Historie gemeente Venlo
Onderstaand vindt u een greep uit de historie van Venlo, Blerick, Tegelen en Belfeld. De tekst is met name gebaseerd op een stedenbouwkundige en economische ontwikkelingsinvalshoek. De oorzaak hiervan ligt in het feit dat de tekst is gebaseerd op de publicatie ‘De ontwikkeling van stad en streek, Koos Berghs (red.), 2001’.
De historische ontwikkelingsbeschrijving is opgedeeld in aparte informatie over de voormalige gemeentes Tegelen, Belfeld en Venlo. Dit is onvermijdelijk omdat de historie van de huidige gemeente Venlo pas is begonnen op 1 januari 2001.
Voor uitgebreidere historische informatie verwijzen we naar de literatuurverwijzing op het einde van de voor u liggende tekst en naar het Gemeentearchief Venlo
****
Tegelen
De Romeinen hadden als eerste belangstelling voor de Tegelse klei. Zij vernoemden hun nederzetting zelfs naar het product dat ter plaatse werd vervaardigd: de dakpan of tegula in het Latijn. Tegula verbasterde in de Middeleeuwen tot Tieglon en werd in de zeventiende en achttiende eeuw Tiegelen. Vanaf ongeveer 1800 heeft iedereen het over Tegelen.
Vergeleken bij andere plaatsen tref je in Tegelen relatief veel industrie aan en liggen de fabrieken niet bij elkaar op grote industrieterreinen buiten de stad, maar her en der tussen de huizen in. De bedrijvigheid in Tegelen is eeuwenoud. Omdat in Tegelen de delfstof klei voorkomt, werden vanaf de industriële revolutie in de negentiende eeuw grote industrieën gebouwd voor de productie van bakstenen en dakpannen, in de meeste gevallen in de buurt van de vindplaatsen en de doorgaande wegen. De moderne fabrieken van nu liggen meestal nog op hun oorspronkelijke plaats en nu dus in de woonplaats.
Al in de achttiende eeuw vond op ambachtelijke wijze en op kleine schaal keramische nijverheid plaats op verschillende locaties in het dorp. Tegelen kende in deze periode veel pottenbakkerswerkplaatsen en kleine pannenbakkerijen.
De kern Steyl kende in de negentiende eeuw een eigen ontwikkeling. Omstreeks 1850 omvatte Steyl slechts enkele boerderijen en koopmanshuizen. Vanaf 1875 bood het dorpje een schuilplaats voor religieus vervolgden uit Duitsland, die ten gevolge van de Kulturkampf onder kanselier Bismarck gedwongen waren om het land te verlaten. Dit leidde in het laatste kwart van de negentiende eeuw tot een hoogtepunt aan vestigingen van kloosterorden in Steyl. Bestaande boerderijen en koopmanshuizen werden opgekocht, verbouwd en uitgebreid. In een kort tijdsbestek onderging de kloosterbouw een explosieve groei. Daarvoor werd in de meeste gevallen een beroep gedaan op architecten en bouwkundigen uit het thuisland van de orden.
De afgelopen jaren zijn veel oude fabrieken in Tegelen verdwenen. Je kunt nog maar een handjevol fraaie voorbeelden van negentiende-eeuwse fabrieksbouw gaan bezoeken. De moeite waard is bijvoorbeeld de oude ijzergieterij van Hekkens aan de Hoogstraat. De oudste gebouwen van deze fabriek liggen dicht bij de openbare weg en dateren uit 1888. De kloosters van Steyl zijn bijna allemaal bewaard gebleven. Het geheel van kloostergebouwen, muren, tuinen en landschapsparken is vrijwel nog volledig intact. Door leegloop van de kloosters is leegstand ontstaan en dreigt verval van gebouwen. De gemeente Venlo is in 2002 gestart met de ontwikkeling van een visie op de toekomst van het in Nederland unieke kloosterdorp Steyl.
**************************
Rond de eeuwwisseling had Tegelen zo’n vijfduizend inwoners. Nu zijn het er circa twintigduizend. Het merendeel van de beroepsbevolking in het begin van de twintigste eeuw was werkzaam in de plaatselijke industrie. Er waren destijds ruim dertig keramische bedrijven en een aantal metaalgieterijen en tabaksfabrieken in Tegelen. Het dorp behoorde in die tijd tot één van de meest geïndustrialiseerde gemeenten van Limburg. Het landelijke karakter was door de oprukkende industrie stilaan aan het verdwijnen. De bevolkingsaanwas in de eerste decennia van de twintigste eeuw was enorm, want in 1929 bleek het inwonertal verdubbeld ten opzichte van 1900. Al deze arbeiders moesten gehuisvest worden en liefst ook nog in de buurt van de industrie. Van gescheiden woonwijken en industrieterreinen had destijds nog niemand gehoord, dus bouwde men nieuwe woningen dáár waar ze nodig waren, op een steenworp afstand van de fabrieken. Veel fabrieksdirecteuren zorgden op eigen initiatief voor huisvesting van de arbeiders. Dergelijke kleinschalige sociale woningbouwprojecten zijn her en der in Tegelen nog te vinden, onder andere in de Stationsstraat. De sociale toestanden in de particuliere verhuursector lieten echter te wensen over. Daarom werd in het tweede decennium van de twintigste eeuw een coöperatieve organisatie voor de sociale woningbouw opgericht, de Tegelse Bouwvereeniging, waarin de gemeente Tegelen als belangrijke participant vertegenwoordigd was.
Niet alleen de wereldlijke overheid was begaan met de sociale toestand van de arbeiders, ook de kerk voelde zich verantwoordelijk. Met name om de eenvoudige werklieden buiten de invloedssfeer te houden van het socialisme, ontwikkelden de kerkelijke zielzorgers van Tegelen in het begin van de twintigste eeuw tal van sociale voorzieningen voor de arbeiders.
In 1911 werd aan de Kerkstraat een groot gebouwencomplex gerealiseerd: de RK Volksbond en de RK Verbruiksvereeniging ‘de Volharding’. Een grote ontspanningszaal en een winkel waren hier ondergebracht. Aan de Spoorstraat werd een patronaatsgebouw opgericht. Voetbalverenigingen, toneelverenigingen, zangkoren en harmonieën werden gestimuleerd en een warm hart toegedragen. Het rijke verenigingsleven van nu is daarvan de erfenis.
Vanaf de jaren zestig nam de Tegelse kleiwarenindustrie in betekenis af. Ook het aantal ijzergieterijen was inmiddels gereduceerd, terwijl de tabaksfabrieken geheel waren verdwenen uit Tegelen. Het beleid van de gemeentelijke en provinciale overheid was vanaf deze periode afgestemd op het clusteren van de overgebleven fabrieken op verzamelterreinen. De vrijgekomen locaties zijn inmiddels opgevuld met woningbouw.
Behalve het vraagstuk van de industrieterreinen kampt Tegelen met nog een probleem. De toenemende verkeersdruk op de hoofdwegenstructuur heeft inmiddels geleid tot een onhoudbare situatie. De komst van de Verbindingsweg-noord en straks de autosnelwegen A73 en A74 moet uitkomst bieden.
***
Belfeld
Vanaf de zestiende eeuw is de gemeente Belfeld onderverdeeld geweest in een drietal woonkernen, oorspronkelijk ‘rotten’ genoemd: Belfeld-dorp, Geloo en Het Broek.
Belfeld of het ‘dorp’- vlak aan de Maas gelegen – bestond in de zestiende eeuw wellicht uit niet meer dan een tiental boerderijen gelegen aan of in de nabijheid van ‘de Baene’ (de grote weg) van Roermond naar Venlo.
Geloo was veel groter dan Belfeld en telde circa 30 boerderijen. Zolang de landbouw (tot ongeveer 1900) het hoofdmiddel van bestaan vormde, overvleugelde Geloo Belfeld in het aantal inwoners.
Een derde groep van ongeveer een twintigtal verspreid liggende huizen werd gevormd door de buurtschap ‘Het Broek’, ook aangeduid als Bolenberg of Hoven.
De in 1817 aan Belfeld toegevoegde gronden, die oorspronkelijk tot het Pruisische Kaldenkirchen behoorden, bleken voor de keramische nijverheid van groot belang te zijn. Met name de kleilagen in het hoogterras dat een groot deel van de noordoost hoek van Belfeld beslaat, betekende een gunstige vestigingsfactor voor deze bedrijven.
Niet alleen in Tegelen, maar ook in Belfeld heeft de keramische industrie een grote rol gespeeld in de ontwikkeling. De groei aan arbeidsplaatsen zorgde voor een explosieve bevolkingstoename. In 1862 vestigde zich de eerste ‘pannesjop’ in Belfeld. De bedrijven kozen vooral het heideterrein uit tussen de kernen Belfeld en Geloo om hun ondernemingen te vestigen. Ten behoeve van de grondstoffenvoorziening werd een drietal tramverbindingen aangelegd naar het hoogterras waar de klei in aanvankelijk kleinschalige groeven gewonnen werd.
Aanvankelijk waren deze bedrijven seizoensgebonden. Daarom kwam rond 1900 de combinatie van arbeider-boer veelvuldig voor.
Ook indirect zwengelde de industrialisatie de verdere ontwikkeling van Belfeld aan. Wegen werden vernieuwd of aangelegd voor het goederenvervoer. Ook nieuwe gebouwen hielden gelijke tred met de groei: de loswal (1876), de school (1890), het station (1894), het postkantoor (1906), een nieuwe kerk (1912), het gemeentehuis (1916), de meisjesschool (1917) en de kleuterschool (1930).
De oude kern tussen de spoorlijn en de Maas bood niet voldoende ruimte om alle nieuwbouw een plaats te bieden. Als gevolg daarvan ontwikkelde zich lintbebouwing langs de belangrijkste hoofdwegen als de Rijksweg, Schoolstraat, Julianastraat en Wilhelminastraat. Aan het begin van de twintigste eeuw creëerde Belfeld voor het eerst een marktplein voor het raadhuis.
Net als elders in deze streek stonden de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog vooral in het teken van een snel herstel van de geleden schade. De gemeente lag vanaf oktober 1944 tot maart 1945 in de frontlinie. Vooral de oude dorpskern aan de Maas had schade opgelopen. Het gemeentebestuur stond voor belangrijke keuzes die de aanblik van Belfeld in de daarop volgende decennia volledig zouden veranderen. Door de aanleg van de rijksweg en de spoorlijn waren twee barrières in het dorp opgeworpen die de kom in drieën splitsten.
Stedenbouwkundig gezien zou een uitbreiding van de bebouwing aan de oostzijde van de spoorweg moeten plaatsvinden. Door de verwoesting van de kerk kon gemakkelijker een nieuw centrum gevormd worden aan die oostzijde. Een nieuwe kerk met omliggende bebouwing in de vorm van winkels en 400 woningen kwam meer centraal tussen Belfeld en Geloo te liggen. Als gevolg van deze geheel nieuwe opzet kreeg Belfeld meer het uiterlijk van een nieuwbouwwijk dan van een oud Maasdorp. Overigens liet de detailhandel zich niet verplaatsen naar het gebied rond de kerk. Veel ondernemers bleven gevestigd aan het Marktplein en de Julianastraat. Hierdoor ontstonden in feite twee winkelgebieden die elkaar niet versterkten maar eerder tegenwerkten.
Sloop van bedrijfsgebouwen en woningen maakten na 1970 de vorming van een drietal pleinen mogelijk waardoor de lintbebouwing doorbroken kon worden. Op de plaats van de pannenfabriek van de Gebroeders Van Cleef ontstond het Hamarplein, terwijl de aan dit plein gelegen gebouwen van Meubelindustrie Stevens tot nieuw gemeentehuis annex gemeenschapscentrum met sportzaal werden verbouwd.
******
Kloosterdorp Steyl
********
Het kloosterdorp Steyl is in cultuurhistorische zin één van de belangrijkste kroonjuwelen die de voormalige gemeente Tegelen bij de herindeling met Belfeld en Venlo in 2001 heeft overgedragen. Het ensemble van kloosters, bijzondere tuinen, begraafplaatsen, kerken en kapellen is uniek in Nederland. Een oase van rust, bezinning en vrede binnen de drukte van het omringende stedelijk gebied Venlo -Tegelen.
******
morgen verder