Lieve lezers,
Sommigen meten de staat van een beschaving af aan haar kunst, anderen aan haar wetten. Zelf kijk ik gewoon naar de winkelkar.
Ik zweer het u: de supermarkt is het laatste stukje samenleving waar alle lagen van de bevolking elkaar (bijna) nog kruisen. Van jonge ouders met hyperactieve peuters tot vermoeide grootouders met een boodschappenlijstje in groot lettertype.
Maar wat ik daar zie, baart me zorgen. Niet alleen om wat er in die kar ligt — maar om wat er níét meer in zit.
Van eten naar vulling
Vroeger, in de tijd dat een banaan nog gewoon een banaan was, kochten we eten om te koken. Nu kopen we vulling om tijd te besparen. Alles komt in zakjes, doosjes, flesjes met gezondheidsclaims waar een apotheker rode wangen van zou krijgen.
De kar van vandaag bevat vijf soorten granolarepen, glanzende verpakkingen met 12% voedsel erin, en flessen water die meer kosten dan wijn van vroeger. En dan noem ik het nog beleefd.
We hebben het druk, zeggen we. Geen tijd om groenten te snijden. Maar wel uren om TikTok-recepten te scrollen die alsnog eindigen in diepvriespizza. Onze winkelkar zegt: gemak eerst, smaak later, gezondheid misschien.
De QR-code van de mensheid
Wat er ooit een lijstje was — een simpel blaadje van de frigo — is nu een algoritme dat je voorschotelt wat je “misschien ook leuk vindt”. Je koopt geen voedsel meer; je koopt profilering, reclame, en consumptieve data met een sausje van schijnzelfbeschikking.
Zelfs wie je bent wordt tegenwoordig samengevat in je kar: de eco-burger met linzen en havermelk, de student met noodles en energiedrank, de workaholic met maaltijdsalade en schuldgevoel. En niemand kijkt elkaar nog aan, behalve bij de kassa waar het bedrag je blik weer naar je schoenen dwingt.
En dan... de eenzame appel
Te midden van dat alles ligt ze daar: één eenzame appel in een verder plastic glimmende kar. Een baken van intentie. Van hoop, misschien. Alsof we met die appel willen zeggen: “Kijk, ik geef nog om mezelf.”
Maar zeg eerlijk — wordt die appel nog gegeten? Of ligt die straks te verschrompelen in de fruitschaal, tussen voornemens van vorige week?
Tot slot
Lieve mensen, de winkelkar liegt niet. Ze vertelt wie we zijn, waar we bang voor zijn, en hoeveel tijd we bereid zijn te investeren in wat ons letterlijk opbouwt.
Willen we terug naar een samenleving waar het niet draait om vullen, maar om voeden? Dan moeten we misschien beginnen bij iets kleins. Een winkelkar. Een appel. Een gerecht dat tijd mag kosten.
En als u me binnenkort tegenkomt aan de kassa — wees niet bang. Ik oordeel niet over uw mandje. Maar ik kijk er wél goed naar.
Groeten, Ben Boomer Supermarktfilosoof met een zwak voor gerimpelde peren



