Geschiedenis
Pupurninga villa is de oudste schrijfwijze en dateert van omstreeks 850. Vondsten uit het neolithicum bewijzen dat de locatie toen al bewoond was. Tijdens de Romeinse tijd werd een zijweg van een heerweg aangelegd die Kassel verbond met Poperinge en Aardenburg. Al in de vroege Middeleeuwen speelde de Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars een belangrijke rol in het kerkelijke en economische leven van de Poperingenaars. De abten van de abdij bleven leenheer van Poperinge tot aan de Franse Revolutie.
Diederik van de Elzas, graaf van Vlaanderen schonk Poperinge in 1147 een eerste keure, die nog eens door zijn opvolger Filips werd bevestigd.
De grote motor achter de bloeitijd voor Poperinge in de 13e eeuw was de lakenindustrie. De stad breidde uit en kreeg in 1290 toelating van de bisschop van Terwaan om, naast de bestaande Sint-Bertinuskerk, (zie bezienswaardigheden) twee nieuwe kerken te bouwen. Er schakelden zoveel landbouwers over naar de nieuwe industrie dat landbouwers van elders werden gevraagd om de akkers te bewerken. Toen de lakenindustrie in de 16e eeuw begon te tanen vond men nieuwe inkomsten in de hopteelt.
In 1630 was de abt van de Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars nog steeds de leenheer van Poperinge.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Poperinge, samen met Veurne, de enige Belgische stad die niet door de Duitsers werd bezet. De Lijssenthoek Military Cemetery is de tweede grootste Britse begraafplaats van de Eerste Wereldoorlog (10.800 zerken). Ze lag vlak bij een groot veldhospitaal en dat verklaart waarom men hier graven aantreft van een Britse verpleegster, Chinezen, Amerikanen, Fransen en Duitsers.
Stadhuis van Poperinge
Sint-Bertinuskerk in Poperinge
De Sint-Bertinuskerk is de oudste kerk van Poperinge. Ze werd in 1147 in Romaanse stijl gebouwd, ter vervanging van een kapel die aan de Heilige Katharina was toegewijd.
De kerk raakte tweemaal beschadigd in de 15e eeuw: in 1419 door een brand en in 1436 door Engelsen in hun strijd met de Bourgondische hertog Filips de Goede. Men besloot toen de kerk als hallenkerk te herbouwen.
De kerk zou een hoge, monumentale toren krijgen (te zien aan de massieve onderbouw) maar de bouw werd na de derde verdieping gestaakt. Eerst in de 18e eeuw werd de toren afgewerkt en de klokken opgehangen. De preekstoel, uit 1710, is afkomstig uit het Dominicanenklooster van Brugge. Hij wordt beschouwd als een van de mooiste in België. De kerkfabriek kocht de preekstoel in het begin van de 19e eeuw van een Brugs timmerman. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg hij in Parijs een veilig onderkomen. Het doksaal in laatrenaissancestijl en de gebrandschilderde ramen zijn van hoog artistiek niveau.
Zoals zovele kerkgebouwen kreeg de Sint-Bertinuskerk te maken met de Beeldenstorm. Het beeldhouwwerk in de portalen en het meubilair werden zwaar beschadigd.
Sint-Bertinuskerk (17 jan 2005)Restauratiewerkzaamheden tijdens de tweede helft van de 19e eeuw kregen later zware kritiek.
Zowel tijdens de Eerste als Tweede Wereldoorlog werd de kerk beschadigd; herstellingen gebeurden in 1970.
De kerk toont een opvallend homogeen uitzicht ondanks de oudere elementen in de onderbouw van de noordgevel en is een mooi voorbeeld van de baksteengotiek in de Belgische kuststreek.
In het portaal worden aanplakbrieven met rouwberichten opgehangen: dit gebruik bestaat enkel nog hier, in Torhout en Brugge.
Vlakbij de kerk ligt het Vroonhof, de vroegere residentie van de proost die de abt van de Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars vertegenwoordigde.
Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars
Ruïnes van de Sint-Bertinusabdij (13 juli 2005)De Sint-Bertinusabdij in het Franse Saint-Omer (Sint-Omaars), nu (2005) een ruïne, was toegewijd aan Sint-Bertinus, de tweede abt van de abdij.
De abdij had een refugehuis in het intussen gesloopte Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In 1630 was de abt nog steeds leenheer van Poperinge.
Het gemeentehuis in Sint-Omaars, waarvan de bouw in 1834 werd gestart, werd opgetrokken met stenen van de intussen reeds vervallen abdij.

Pupurninga villa is de oudste schrijfwijze en dateert van omstreeks 850. Vondsten uit het neolithicum bewijzen dat de locatie toen al bewoond was. Tijdens de Romeinse tijd werd een zijweg van een heerweg aangelegd die Kassel verbond met Poperinge en Aardenburg. Al in de vroege Middeleeuwen speelde de Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars een belangrijke rol in het kerkelijke en economische leven van de Poperingenaars. De abten van de abdij bleven leenheer van Poperinge tot aan de Franse Revolutie.
Diederik van de Elzas, graaf van Vlaanderen schonk Poperinge in 1147 een eerste keure, die nog eens door zijn opvolger Filips werd bevestigd.
De grote motor achter de bloeitijd voor Poperinge in de 13e eeuw was de lakenindustrie. De stad breidde uit en kreeg in 1290 toelating van de bisschop van Terwaan om, naast de bestaande Sint-Bertinuskerk, (zie bezienswaardigheden) twee nieuwe kerken te bouwen. Er schakelden zoveel landbouwers over naar de nieuwe industrie dat landbouwers van elders werden gevraagd om de akkers te bewerken. Toen de lakenindustrie in de 16e eeuw begon te tanen vond men nieuwe inkomsten in de hopteelt.
In 1630 was de abt van de Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars nog steeds de leenheer van Poperinge.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Poperinge, samen met Veurne, de enige Belgische stad die niet door de Duitsers werd bezet. De Lijssenthoek Military Cemetery is de tweede grootste Britse begraafplaats van de Eerste Wereldoorlog (10.800 zerken). Ze lag vlak bij een groot veldhospitaal en dat verklaart waarom men hier graven aantreft van een Britse verpleegster, Chinezen, Amerikanen, Fransen en Duitsers.
Stadhuis van Poperinge
Sint-Bertinuskerk in Poperinge
De Sint-Bertinuskerk is de oudste kerk van Poperinge. Ze werd in 1147 in Romaanse stijl gebouwd, ter vervanging van een kapel die aan de Heilige Katharina was toegewijd.
De kerk raakte tweemaal beschadigd in de 15e eeuw: in 1419 door een brand en in 1436 door Engelsen in hun strijd met de Bourgondische hertog Filips de Goede. Men besloot toen de kerk als hallenkerk te herbouwen.
De kerk zou een hoge, monumentale toren krijgen (te zien aan de massieve onderbouw) maar de bouw werd na de derde verdieping gestaakt. Eerst in de 18e eeuw werd de toren afgewerkt en de klokken opgehangen. De preekstoel, uit 1710, is afkomstig uit het Dominicanenklooster van Brugge. Hij wordt beschouwd als een van de mooiste in België. De kerkfabriek kocht de preekstoel in het begin van de 19e eeuw van een Brugs timmerman. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg hij in Parijs een veilig onderkomen. Het doksaal in laatrenaissancestijl en de gebrandschilderde ramen zijn van hoog artistiek niveau.
Zoals zovele kerkgebouwen kreeg de Sint-Bertinuskerk te maken met de Beeldenstorm. Het beeldhouwwerk in de portalen en het meubilair werden zwaar beschadigd.
Sint-Bertinuskerk (17 jan 2005)Restauratiewerkzaamheden tijdens de tweede helft van de 19e eeuw kregen later zware kritiek.
Zowel tijdens de Eerste als Tweede Wereldoorlog werd de kerk beschadigd; herstellingen gebeurden in 1970.
De kerk toont een opvallend homogeen uitzicht ondanks de oudere elementen in de onderbouw van de noordgevel en is een mooi voorbeeld van de baksteengotiek in de Belgische kuststreek.
In het portaal worden aanplakbrieven met rouwberichten opgehangen: dit gebruik bestaat enkel nog hier, in Torhout en Brugge.
Vlakbij de kerk ligt het Vroonhof, de vroegere residentie van de proost die de abt van de Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars vertegenwoordigde.
Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars
Ruïnes van de Sint-Bertinusabdij (13 juli 2005)De Sint-Bertinusabdij in het Franse Saint-Omer (Sint-Omaars), nu (2005) een ruïne, was toegewijd aan Sint-Bertinus, de tweede abt van de abdij.
De abdij had een refugehuis in het intussen gesloopte Sint-Lodewijkscollege te Brugge. In 1630 was de abt nog steeds leenheer van Poperinge.
Het gemeentehuis in Sint-Omaars, waarvan de bouw in 1834 werd gestart, werd opgetrokken met stenen van de intussen reeds vervallen abdij.

als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet









