite bestaat hij enkel uit zijn vier dubbele hoekpijlers die naar boven toe langzaam versmallen; zij dragen het hele torenwicht. De middenpijlers spelen in de constructie geen essentiële rol: aan westen oostzijde raken zij de grond niet, aan noord- en zuidzijde zijn ze hol en omsluiten wenteltrappen. Bovendien heeft de uitbundig versierde toren een juweel van Brabantse hooggotiek - een ondiepe fundering: de grondvesten hebben slechts 2,80 m. diepte bij een uitsprong van amper 46 cm.! Na deze drie bouwfasen kan men nog enkel spreken over herstellingswerken en minder belangrijke uitbreidingen. In 1626 werden de zijportalen aangebouwd in sobere barok. In september 1914, na het uitbreken van Wereldoorlog I, werd vooral de zuidkant van de kathedraal door beschieting getroffen; nog tijdens die oorlog werd de schade hersteld.
In augustus 1972 vernielde een spectaculaire brand het dakgebinte boven het koor en viering. De schade kon vrij vlug worden hersteld. Ondertussen is de toren tussen 1963 en 1993 gerestaureerd en werd de buitenrestauratie van de kerk in 1981 begonnen.
***************************************
Afmetingen: Totale lengte van kathedraal en toren circa 118 m; Lengte van de kerk 99,50 m. Lengte van het koor 30 m; Breedte van het schip 25 rn, Breedte van de middenbeuk en het koor 13,30 m; Lengte van de dwarsbeuk 41,20 m; Breedte van de dwarsbeuk 13 m; Hoogte van het gewelf in middenschip en koor 28 m; Oppervlakte van de kathedraal: 3870 m2.
*************
morgen verder