Wederopstanding
***
In 1926 schenkt de familie de Harenne de ruïnes van Orval en de gronden eromheen aan de Orde van Cîteaux. Ze zou er graag opnieuw een monastieke gemeenschap tot stand zien komen.
Dom Jean-Baptiste Chautard, abt van Sept-Fons (in het Franse departement Allier), neemt de verantwoordelijkheid voor de nieuwe stichting op zich. Hij zendt een groep monniken naar Orval; zij zullen de kern van de nieuwe gemeenschap vormen
De heropbouw van het klooster wordt een reusachtige onderneming. Dom -Albert van der Cruyssen, Gentenaar en monnik van La Trappe, zet zijn schouders onder deze taak. Men laat architect Henry Vaes een nieuw klooster uittekenen dat moet opgetrokken worden op de fundamenten van de achttiende-eeuwse abdij. In 1936 wordt Orval een zelfstandige abdij; Dom Marie-Albert wordt tot abt verkozen.
In worden 1948 de bouwwerken beëindigd worden ; op 8 september van dat jaar wordt de kerk plechtig ingewijd. Kort daarop geeft Dom Marie-Albert zijn ontslag als abt. Zijn taak is volbracht. Hij sterft in 1955. Met hem wordt de laatste bladzijde van de recente geschiedenis van Orval omgedraaid. Wat daarop volgt is nog te jong om geschiedenis te heten
****************
Brouwerij van Orval
De plaats van het bier in de geschiedenis van Orval
****
Gedurende de lange geschiedenis van Orval is er waarschijnlijk altijd een brouwerij geweest. Daarvan getuigen oude plannen, een precieze beschrijving van het fabricatieproces door een franciscaan, 300 jaar geleden en de naam van een plaats, "hoplochting" dicht bij het klooster. Bier brouwen was inderdaad de gewoonte in deze streken, die zich niet leenden tot wijnbouw. Bier stond in hoog aanzien omwille van zijn voedingswaarde : men noemde het "vloeibaar brood".
Vanaf 1529, wanneer keizer Karel de monniken toelating geeft een ijzersmelterij op te richten om de nodige inkomsten te verwerven om de grote oorlogsschade te herstellen, is de abdij van Orval altijd het toneel geweest van een economische activiteit, die belangrijker was dan nodig voor het levensonderhoud van de gemeenschap
Vanaf 1529, wanneer keizer Karel de monniken toelating geeft een ijzersmelterij op te richten om de nodige inkomsten te verwerven om de grote oorlogsschade te herstellen, is de abdij van Orval altijd het toneel geweest van een economische activiteit, die belangrijker was dan nodig voor het levensonderhoud van de gemeenschap.
Toen Orval uit zijn as herrees, na meer dan 130 jaar ruïne, vereistte de heropbouw van de abdij aanzienlijke financiële middelen ; de brouwerij werd opgericht om de rol van de vroegere ijzersmelterij over te nemen.
De brouwerij werd in 1931 dus niet gebouwd om werk te geven aan de monniken, die toen reeds brood bakten en kaas maakten ; vanaf het begin werden leken in dienst genomen. De eerste meester-brouwer was een duitser, Pappenheimer genaamd ; hij is begraven op het kerkhof van Villers-devant-Orval.
Hij en de Belg Honoré Van Sande, die tijdens diezelfde periode in de brouwerij werkte, liggen aan de basis van dit zo typische bier. Zij waren stoutmoedig : de combinatie van fabricatiemethoden die zij toepasten komen nergens elders voor. Verschillende van deze methoden, zoals het 'drooghoppen", zijn Enge1s. Het aroma en de fijnheid van de smaak van het bier is dan ook meer te danken aan de hoppen en de gisten dan aan de gebruikte mouten. Zowel het recept, het glas, de fles als het etiket, zoals wij die nu nog kennen, zijn nog dezelfde als in het begin van de jaren 30
*************
http://www.orval.be/nl/FS_nl.html
***
In 1926 schenkt de familie de Harenne de ruïnes van Orval en de gronden eromheen aan de Orde van Cîteaux. Ze zou er graag opnieuw een monastieke gemeenschap tot stand zien komen.
Dom Jean-Baptiste Chautard, abt van Sept-Fons (in het Franse departement Allier), neemt de verantwoordelijkheid voor de nieuwe stichting op zich. Hij zendt een groep monniken naar Orval; zij zullen de kern van de nieuwe gemeenschap vormen
De heropbouw van het klooster wordt een reusachtige onderneming. Dom -Albert van der Cruyssen, Gentenaar en monnik van La Trappe, zet zijn schouders onder deze taak. Men laat architect Henry Vaes een nieuw klooster uittekenen dat moet opgetrokken worden op de fundamenten van de achttiende-eeuwse abdij. In 1936 wordt Orval een zelfstandige abdij; Dom Marie-Albert wordt tot abt verkozen.
In worden 1948 de bouwwerken beëindigd worden ; op 8 september van dat jaar wordt de kerk plechtig ingewijd. Kort daarop geeft Dom Marie-Albert zijn ontslag als abt. Zijn taak is volbracht. Hij sterft in 1955. Met hem wordt de laatste bladzijde van de recente geschiedenis van Orval omgedraaid. Wat daarop volgt is nog te jong om geschiedenis te heten
****************
Brouwerij van Orval
De plaats van het bier in de geschiedenis van Orval
****
Gedurende de lange geschiedenis van Orval is er waarschijnlijk altijd een brouwerij geweest. Daarvan getuigen oude plannen, een precieze beschrijving van het fabricatieproces door een franciscaan, 300 jaar geleden en de naam van een plaats, "hoplochting" dicht bij het klooster. Bier brouwen was inderdaad de gewoonte in deze streken, die zich niet leenden tot wijnbouw. Bier stond in hoog aanzien omwille van zijn voedingswaarde : men noemde het "vloeibaar brood".
Vanaf 1529, wanneer keizer Karel de monniken toelating geeft een ijzersmelterij op te richten om de nodige inkomsten te verwerven om de grote oorlogsschade te herstellen, is de abdij van Orval altijd het toneel geweest van een economische activiteit, die belangrijker was dan nodig voor het levensonderhoud van de gemeenschap
Vanaf 1529, wanneer keizer Karel de monniken toelating geeft een ijzersmelterij op te richten om de nodige inkomsten te verwerven om de grote oorlogsschade te herstellen, is de abdij van Orval altijd het toneel geweest van een economische activiteit, die belangrijker was dan nodig voor het levensonderhoud van de gemeenschap.
Toen Orval uit zijn as herrees, na meer dan 130 jaar ruïne, vereistte de heropbouw van de abdij aanzienlijke financiële middelen ; de brouwerij werd opgericht om de rol van de vroegere ijzersmelterij over te nemen.
De brouwerij werd in 1931 dus niet gebouwd om werk te geven aan de monniken, die toen reeds brood bakten en kaas maakten ; vanaf het begin werden leken in dienst genomen. De eerste meester-brouwer was een duitser, Pappenheimer genaamd ; hij is begraven op het kerkhof van Villers-devant-Orval.
Hij en de Belg Honoré Van Sande, die tijdens diezelfde periode in de brouwerij werkte, liggen aan de basis van dit zo typische bier. Zij waren stoutmoedig : de combinatie van fabricatiemethoden die zij toepasten komen nergens elders voor. Verschillende van deze methoden, zoals het 'drooghoppen", zijn Enge1s. Het aroma en de fijnheid van de smaak van het bier is dan ook meer te danken aan de hoppen en de gisten dan aan de gebruikte mouten. Zowel het recept, het glas, de fles als het etiket, zoals wij die nu nog kennen, zijn nog dezelfde als in het begin van de jaren 30
*************
http://www.orval.be/nl/FS_nl.html
als je je zelf niet helpt
een ander kan dat niet
een ander kan dat niet

