Lieve lezers,
Er was een tijd dat een spiegel gewoon een spiegel was. Je keek erin, schrok een beetje, waste je gezicht en ging verder met je dag. Tegenwoordig moet je eerst 14 keer over je wang vegen, kleurcorrectie toepassen, een filter met hertenoogjes kiezen en dan pas jezelf bekijken — liefst door de ogen van een onbekende op Instagram.
Want zeg eerlijk: bestaat een moment nog als het niet gedeeld is?
De tragiek van het digitale zelf
Ik zie mensen — ja, vooral jongeren, maar ook een verdwaalde veertiger met veel te strakke trui — die harder werken aan hun online identiteit dan aan hun karakter. Alles moet perfect: huid, kapsel, quote, ontbijtbord. En als het even kan nog een snelle mentale breakdown in pastelkleuren “voor de echtheid”.
We zijn allemaal mini-marketingmachines geworden. En het product dat we verkopen? Ons eigen gezicht.
Like mij. Volg mij. Vergeet mij.
Wat me nog het meest raakt, is de blik van mijn kleinkind. Ze post foto’s waarop ze gelukkig is. Althans, dat zegt het algoritme. Haar echte glimlach zie ik zelden. Niet omdat ze ongelukkig is, maar omdat er geen filter bestaat voor oprechte verwondering. Dat is namelijk een traag proces. En traag, dat verkoopt niet.
We zijn verworden tot een showroomversie van onszelf. Poetsen, oppoetsen, oppofferen. En ondertussen? Ondertussen vergeten we wie we echt waren, vóór de commentaren, vóór de hashtags, vóór de selfie-stick.
Identiteit in pixels
Toen ik jong was — ja, daar gaan we weer — bepaalde je identiteit zich aan de toog, op het voetbalveld, in de fabriek, in de familie. Niet altijd juist, niet altijd rechtvaardig, maar wél tastbaar. Je was wie je was, en je moest ermee leren leven. Nu? Identiteit is een optioneel abonnementsmodel geworden. Vandaag ben je edgy, morgen minimalistisch, en overmorgen post je quotes over zelfliefde tussen twee reclames voor matcha.
Maar wie kijkt er nog in de spiegel zonder camera? Wie fluistert nog: is dit wie ik echt ben, zonder dat meteen op een story te zetten?
Tot slot
Lieve mensen, ik ben niet tegen technologie. Ik heb zelfs een smartphone, al noemt mijn vrouw het "de tweede afstandsbediening". Maar ik vraag me af: hoeveel lagen kunnen we aanbrengen voordat er niets meer onder zit?
Het echte leven is ongefilterd, onhandig, vaak niet zo flatterend. Maar het is wél van ons. Je ruikt het, voelt het, loopt erin verloren en vindt iets terug dat niet te koop is: jezelf.
En dat, beste lezers, post je niet op TikTok. Dat bewaar je.
Groeten, Ben Boomer Analoge ziel in een digitale façade



